Preek van zondag 18 oktober 2020 Preek van zondag 18 oktober 2020

God en de keizer
 

Hoe staat Jezus ten opzichte van de keizer, in zijn tijd Tiberius, de opvolger van Augustus. Hoe kijkt Hij aan tegen deze Romeinse bezetter van Israël? Vanuit onze lezing is dat moeilijk te peilen, in Matteüs 22 wordt dat niet zomaar duidelijk. Dit fragment, aldus een van de commentaren, ‘heeft de exegese alle eeuwen door veel hoofdbrekens gekost’. Is Jezus een fel tegenstander van de Romeinse keizer, die als wereldheerser zo’n beetje meent God zelf te zijn. Of laat die keizer hem min of meer koud en is Jezus met heel andere dingen bezig? Niet met dat Romeinse Rijk maar met het koninkrijk van God waarin alle dingen anders en nieuw worden? Het draait allemaal om die mysterieuze uitspraak: ‘Geeft aan de keizer wat van de keizer is, en geef aan God wat hem toebehoort’? Is dit een simpele boedelscheiding, waarbij ze allebei hun deel krijgen? Moet je ze dus tegelijk gehoorzamen: God in je privéleven en de keizer, de overheid, in het publieke domein? Of anders om de beurt: God op sabbat of zondag, en de keizer doordeweeks? Of is het juist een radicale uitspraak en kijkt Jezus hier uiterst kritisch naar de keizer. Zo van: als het erop aankomt heeft de keizer nergens recht op. Want niets is van hem, alles behoort aan God! Zou dat misschien de verborgen, bijna revolutionaire boodschap zijn?

Hoe dan ook, Jezus zit in een lastig parket. Want deze vraag is echt een valstrik: mag een vrome jood belasting betalen aan de keizer? Zegt Jezus ‘ja’, dan geldt Hij voor veel van zijn volksgenoten als een verrader. Ziet Hij niet hoe de Romeinen het volk met forse belastingen het mes op de keel zetten? Zou Hij dat door de vingers zien, dan verliest Jezus bij velen zijn gezag. Maar zegt Hij ‘nee’, dus geen belasting naar de keizer, dan kunnen zijn tegenstanders hem gemakkelijk aanklagen. Vanwege revolutionaire sympathieën, vanwege opruiing van het volk. Zo was dat al zo vaak gegaan. Bijna altijd begon het verzet tegen een bezetter op deze wijze: met de weigering belasting te betalen. In 300 jaar overheersing, las ik ergens, waren er maar liefst 62 joodse opstanden. Daarvan begonnen er 61 met een campagne tegen knellende belastingen. Joden weigerde die te betalen en kwam in opstand. Met alle gevolgen van dien. Dat is de strik die hier voor Jezus wordt uitgezet. Elk antwoord is fout, deze val is nauwelijks te omzeilen. Hier op het tempelplein van Jeruzalem zit Jezus in de tang. Aan de ene kant de hoopvolle ogen van het volk: steunt Hij het verzet en gaat Hij ons bevrijden? Aan de andere kant de spiedende ogen van de Romeinen en de tempelpolitie, klaar om hem op te pakken. Ze houden hem al tijden scherp in de gaten.

Maar dan is er opeens dat heldere maar tegelijk ook ondoorzichtige en verwarrende antwoord: ‘Geef aan de keizer wat van de keizer is, én ‒ of scherper vertaald: máár ‒ maar geef aan God wat hem toebehoort’. De vragenstellers staan paf en druipen af.

Wat moet je met dat antwoord, wat bedoelt Jezus? Leven we als gelovigen in twee werelden tegelijk? Twee levenssferen, met elk hun eigen wetten en patronen? Dat is ongeveer de visie van Maarten Luther, de grote reformator. Voor hem zijn we inderdaad burgers van twee werelden: een zichtbaar aards rijk, met z’n eigen wetten en regels, en een onzichtbaar hemels koninkrijk, waarin het evangelie de toon zet. Als gelovige doe je in die beide werelden mee, en accepteer je dat daarin verschillende spelregels gelden. Zo kan het dat je op zondag in de kerk hoort hoe belangrijk het is genadig te zijn en iemand zijn schuld kwijt te schelden, maar ervaar je doordeweeks dat dit vaak niet kan. Want een rechter moet iemand zonder veel genade namens de overheid veroordelen voor zijn misdaden. En een zakenvrouw moet zonder aanziens des persoons gewoon haar geld innen, wil ze niet failliet gaan. Ja, zo werkt nu eenmaal in de wereld van de rechtspraak en de economie.

Op zich is die verdeling van Luther dus niet zo dwaas. Wel lopen gelovigen, als ze in die twee werelden leven, het gevaar van een soort gespletenheid of een dubbele moraal. Ze hebben op zondag de mond vol van de liefde van Christus, maar brengen die op maandag niet in praktijk. Doordeweeks kunnen ze in het zaken doen bikkelhard zijn of in de politiek uitgekookt en achterbaks, omdat iedereen zo handelt. Of een extreem voorbeeld uit de oorlog: in het sterk Lutherse Duitsland kon het gebeuren dat christenen op zondag vroom zaten te zingen en te bidden, en op maandag als nazi’s de joden vervolgden. Ze kunnen die twee werelden dus ook stevig met elkaar in botsing komen. In allerlei situaties red je het niet met die twee rijken van Luther. En ik denk ook niet dat je Jezus’ woorden in die zin kunt uitleggen en invullen.

Maar wat beoogt Jezus dan wel? Hij geeft hier geen tijdloze visie maar vooral een praktische richtlijn. Met die keizer, die bezetter, lijkt Hij te zeggen, moeten we het helaas doen. In verzet komen heeft vaak geen zin en leidt dan alleen maar tot bloedvergieten. Dus betaal, als het kan, gewoon je belasting en houdt die keizer verder op afstand. Dat is de gereserveerde houding die Jezus hier bepleit. Geef een stoorzender niet teveel ruimte in je leven. Geef die keizer het geld waar hij zo dol op is en houdt hem verder zoveel mogelijk buiten de deur, want meer is die stoorzender niet waard. Dat echter wordt heel anders als het om je relatie met God gaat. Want die relatie vraagt juist wel om overgave en toewijding, daar is zo’n gereserveerde houding juist niet op z’n plaats. Geef God wat hem toebehoort ‒ dat gaat om je leven en de talenten die je kreeg. Talenten waarmee je God en ook elkaar dient. Dat gaat om je inzet voor vrede. gerechtigheid en een nieuwe aarde. Om oprechte ongeveinsde aandacht, niet alleen voor je vrienden maar ook voor de onbekende vreemdeling die zomaar je pad kruist. En wat God toebehoort, is dat ook niet je dank voor het leven, zelfs in tijden die niet rooskleurig of ronduit moeilijk zijn. Zelfs dan kun je iets tonen van dank, omdat je het leven ondanks alles toch als zinvol ervaart.

Hoe zo’n leven met God eruit ziet, kan Jezus ons leren. Zelfs zijn tegenstanders beamen dat. ‘Meester’, zo beginnen ze stroperig, voordat ze hun strikvraag stellen, ‘wij weten dat u in alle oprechtheid onderricht geeft over de weg van God.’ Mooi gezegd, het gaat Jezus inderdaad om de weg van God, precies die weg wil Hij ons leren. Later zullen de eerste christenen ook zo genoemd worden. In het boek Handelingen heten ze ‘mensen van de weg’. Jezus laat zijn volgelingen graag zien dat geloven een weg is. Dus niet statisch stilstaan bij ‘zo is het’, maar dynamisch op zoek gaan naar ‘hoe het kan worden’. In elke nieuwe situatie je weer afvragen wat Gods bedoeling is en wat zijn liefde van je vraagt. Op die manier zoeken gelovigen in het voetspoor van Jezus een weg met God en elkaar. Met alles wat we ooit ontvangen hebben, met alles wat we nu in ons hebben. Met heel ons hart, onze ziel, ons verstand en onze kracht, zo leert Jezus ons zelf. Heel ons mens zijn doet er in mee.

Dan nog dit, gemeente. ‘God versus de keizer’ is ook een keuze tussen liefde en macht. Eeuwen lang  heeft de kerk van beide walletjes willen snoepen. Sinds de tijd van keizer Constantijn ambieerde ze zowel geestelijke als wereldlijke macht. De paus werd de grote concurrent van de keizer. Vaak wordt dit gezien als de zondeval van het christendom, want op deze wijze is het evangelie dikwijls verloochend. Vandaag de dag is van die wereldlijke macht nog maar weinig over, en dat kon wel eens een grote zegen zijn. Want we zijn wel klaar met een kerk die machtspelletjes speelt en die wil heersen of dwingen. In deze tijd van secularisatie worden we teruggeworpen op wat de kern van het evangelie is: niet heersen maar dienen. Een kerk waarin de liefde regeert. Dat is de weg die we vandaag de dag zoeken, en daarop zijn onder andere diakenen en ouderlingen ons behulpzaam. Op die weg heeft Martin Smits ons als voorzitter van de kerkenraad de afgelopen jaren bij de hand genomen, en die belangrijke taak neemt Toos Maass vanaf vandaag van hem over. Dat is goed nieuws! Maar laten we niet vergeten dat het een leerschool voor heel de gemeente, voor ons allemaal is. Laten we God geven wat hem toebehoort, en laten we van Jezus leren hoe we die weg van en met God kunnen gaan. Met overgave en toewijding. Amen.
terug