Preek van zondag 6 september 2020 Preek van zondag 6 september 2020
Het goede leven
Een nieuwe start, een nieuw jaarthema: Het goede leven. Eigenlijk zijn we daar dit voorjaar al mee begonnen. Want begin maart, een van de laatste bijeenkomsten voor de lockdown, hadden we hier Govert Buijs op bezoek, hoogleraar aan de VU. Een gezamenlijke avond met de hervormde gemeente. Govert Buijs vertelde toen over het bekroonde boek dat hij met twee collega’s heeft geschreven: Het goede leven en de vrije markt. Hun vraag was in hoeverre onze huidige economie met z’n vrije markt bijdraagt aan dat goede leven, of dat het dit juist in de weg staat. Dat dilemma kent u vast wel: ons deel van de wereld kent veel welvaart maar ook veel stress, veel vrijheid maar ook veel verslaving. Naast veel gelukkige mensen, jong en oud, lijden er ook veel onder depressies en angsten. Dat alles tasten de schrijvers af in hun boeiende en leerzame boek. Op school is het verplichte literatuur voor leerlingen die examen filosofie doen!
In dit boek laten Buijs en zijn metgezellen meteen zien dat het goede leven niet op één noemer te brengen is. Meerdere dingen dragen eraan bij of doen er juist aan af. Een grote rol spelen bijvoorbeeld de relaties en verbanden waarin je leeft: zijn die veilig en harmonieus of staan ze onder hoogspanning? Voel je daarin vrij of juist bekneld? Heb je waardevolle contacten of voel je je vaak eenzaam? Zijn relaties verbroken, misschien wel afgebroken door de dood? Dat bepaalt voor een belangrijk deel of je het leven als ‘goed ‘ ervaart.
Een ander factor is ons lichaam: zijn we gezond en zitten we goed in ons vel? Zijn we tevreden of ontevreden over ons lijf, consumeren we verstandig en zijn we aan allerlei slechte gewoonten verslaafd? Zouden we meer moeten bewegen of laten we ons misschien obsederen door al die aandacht voor sport en fitness? En als we ziek zijn, weten we ons dan omringd door goede zorg en lieve mensen? Ook dat heeft te maken met het goede leven.
Ik zal niet alle punten doornemen die Govert Buijs aandraagt ‒ het zijn er vijf – maar noem nog wel het laatste. Bij het goede leven speelt ook sterk mee of je dit bestaan als zinvol ervaart. Je voelt meteen: hier komen godsdienst en geloof nadrukkelijk om de hoek kijken. De schrijvers werken niet voor niets aan een christelijke universiteit. Want in godsdienst en geloof wordt graag onderstreept dat het goed en zinvol is dat we er zijn, dat het leven op deze aarde alles met God te maken heeft en dat we een taak in deze wereld hebben. We zullen er geen paradijs van maken maar kunnen bijdragen aan een mooi en goed leven voor iedereen. Of andersom, beseffen we ook al te goed, kunnen we elkaar het leven ook flink zuur maken en de aarde kapot maken – zeker als we doorgaan op de huidige voet van vervuilen en potverteren. Soms proef je daarbij een nonchalante houding, zo van: het leven heeft toch geen zin, dat jij en ik er zijn is puur toeval, dus leef er maar lekker op los en haal eruit wat erin zit. Kun je zoiets een goed leven noemen? Of mist er dan iets wezenlijks in je bestaan? Lees het boek van Buijs.
Christenen zijn niet de enigen die zo’n zoektocht maken. Wereldwijd wordt er naar gezocht, ook door mensen die niet of anders religieus zijn. Voor de oude Grieken bijvoorbeeld had het goede leven te maken met goedheid, waarheid en schoonheid. Nog altijd is dat een mooie drieslag – streef in je leven naar goedheid, waarheid, schoonheid. Anderen zochten in die tijd naar kalmte, want je moest je niet laten meeslepen door hartstochten en emoties. Ze noemden dat ataraxia, ook wel vertaald met onverstoorbaarheid. Dat heb je nodig voor het goede leven. In het jodendom, denk aan het belang van de sabbat, staat de rust hoog genoteerd. Ja, wat is er beter dan rustig genieten van het goede leven, in de schaduw van je wijnrank of vijgenboom. En in oosterse godsdiensten zoekt men naar evenwicht. Peace en balance zijn de woorden die populair zijn bij de goeroes uit India. Dan verlangt iemand vooral naar innerlijke vrede, naar evenwicht in onze vaak zo verwarrende gedachten en gevoelens. Vaak zijn dat inzichten waarvan we als christenen een graantje mee kunnen pikken. Anderen zijn ook niet gek! En tegelijk is het de moeite waard om te verkennen wat daar vanuit onze eigen traditie aan toe te voegen is. Onze eigen inbreng in de levenskunst.
Dat brengt ons bij de lezing van vandaag, het fragment uit Matteüs 18. Daarin staan volgens mij twee dingen die wezenlijk bijdragen aan het goede leven. Om te beginnen wijst Jezus hier op het bijzondere van de gemeenschap die je samen vormt. Waar twee of drie mensen in zijn naam bijeen zijn, daar is Hij in hun midden. Waar we samen bidden of luisteren naar de Bijbel, waar we elkaar oprechte aandacht geven, waar we ook contact zoeken met iemand die ons niet zo goed ligt, waar we zonder onderscheid samen brood en wijn delen, daar mogen we Jezus nabij weten. In een tijd waarin het vaak gaat over individualisme en eenzaamheid, is dit iets bijzonder waardevols van een kerk. Want je kunt wel leven en geloven op je eentje, maar dan gaat er iets wezenlijks aan je voorbij. Het goede leven heeft baat bij een levende gemeenschap.
Maar dan moet het wel een liefdevolle en genadige gemeenschap zijn waarin we elkaar niet zomaar de maat nemen. Dat zit mooi verweven in het tweede fragment. Hoe vaak moet ik iemand vergeven, vraagt Petrus? Wel zeven maal? Met zijn antwoord overdondert Jezus hem volledig. Niet zeven maal, Petrus, maar zeventig maal zeven maal. Dat is even schrikken. Goed, het is geen gebod om eindeloos te blijven vergeven. Dat kan niet en zou ook niet gezond zijn. Denk aan de onvergeeflijke misdaden in de Tweede Wereldoorlog, denk vandaag de dag aan gewetenloze criminelen die geen enkele spijt tonen. Nee, een wereld van enkel vergeving  wordt onleefbaar – kan een filosoof als Levinas ons vertellen. Je hoeft niet zomaar te vergeven, heb ik al eens in een preek gezegd, zeker niet als iemand er niet om vraagt. Wanneer die ander geen berouw toont en niet vraagt om vergeving, waarom zou je dat dan willen geven? Nee, het wordt pas lastig als iemand die je diep gekwetst of gekrenkt heeft, vol spijt voor je staat en er oprecht om vraagt. Dan moet je diep bij jezelf te rade gaan of je die stap kunt maken.
Waar het Jezus om gaat, is een gemeenschap waarin we elkaar royaal aanvaarden en dan vergevingsgezind zijn als er fouten worden gemaakt en elkaar dus niet steeds de maat nemen. Juist dat zie je vaak gebeuren in deze tijd. Mensen speuren naar andermans fouten en genieten ervan elkaar aan de schandpaal te nagelen. Minister Grapperhaus kan erover meepraten. Los van hoe je over zijn uitglijder denkt, zie je hoe in de politiek en samenleving meer en meer een ongenadige sfeer ontstaat. Van elkaar hard afrekenen op eventuele missers. Gevolg is dat het onderlinge wantrouwen groeit. Kerken met hun onderlinge strijd weten er helaas alles van maar hebben ondertussen ook hun leergeld betaald. Vandaag de dag kunnen we laten zien hoe het anders kan. Hoe we met elkaar en anderen willen leven in een sfeer van onderling vertrouwen, van elkaar aanvaarden en, als het even kan, ook elkaar vergeven. Zo’n hartelijke gemeenschap, waarin Hij zelf in ons midden is, stelt Jezus ons voor ogen. Dat hoort bij het goede leven dat Hij ons belooft. Amen


 
terug