Preek van zondag 21 juni 2020 Preek van zondag 21 juni 2020
Een zwaard en een kruis

Soms is een uitspraak van Jezus niet alleen raadselachtig, maar ook nogal confronterend. Dan stuiten zijn woorden je tegen de borst. ‘Denk niet dat Ik gekomen ben om op aarde vrede te brengen’, hoorden we zo-even. ‘Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard’. Daar voegt Hij nog aan toe dat Hij een wig komt drijven, tussen een man en zijn vader, een dochter en haar moeder, een bruid en haar schoonmoeder. Daar moet je wel even bij slikken, zeker op deze Vaderdag. Waar is dat kind gebleven dat we met Kerst graag als onze vredevorst begroeten? Waar is dat profetische visioen van zwaarden die worden omgesmeed tot ploegijzers? Eigenlijk zijn we ook een beetje klaar met zulke strijdlustige taal. Is dit het zoveelste teken van religieuze agressie en onverdraagzaamheid? En doet Jezus daaraan mee? Was Hij helaas niet zo vredelievend als we dachten en ging Hij geweld niet uit de weg?

Om de pakweg tien jaar verschijnt hierover wel een boek. Jezus zou, anders dan de evangeliën ons voorspiegelen, eigenlijk hebben opgeroepen tot revolutie, tot gewapend verzet tegen de Romeinen. Hij zou, net als zijn discipelen, geweld niet hebben geschuwd. Vandaar zijn kruisiging, de Romeinse straf voor een opstandeling. Toen echter, tegen alle verwachting in, de Jezusbeweging begon te groeien in het Romeinse Rijk, zouden de evangelisten het beeld van een rebelse Jezus hebben weggepoetst. Het werd overgeschilderd, zodat men christenen niet als verdachte, staatsondermijnende burgers zou zien. De Jezus in de evangeliën wordt dan veel vredelievender dan Hij in werkelijkheid was. Dat is een oude theorie die ook binnenkort wel weer een keer zal opduiken. Daar kun je de klok op gelijkzetten.

Helemaal uit de lucht gegrepen is het niet. Want naast deze zwaardtekst heeft men nog een ander argument. Want waarom dragen sommige discipelen een zwaard? Eén van hen, vertelt het evangelie eerlijk, slaat daarmee een dienaar van de hogepriester een oor af, bij Jezus’ arrestatie in de hof van Getsemane. Is het niet vreemd dat Jezus het dragen van zo’n wapen niet heeft verboden? Op zich een terechte vraag. Toch is hier iets anders aan de hand, las ik onlangs nog bij een joodse nieuwtestamentica. Het gaat hier niet om een zwaard maar om een offermes. Met een zwaard kun je iemand geen oor af te hakken, dat is een hele kunst. Nee, vanwege Pasen, het feest waarop pelgrims in Jeruzalem een lam slachten, dragen bijna alle mannen een offermes bij zich. Dat had je gewoon nodig rond het feestmaal. Naar z’n offermes grijpt een van de leerlingen om Jezus te verdedigen. Maar het zijn dus geen zwaardvechters of opstandelingen. Dat past ook niet bij de boodschap van Jezus. In de Bergrede spreekt Hij over het liefhebben, niet alleen van je vrienden maar ook van je vijand. En tegen de discipel die dit doet, zegt Hij nadrukkelijk: doe dat ding weg, want wie naar het zwaard grijpt, zal er zelf door omkomen. Dat is een regel die nog vaak opgeld doet, voor allerlei wapens. Ooit las ik dat de gemiddelde leeftijd van criminelen die elkaar liquideren rond de veertig ligt. Je kunt er dus snel rijk mee worden, met criminaliteit, maar je zult er niet lang van genieten.

Het evangelie, en in het bijzonder de Bergrede, is juist een tegenstem als het om het gebruik van geweld gaat. En het zwaard dat Jezus zegt te brengen, gaat dus niet om een echt wapen. Het staat symbool voor de breuk die zijn boodschap teweeg brengt. Die boodschap kan in gezinnen en families tot diepe verdeeldheid leiden, waarbij ouders en kinderen van elkaar vervreemden en op den duur gescheiden wegen gaan. Dat is soms niet te vermijden, klinkt door in Jezus’ woorden. Die verdeeldheid tussen mensen die voor of juist tegen hem kiezen, is het zwaard dat Hij op deze aarde brengt. Zijn eerste volgelingen kregen daar volop mee te maken. In onze tijd ligt dat anders. Sinds de Verlichting ook in de kerk is doorgedrongen, laten mensen binnen gezinnen en families elkaar steeds meer vrij in wat ze denken en geloven. Dat is sterk gegroeid in onze westerse wereld en daar zijn we aan gehecht. Maar elders, bijvoorbeeld in de wereld van de islam ligt dit vaak heel anders. En ook in de wereld van Jezus was dit een gevoelige zaak. Zijn eerste leerlingen konden rekenen op allerlei onbegrip en tegengas uit hun omgeving. En latere volgelingen van Jezus kregen niet alleen te maken met afwijzing, maar ook met echte vijandschap en soms zelfs met vervolging. Die latere ervaring van groeiende weerstand klinkt al een beetje door in deze woorden van Jezus.

In het westen kunnen gelovigen tegenwoordig wel last hebben van wat genoemd wordt een nieuw of radicaal atheïsme. Zoals er onverdraagzame christenen zijn, zo roeren zich vandaag de dag ook onverdraagzame en dogmatische atheïsten. Zij zien religie als een ernstige vorm van bedrog, een virus dat ongezond is voor een mens en actief bestreden moet worden. Op een Londense bus leidde dat zelfs tot een advertentie. ‘Waarschijnlijk is er geen God’, stond op de zijkant, ‘dus maak je geen zorgen en geniet van het leven’. Alleen al dat vooroordeel: gelovigen zouden tobbers zijn die niet van het leven kunnen genieten. De tegenzet ligt voor de hand: ‘Waarschijnlijk is God er wel, dus maak je geen zorgen en geniet van het leven’. Maar ik weet niet of die advertentie ook door Londen heeft gereden, of dat men op tijd het onzinnige van zo’n duel inzag. Hoe dan ook, zulke geluiden hoor je vaker. In menig gezin is er wel een zoon of dochter die neerkijkt op elke vorm van geloof. En in menig familie is er wel iemand die min of meer op voet van oorlog verkeert met het christendom. Voor je het weet, krijg je een hele tirade over je heen. Die begint meestal bij de kruistochten en somt vervolgens alle misstanden in de kerk op. Allemaal dingen die je niet zomaar kunt ontkennen, en dat moet je ook niet doen. Maar al het goede dat het christendom ons heeft gebracht, wordt dan voor het gemak even vergeten. Zowel op sociaal vlak – denk aan onderwijs en armenzorg ‒ als op persoonlijk vlak: alle liefde, troost en verbondenheid die mensen hebben ervaren

Dat brengt me nog even bij die andere uitspraak van Jezus. Wie hem wil volgen, moet zijn kruis op zich nemen. Ook dat lazen we bij Matteüs. Dat kruis voor ons, denk ik vaak, is dat niet het dubbele van onze traditie, de twee gezichten van de kerk? Enerzijds kent zij veel licht, anderzijds is er die niet weg te poetsen schaduwzijde. Want wat voor veel dingen geldt, geldt ook voor religie: je kunt er de mooiste dingen mee doen, maar ook zulke lelijke dingen mee uithalen. Dat moeten we eerlijk onder ogen zien, ja daar ligt een grote taak voor nu: dat we als kerk en als christenen leren van onze fouten en gebreken, en tegelijk laten zien hoeveel goeds er nog altijd te vinden is in onze rijke traditie van 2000 jaar.

Vooral dat laatste: we mogen de wereld laten zien hoeveel geloof, hoop en liefde er blijft uitgaan van dat oude verhaal dat we hier week in week uit met elkaar levend houden. Het biedt ons troost en inspiratie, het geeft richting aan ons leven, het draagt ons in voor- en tegenspoed en verbindt ons met God en onze naaste. Ik vermoed dat onze wereld ‒ al denkt ze van wel ‒ niet goed zonder die boodschap kan. Die vaak zelfgenoegzame wereld dreigt steeds meer uiteen te vallen, lees je overal: ieder voor zich en wij eerst! Die wereld dorst als het ware naar eenheid en verbondenheid. Ja, wat ze nodig heeft ‒ om het beeld in Matteüs 10 nog even naar voren te halen ‒ is zo’n koele beker water waar Jezus zijn woorden mee eindigt. Laat die onder mensen rondgaan: een verfrissende beker vol geloof, vol hoop en vol liefde. Amen


 
terug