Zondag 24 sept. 2017 Zondag 24 sept. 2017

De kracht van verbeelding
Jeruzalem is de stad van de vrede waar het maar geen vrede wil worden. Een bijzondere plek in de stad wordt ingenomen door Yad Vashem, het gedenkcentrum van de slachtoffers van de Holocaust. Je vindt er talloze namen en foto’s van wie de verschrikkingen van de vervolgingen niet overleefden. En ook degenen die Joden in de nazi-periode hebben bijgestaan en gered, staan daar vereeuwigd in een park, als de ‘rechtvaardigen onder de volkeren’. De keer dat ik Yad Vashem bezocht, was ik in het bijzonder onder de indruk van de ruimte waar de kinderen worden herdacht. Van de 6 miljoen slachtoffers die de nazi’s maakten was een kwart nog een kind. Om hen te gedenken, flonkeren tegen een donkere hemel allemaal kleine lichtjes, en tegelijk worden continu hun namen genoemd, met hun leeftijd en hun land van herkomst. Zo onderga je in die ruimte de kracht van verbeelding, en wordt op uiterst gevoelige en creatieve wijze recht gedaan aan deze onschuldige slachtoffers. Waar woorden snel verwaaien, blijft zo’n beeld je bij. Dat raakt een laag in je bestaan, in je emoties en herinneringen die veel dieper gaat.
De naam Yad Vashem komt uit Jesaja 56, onze eerste lezing. Letterlijk betekent het ‘een hand en een naam’, en vaak wordt het vertaald als ‘een gedenkteken en een naam’. Ook dat is goed mogelijk. Het gaat hier in Jesaja om een bijzondere tekst, over wie er wel en niet in de tempel mag komen. Vreemdelingen zijn daar in de regel niet welkom, maar hier klinkt een ander geluid. Ook een vreemdeling die mij wil dienen, spreekt de Heer in deze profetie, is daar welkom. En dat geldt zelfs voor een eunuch. Hem geef ik in mijn tempel – en dan komen die woorden ‒ een yad vashem, een hand en een naam. Heel bijzonder, want dit zijn buitenlandse mannen – vreemdelingen dus ‒ die ook nog eens ontdaan zijn van hun mannelijkheid. Doorgaans wordt in die tijd neergekeken op zo’n eunuch. Hij is verminkt, geen echte man, en zou bij God niet meer in tel zijn. Maar hier klinkt juist het tegenovergestelde, hier klinkt barmhartigheid: God is met hem begaan en geeft hem alle ruimte.
Vaak is zo’n eunuch het slachtoffer van zijn ouders. Die laten hem ontmannen in de hoop dat hun zoon een mooie carrière aan het hof van de koning kan maken. Want alleen gecastreerde mannen mochten bijvoorbeeld het harem van zo’n oosterse vorst beschermen. Zij vormden geen gevaar voor de dames of concurrentie voor de koning. Ook onze westerse wereld heeft trouwens z’n castraten gekend. Dan ging het om jonge jongens met een mooie stem, die voor hun tiende ontmand werden. Dan ging die hoge stem niet verloren. Een ingreep die hun lichaam ook op hogere leeftijd misvormde, ze kregen allerlei klachten. In het protestantse Noord-Europa werd het al snel verboden, las ik, maar in celibataire Zuid-Europa gebeurde dat pas laat, definitief tegen het einde van de 19-de eeuw. Een trieste geschiedenis. Hoe mensen elkaar opofferen op het altaar van hun wanen. Ja, hoeveel jonge jongens zijn zo ook niet gesneuveld, opgeofferd in vaak zinloze oorlogen en slachtpartijen.
Dat trieste proef je ook in het Nieuwe Testament, als we in het boek Handelingen een eunuch tegenkomen. Ooit werd hij weinig subtiel de kamerling uit Morenland genoemd, nu gecorrigeerd in de NBV vertaling tot eunuch uit Ethiopië. Ja, dat koloniale verleden… Ook hij is in wezen zo’n trieste, eenzame man die nooit een gezin kon stichten en door velen werd veracht. Maar door God wordt hij gezien, bij hem is hij volop in tel. Heel concreet wordt dat zichtbaar in dat verhaal als Filippus hem de hand reikt en ook een teken geeft: deze verminkte vreemdeling wordt ter plekke gedoopt.  Een soort Yad Vashem, ook deze eunuch krijgt een hand en een teken, ja, hij krijgt te horen dat hij een kind van God is. Hij hoeft geen dorre boom te blijven, om het beeld van Jesaja te gebruiken, ook zijn leven kan tot bloei komen. Geen mens staat buiten Gods aandacht en liefde. Dat vertelt de Bijbel ons in zulke beeldende teksten en verhalen.
De kracht van verbeelding, daarover gaat het vandaag. Voor alle duidelijkheid: niet over inbeelding. Dat willen atheïsten ons vertellen: dat gelovigen zich van alles inbeelden dat niet bestaat. Maar dat is ons te simpel als kerk, daar gaan we niet in mee. Wel geven we toe dat we leven van een rijke vérbeelding, omdat we daar door God zelf toe worden geïnspireerd en uitgedaagd. God prikkelt onze verbeelding. Daarom vertellen we elkaar verhalen over een komend koninkrijk zonder gebreken, een nieuwe paradijselijke wereld waar vrede heerst en ieder tot z’n recht komt. Een toekomst waarin vreemdelingen vrienden worden en zelf een eunuch tot bloei komen. Religie leeft dus sterk van verbeelding, maar dat geldt net zo goed voor wetenschap. Onlangs was Robbert Dijkgraaf weer even op TV, de slimme natuurkundige die regelmatig aanschuift bij De Wereld Draait Door. Hij riep het onderwijs in Nederland op vooral de verbeelding bij kinderen te stimuleren. En op de vraag wat dat inhoudt, antwoordde hij kort en krachtig: verbeelding, dat is zien wat er nog niet is.
In de wetenschap is dat onmisbaar, zien wat er nog niet is, want op die manier worden grenzen verlegd en oude denkpatronen overstegen. Ook ons geloof leeft op die manier van verbeelding. Je legt je niet neer bij de gebrekkige wereld van nu, met alle onrecht en geweld, maar verbeeldt je hoe het anders kan. Zoals Jezus dat doet in de Bergrede, vol beelden ontleend aan de natuur. Als we toch eens zouden durven leven, houdt Hij ons voor ogen, als de vogels, vrij als de vogels die geen slaaf worden van hun werk of bezit. Of anders wel onbezorgd als de bloemen, die zich niet druk maken over hun uiterlijk of ego. De vogels, ze zaaien niet en oogsten niet. De lelies, ze werken niet en weven niet. Laat je energie niet opgaan, bedoelt Jezus, aan dingen die veel van je vragen maar weinig opleveren. Nee, zoek het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid. Dat geeft je leven diepgang en betekenis.
De kracht van verbeelding brengt me bij een tweede TV-fragment. In een bijzondere serie op de zondagavond verkent een Vlaamse journalist de islam in Europa, hij doet dat op een heel open en invoelende manier. Zo raakt hij in gesprek met een moslimleider uit – ik meen ‒ Bosnië, en die doet zomaar een prachtige  uitspraak over ds. Maarten Luther King. Weet je, zei deze positief ingestelde man, dat we ons niets van die geweldige speech van ds. King herinnerd hadden als hij had gezegd: ‘ik heb een klacht’. Maar hij blijft inspireren omdat hij sprak vanuit zijn verbeelding: ‘Ik heb een droom’, I have a dream. Dan zie je voor ogen hoe blank en zwart elkaar de hand reiken om samen door de wereld te trekken. Nog vaak is dat helaas meer droom dan werkelijkheid. Maar ooit zal het zo zijn, belooft deze droom.
Ook Jesaja heeft een droom, daarmee eindigt ons fragment. Daar spreekt God deze woorden: ‘Mijn tempel zal heten: huis van gebed voor alle volken’. Die tempel, weten we vandaag de dag, staat er niet meer. Hij werd, nadat de Babyloniërs het eerder deden, een tweede keer door de Romeinen verwoest. Nu staan er op die plek – moet nik toegeven ‒ twee prachtige moskeeën: de Al Aqsa en de Dome of the Rock. Mede hierdoor is de tempelberg vaak een plek van hevige verdeeldheid. Sommigen zouden daar ‒ vrezen moslims ‒ graag de moskeeën verwijderen en een derde tempel bouwen. Die spanning hangt volop in de lucht. Maar zou het ook een plek kunnen worden, los van die gebouwen, waar van alle kanten volken en godsdiensten samenkomen. Om dat te doen wat ons boven onze verschillen kan verbinden, namelijk samen bidden. De droom van Jesaja – ene huis van gebed. Bovenal samen bidden om vrede, met God en met elkaar. En dan ook werken aan die vrede, samen met gerechtigheid wereldwijd. Daar kan Jesaja ons van laten dromen. Dat Jeruzalem echt een stad wordt, waar volken en gelovigen elkaar ontmoeten en zich met elkaar verzoenen. Waar recht wordt gedaan aan de slachtoffers, zoals in Yad Vashem, en de wonden uit het verleden geheeld worden. Een stad  waar mensen samen uitzien naar een nieuwe wereld waarin iedereen tot z’n recht komt. Een wereld waarin op niemand wordt neergekeken, en niemand te boek staat als vreemdeling of eunuch. Laten we samen dat koninkrijk van God zoeken en zijn gerechtigheid. Amen

Wijk bij Duurstede, zondag 24 september,
oecumenische viering, afsluiting Vredesweek
Overdenking bij Jesaja 56, 1-8 en Matteüs 6, 24-34
ds. Jan Offringa
 

terug