Preek van zondag 5 januari 2020 Preek van zondag 5 januari 2020
Geweld

Is geweld onze toekomst? Dat is een zinvolle vraag aan het begin van een nieuw jaar. Een jaar dat weer heftig is begonnen met het vuurwerkgeweld in eigen land. En met een Amerikaanse liquidatie van een Iranese generaal, waarvan je de gevolgen moeilijk kunt overzien. Je voelt de onrust, ook bij jezelf (ook rond mijn komende studiereis). Wat staat de wereld, wat staat ons zoal te wachten? Zal geweld meer en meer oprukken, ook in onze samenleving, of gaan we het juist indammen? Dat ik die vragen vandaag aan de orde stel, heeft niet alleen met de actualiteit te maken maar ook met de lezing uit Matteüs 2. Daar hoorden we over het extreme geweld dat koning Herodes gebruikt tegen de pasgeboren jongens in Bethlehem. Beneden de twee jaar wil hij ze allemaal laten doden. Een afschuwelijk besluit van een ziekelijke man! Want Herodes stond bekend als een paranoïde koning die niemand vertrouwde en ook velen in zijn nabije omgeving liet ombrengen. Zo werden op zijn bevel een van zijn vrouwen en drie van zijn zonen gedood. Dan weet je wel hoe laat het is. Keizer Augustus, zelf ook geen lieverdje, schijnt ooit gezegd te hebben: ‘Je kunt beter het varken van Herodes zijn dan zijn zoon.’ Zo’n varken had meer kans om oud te worden.
Toch moet ik in dit verband meteen een misverstand uit de weg ruimen. Het is niet zo dat onze tijd gewelddadiger is dan ooit. Integendeel, in Europa leven we na twee wereldoorlogen in een vrij vredig tijdperk. En vanaf 2001 is in onze eigen samenleving bijvoorbeeld de criminaliteit gestaag aan het dalen. Die ‒ las ik onlangs ‒ was daarvoor, in de jaren zeventig en tachtig, flink gestegen. Maar nu zit die criminaliteit weer op het niveau van 1970. We lijden dus aan gezichtsbedrog, en dat heeft alles te maken met de moderne media. Want tegenwoordig komt narigheid uit alle hoeken en gaten in rap tempo onze huiskamers binnen. En dan lijkt het of de hele wereld in brand staat. Waarom meldt het journaal (20.00 uur, prime time) deze week bijvoorbeeld dat in een voorstad van Parijs een verwarde, al dan niet tot de radicale islam bekeerde, man iemand met een mes heeft vermoord? Waarom moet dat bij ons op TV? Ooit zei een criminoloog al eens uitdagend: lees de Telegraaf niet, en je hebt geen last meer van criminaliteit. Tegenwoordig is dat van toepassing op Facebook en Twitter. Deze media schijnen zo te werken – maar ik heb er verder weinig verstand van ‒ dat hysterische berichten boven aan de tijdlijn komen. Die trekken volop de aandacht en leveren veel clicks op. En dat heeft weer alles te maken met gunstige advertentie-inkomsten. Helaas, positieve berichten over mensen die gewoon gelukkig zijn en zich veilig en geborgen voelen, doen het minder goed.
Laten we het dus niet groter maar ook niet kleiner maken dan het is. Geweld en criminaliteit zijn helaas van alle tijden en plaatsen en blijven ene lastig probleem. Ook vroeger kon het al uiterst gruwelijk zijn. Dat krijg je mee uit zo’n verhaal over de kindermoord van Bethlehem. Over een koning die zonder probleem onschuldige kinderen over de kling jaagt. En Herodes was niet de laatste die zulke dingen deed. Met deze kanttekening, dat we niet weten of het verhaal van Matteüs wel historisch is. Want in andere bronnen komen we het niet tegen. Evangelisten als Marcus, Lucas en ook Johannes kennen het bijvoorbeeld niet. En dat geldt ook voor Flavius Josephus, een joodse historicus uit die tijd die onder andere over Herodes de Grote schrijft. Hij bevestigt het beeld van een enorme bruut. Maar deze misdaad, een kindermoord in Bethlehem, noemt hij niet. Dat is opvallend.
Het is dus niet zo gek om je af te vragen of dit verhaal wel echt gebeurd is. Daarvoor geeft de Bijbel zelf ook alle aanleiding. Als je Matteüs goed leest, merk je dat hij bewust een bepaald beeld van Jezus aan het schetsen is. Hij tekent Jezus uit als de nieuwe Mozes. Dat is een heel verhaal, ik probeer het kort te houden. Op de komende cursusavond kunnen we daar langer bij stilstaan. Het komt hierop neer: Matteüs wil zijn joods lezers van twee dingen overtuigen. Ten eerste dat Jezus volop in de lijn van Mozes staat, de grote leraar van Israël die de berg Sinaï beklom en terugkwam met de Tien Woorden of Geboden. Jezus rekent daar niet mee af, laat Matteüs zien in zijn evangelie, maar bouwt voort op de rijke traditie van het oude Israël. Tegelijk echter, en dat is het tweede dat zijn evangelie benadrukt, is Jezus nog een maatje groter dan Mozes. Hij kan de dingen die Mozes ooit leerde ook corrigeren, aanscherpen of overtreffen.
Dat zie je in de Bergrede, een toespraak die je in die vorm alleen bij Matteüs vindt. Daar zegt Jezus: Mozes leerde jullie al om dit of dat te doen, en Ik geef daar nu mijn eigen uitleg aan. Jezus kan er een schepje bovenop doen of naar de diepere betekenis van Mozes’ woorden zoeken. Als een nieuwe Mozes geeft Hij zo zijn onderricht. En ook in dit geboorteverhaal zit al een vette knipoog naar Mozes. Want wie werd volgens het boek Exodus eveneens, meteen na zijn geboorte, met de dood bedreigd? Natuurlijk, de kleine Mozes in Egypte. Daar was het de farao die alle pasgeboren jochies in de Nijl liet gooien, bang als hij was zijn macht te verliezen. Bij Matteüs lijkt Herodes als twee druppels water op die farao. Zo kan het dus dat je dit brute verhaal niet in een geschiedenisboek als dat van Flavius Josephus terugvindt, maar wel in een religieus boek als de Bijbel. Dat is geen boek van harde historische feiten maar een geloofsboek vol symboliek, vol dingen die op een andere manier ‘waar’ zijn. U kent in dit verband mijn stokpaardje: neem de Bijbel niet letterlijk maar neem ‘m serieus. Ook komend jaar zal ik dat ongetwijfeld met enige regelmaat herhalen.
Terug naar ons thema. Want we hadden het, mede door deze bijbelverhalen, over geweld. Dat is niet nieuw, nee, dat is zo oud als de Bijbel en eigenlijk nog veel ouder: het is zo oud als de mensheid. En wie nog verder terug wil en oog heeft voor de evolutie, die zal zeggen dat we het meekregen uit het dierenrijk. Agressie zit ergens in ons systeem, in onze hersenen en hormonen. Wie daarvan uitgaat, laat zich niet zomaar meeslepen in een al te groot optimisme, alsof het snel goed komt met de mens en het koninkrijk of paradijs om de hoek liggen. Toch hoef je ook geen pessimist te worden. Want er is op dit gebied best veel positiefs te melden. Door de eeuwen heen is er veel ten goede verandert. Heel wat conflicten die vroeger op het slagveld werden uitgevochten, worden nu opgelost aan de onderhandelingstafel. En bij een onderling conflict stappen mensen eerder naar de rechter, desnoods een rijdende rechter, dan dat ze elkaar re lijf gaan. Ondertussen leven de meeste mensen gewoon vreedzaam naast elkaar. En dikwijls voelen ze zich ook nog eens betrokken bij hun verre naaste in nood. Pessimisme is dus niet op z’n plaats, maar wel is waakzaamheid nodig. Dat lijkt beter te passen in een door de Bijbel geïnspireerde levenshouding. Samen alert zijn, niet alleen op mensen die voor grote ellende kunnen zorgen, maar ook op de patronen die sluimerend inwerken op een samenleving. Bijvoorbeeld het tot zondebok maken van joden of moslims, het verdacht maken van vreemdelingen of het tegen elkaar uitspelen van bevolkingsgroepen. Dat zijn patronen of mechanismen waar we ons, als we niet waakzaam blijven, zelf ook gemakkelijk in laten meeslepen.
Iemand die daar veel over heeft nagedacht en geschreven, is filosoof Hans Achterhuis. Hij schreef ooit de dikke pil ‘Met alle geweld’. Daarin analyseerde hij bekende mechanismes als het wij/zij denken, of het zwart-wit denken in good guys and bad guys. Dan zwelg je al snel in je eigen gelijk en heb je geen oog voor de ander. Ook in de wereld van de religie zijn mensen daar uiterst gevoelig voor. Voor gelovigen is het vaak moeilijk om iets te zeggen als: oké, we verschillen van inzicht maar daar is goed mee te leven. Of nog een stap verder: ik voel me thuis in mijn manier van geloven maar heb ook interesse in jouw verhaal dat heel anders is. Dat voorkomt dat mensen elkaar in naam van de waarheid, die alleen zij in hun bezit zouden hebben, te lijf gaan ‒  verbaal of ook fysiek.
Wat we als tegenwicht nodig hebben, noemt Hans Achterhuis morele onverschrokkenheid. We kunnen geweld nooit helemaal uitbannen. Wel kunnen we proberen het te beheersen en te minimaliseren. Soms is dan tegengeweld nodig, bijvoorbeeld in de bestrijding van de Nazi’s of van IS. En anders gaat het erom zonder angst mensen te weerspreken die geweld gebruiken of verheerlijken. Dat is de moed, de morele onverschrokkenheid van mensen als Gandhi, Mandela en de dwaze moeders in Argentinië. Mensen die met veel volharding en creativiteit de ogen openen van hun verblinde tegenstanders. Precies dat doet Jezus als Hij juist die mensen opzoekt die door anderen  tot zondebok worden gemaakt. Of als Hij onderricht geeft in de Bergrede en dan uitlegt hoe je geweld tegengaat. Bijvoorbeeld door bij een klap niet zomaar terug te slaan maar iemand de andere wang toe te keren. Of door niet alleen je vrienden maar ook je vijand met liefde tegemoet te treden. Dat is de morele onverschrokkenheid die Jezus uiteenzet in de Bergrede.
Wordt het een jaar, een toekomst van vrede of geweld? Van christenen mag je verwachten dat ze samen met anderen alert blijven. Niet alleen op het zichtbare geweld dat her en der opduikt maar ook op de achterliggende mechanismen die onzichtbaar hun splijtende werk doen. Als gelovigen doen we dat in naam van het kind van Kerst dat al snel in zijn leven met geweld te maken kreeg en moest vluchten. We doen het in naam van Jezus die in een wereld met iets te veel farao’s en Herodessen een andere weg zocht. Een weg van vrede. Amen.
terug