Preek van zondag 31 okt. 2021 Preek van zondag 31 okt. 2021
Liefde als een drie-eenheid

Zelden hoor je iemand op zijn sterfbed verzuchten: had ik maar wat harder gewerkt, meer verdiend of mooiere spullen in huis. In de regel is het omgekeerde het geval, ontdekte Bronnie Ware, een vrouw uit Australië. Ze werkte jaren in de terminale thuiszorg en kreeg veel spijtverhalen te horen. In het boek dat ze daarover schreef, kwam de meest gehoorde ‘spijt op het sterfbed’ aan bod. Ik zal dat hier niet allemaal opsommen maar vat het samen in twee kernpunten. Om te beginnen kreeg ze vaak te horen, vooral van mannen: had ik maar minder hard gewerkt, en dan meer aandacht aan mijn gezin of familie besteed en ook meer in vriendschap geïnvesteerd. Dat sluit mooi aan bij de liefde, aandacht en zorg voor de ander die Jezus ons voor ogen houdt in Marcus 12: heb je naaste lief. Maar ook zat de spijt van mensen in te weinig liefde voor zichzelf, ontdekte Bronnie Ware. Opmerkingen als: had ik maar meer mijn eigen leven geleid en minder gedaan wat anderen van me verwachten. Ja, had ik mezelf maar toegestaan op mijn eigen manier gelukkiger te zijn. Heb je naaste lief als jezelf.

Dan gaat het niet om de egocentrische of narcistische zelfliefde die iemand als Dirk de Wachter blootlegt in zijn boeken. Narcisme ‒ een opgeblazen, arrogante en vaak jaloerse zelfliefde ‒ is volgens deze Vlaamse psychiater een van de grote, groeiende probleem van deze tijd. Een tijd waarin menigeen groot wordt met de gedachte dat de wereld om hem of haar draait. Maar naast die ongezonde is er ook een gezonde zelfliefde. Dat schemert mooi door in de woorden van Jezus. Heb je naaste lief als jezélf, benadrukt Hij in Marcus 12. Je mag er zelf dus ook zijn, je bent niets meer maar ook niets minder dan een ander en hoeft jezelf niet slaafs weg te cijferen. Nee, je mag opkomen voor je eigen geluk, je dromen en verlangens. Zeker als je de ander niet uit het oog verliest – die ander die net zo’n mens is als jij. Niets meer, niets minder, wel anders maar vaak ook weer zo herkenbaar. Die twee horen wezenlijk bij elkaar: heb je naaste lief als jezelf. In die oude, wijze woorden van Jezus zit een mooie balans waar menigeen in onze tijd een puntje aan kan zuigen. Het zijn bijbelwoorden die Bronnie Ware van harte zou kunnen beamen.  

Dit dubbelgebod van de liefde – het begint allemaal met een welwillende schriftgeleerde die Jezus een serieuze vraag stelt: wat is het belangrijkste gebod? De joodse traditie kent er vele. Niet alleen de tien bekende van Mozes die achter het kerkkoor op de wand staan, maar in totaal meer dan 600 ge- en verboden. Wat is de kern, bedoelt deze man, wat is het hart van de Thora – daar was hij oprecht naar op zoek. Het doet me denken aan de man die bij een rabbi komt met het voorstel: ‘Ik word jood, als u me de hele Thora kunt leren in de tijd dat ik op één been sta’. Deze rabbi, de grote wetgeleerde Hillel, antwoordt hem: ‘Wat jij niet wilt dat jou geschiedt, doe dat ook een ander niet. Dat is de hele Thora, de rest is uitleg’.  Dat is de bekende gulden regel die je ook in andere tradities tegenkomt. Jezus kent die regel ook en kiest in de Bergrede voor de nog kortere, positief geformuleerde versie: ‘Behandel anderen zoals je wilt dat ze jou behandelen’. Daarin zit ook weer dat wederzijdse, met zowel aandacht voor de ander als jezelf. Liefde, aandacht en respect – ze komen pas echt tot hun recht als ze niet eenzijdig maar over en weer aan elkaar wordt geschonken.

In het verhaal van vanmorgen kiest Jezus een andere weg. Want bij het belangrijkste gebod zijn er twee keuzen. Sommige rabbi’s zullen wijzen naar woorden in Deuteronomium 6: ‘Heb God lief met alles wat in je leeft, met hart en ziel, met verstand en kracht’. Voor hen draait het vooral om de verticale band met de Eeuwige. Anderen leggen de nadruk op het horizontale, op de onderlinge omgang met elkaar. Zij voelen meer voor Leviticus 19: ‘Heb je naaste lief als jezelf’. Twee belangrijke oudtestamentische geboden die om de voorrang kunnen strijden, maar dat laat Jezus niet gebeuren. Hij brengt ze samen, voor hem vormen ze één geheel. Ze zijn niet los verkrijgbaar maar lopen ondeelbaar in elkaar over. De verschillende lijntjes vormen een twee-eenheid,  of eigenlijk een drie-eenheid: de liefde voor God, die voor je naaste en die voor jezelf. Ik zag het onlangs nog mooi verbeeld in een modern kruis: dat had niet alleen een horizontale en verticale balk, maar in het midden, waar die twee balken elkaar raken, was een open ruimte uitgespaard in de vorm van een hart. Als we afgelopen week al niet zo’n prachtig kruis in onze Gedachteniskapel hadden bevestigd – u kunt het na de dienst bewonderen ‒ dan had zoiets van mij ook gemogen. Een kruis met een open hart waarin de liefde voor God, je naaste en jezelf onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Zoals dat afgelopen vrijdag bij de presentatie terecht is benadrukt: het kruis als symbool van de liefde.

De schriftgeleerde is blij met Jezus’ antwoord. Waar anderen wel eens proberen hem klem te zetten met een strikvraag, speelt dat bij deze man geen enkele rol. Hij is echt enthousiast en maakt het nog mooier. Die liefde, als kern van alle geboden, betekent volgens hem meer dan alle offers bij elkaar. Zo’n uitspraak getuigt van lef, want deze ontmoeting met Jezus vindt plaats op het tempelplein, in het hart van Jeruzalem. Wie daar verkondigt dat liefde meer betekent dan alle offers, die lijkt op iemand die in een boekhandel of bibliotheek een e-reader begint aan te oprijzen. Want bij die tempel werden al eeuwenlang talloze brand- en geuroffers gebracht om God te behagen. Maar deze schriftgeleerde lijkt dat oude ritueel te relativeren, zoals ook Jezus zelf dat ook kan. Want bij alles wat geloven nog meer inhoudt en betekent, is het eerste dat telt: ben je een oprecht en liefdevol mens? Dat is belangrijker dan de vertrouwde rituelen volgen, zoals een offer brengen, destijds een gangbare praktijk in meerdere godsdiensten. Daar zit het niet in, het gaat God om de mens die je bent of probeert te zijn. Een mens die leeft vanuit liefde.

Dat is de mooie relativering die de schriftgeleerde beaamt. En waarschijnlijk zit er ook iets kritisch in zijn woorden. Want een ritueel kan waardevol zijn maar ook een routine of verplichting worden. Ook vandaag de dag kunnen mensen patronen en rituelen in stand houden ‒ thuis of in een samenleving ‒ die niet meer leven en waar ze met hun hart niet meer bij zijn. Dat geldt ook voor de kerk en onze eredienst. Wat we hier doen kan heel mooi en zinvol zijn, zeker op een dag als vandaag. We branden meerdere kaarsen, genieten van muziek, zingen samen onze liederen en laten onze gebeden als offers opstijgen. Maar wat is dat waard als in dat alles de warmte en liefde ontbreekt? Zoiets vraagt Paulus zich al af. Dan wordt het hol, schrijft hij in het bekende I Korintiërs 13, dan klinkt dat alles al snel als een dreunende gong of een schallende cimbaal. Zoiets beseft ook deze schriftgeleerde, een oprecht man in wie Jezus een geestverwant herkent. Jij bent niet ver van het koninkrijk, krijgt hij te horen. Jij weet waar het op aankomt in de nieuwe wereld die God voor ogen staat. Het draait om de drievuldige liefde die Jezus ons leert, in onze woorden, daden en rituelen.

Mag ons dat voor ogen staan als we straks onze overledenen gedenken. Dan herinneren we ons met name, in de lijn van het evangelie en van wat Bronnie Ware ontdekte, de liefde die ze schonken en ontvingen, liefde waarvan ze genoten maar ook mee konden worstelen. Van al die liefde, krijgen we mee uit de Bijbel, is God de bron en inspirator. Ja, waar onze liefde oploopt tegen grenzen en beperkingen en altijd onder de maat zal blijven, blijft God in haar geloven en haar voeden. Dat krijgen we mee in het kruis als symbool van Jezus’ leven en sterven. God blijft ons trouw, zijn liefde heeft eeuwigheidswaarde. Ze is sterk, ja sterker dan de dood. Dat is die belofte van Pasen die ons ook deze dag mag troosten en sterken. Er is een de goddelijke liefde die ons en onze geliefden niet loslaat, maar door de dood heen zal vasthouden. In eeuwigheid. Amen

 
terug