Preek van zondag 4 juli 2021 Preek van zondag 4 juli 2021

Gamaliël
 

In Handelingen 5 is het Gamaliël, een wijze Farizeeër, die op het juiste moment ingrijpt. Als de gemoederen hoog oplopen, voorkomt hij een totale escalatie tussen het Sanhedrin en de volgelingen van Jezus. Hij staat dan ook in een traditie van grote rabbi’s. Deze Gamaliël is de kleinzoon van Hillel, de joodse leermeester die school maakte als liberaal uitlegger van de Thora. Als het om de wet van Mozes gaat, pleit hij vaak voor ruimte en tolerantie. Daarnaast was er ook een orthodoxe school – het is net de Grote Kerk van Wijk ‒ die zich liet zich inspireren door rabbi Sjammai, een tijdgenoot van Hillel en ook van Jezus, die de wet strikter interpreteerde. Verder kende het jodendom naast deze Farizeeërs de Sadduceeërs, vaak priesters uit hogere kringen, die binnen het Sanhedrin een sterk conservatief blok vormden. Zij waren vooral mensen van Law & Order die de Romeinen te vriend wilden houden en alles wat naar verzet of opstand riekte de kop in drukten. Het was dan ook het door Sadduceeërs gedomineerde Sanhedrin dat aandrong op de doodstraf voor Jezus en hem doorspeelde aan Pontius Pilatus.

Nu staan niet veel later Jezus’ volgelingen voor deze Hoge Raad, een imponerend gezelschap met 70 leden. Ze zien zichzelf als hoeders van het jodendom maar voelen zich uitgedaagd en bedreigd door de twaalf apostelen. Die verkondigen overal vrijuit dat in Jezus de messias is gekomen en dat Hij na zijn kruisiging is opgestaan uit de dood. En op zich ‒ moeten we weten ‒ was zo’n boodschap niet verboden binnen het jodendom van toen. Zo geloofden de Farizeeërs eveneens in een opstanding na de dood, misschien niet voor iedereen maar in elk geval voor gelovigen, met name voor martelaars die stierven voor de goede zaak. En wat ook niet vreemd was: er waren vaker charismatische mensen geweest van wie gezegd werd dat ze misschien wel de messias waren. In zijn rede noemt Gamaliël twee vrij recente gevallen, Teudas en Judas. Allebei kregen ze hun volgelingen, Teudas zo’n 400. Maar ze vonden de dood en hun aanhang viel uiteen en verdween in het niets. Dat echter geldt niet voor de volgelingen van Jezus, Lucas vertelt dat hun aantal juist groeit door de verkondiging en geestkracht van de apostelen. En daarbij tasten ze het gezag van het Sanhedrin aan met een beschuldigende vinger. ‘Jullie hebben hem vermoord en laten kruisigen’, horen we een onverschrokken Petrus zeggen als hij in hun midden het woord voert. Met als gevolg dat het Sanhedrin zo’n beetje ontploft en de daar aanwezige apostelen meteen ter dood wil laten brengen. Totdat Gamaliël opstaat en de boel tot kalmte maant met zijn wijze woorden.

Petrus speelt dus hoog spel. Ook met zijn uitspraak dat je ‘God meer moet gehoorzamen dan de mensen’. Bijzonder, dat zijn geen woorden van een oudtestamentische profeet maar van Socrates, de Griekse wijsgeer die 400 jaar eerder veroordeeld werd tot het drinken van de gifbeker. Kende Petrus zijn klassieken, vraag je je af, is dit een knipoogje van Lucas? Hoe dan ook, het zijn best gewaagde woorden. Want het klinkt al snel als: ik ken als enige de wil van God. Ja, toevallig zijn God en ik allebei van mening dat... en dan volgt je eigen visie. Zo kun je God claimen en voor je karretje spannen. Evangelicalen kunnen er een handje van hebben, zo van: ik heb het in mijn gebed met God besproken, of ik heb een rechtstreeks lijntje met de Geest, en nu weet ik dat niet anderen maar ik gelijk heb. Op zo’n manier ben je meer gehoorzaam aan jezelf dan aan God. Maar soms heb je deze woorden nodig om een bres te schieten in het stugge, massieve eigen gelijk van een ander. Zoiets lijkt Petrus hier te doen. Sanhedrin, zegt hij dan, je denkt dat je God gehoorzaamt, maar het is allemaal mensenwerk, om niet te zeggen broddelwerk. Jullie zitten op dood spoor. Weet je wie echt gehoorzaam en met hart en ziel toegewijd was aan God? Dat was Jezus, de man uit Nazareth, die jullie uit de weg lieten ruimen maar wij als levende Heer blijven volgen. Zie hoe zijn Geest onder ons werkt in woord en daad, zie hoe heilzaam en bevrijdend zijn boodschap is. Als jullie dat niet willen zien, nou dan stelt jullie gezag bitter weinig voor. Daarom moet ik God meer gehoorzamen dan jullie als Hoge Raad. Zo zet een bevlogen Petrus, die niet altijd bekend staat om zijn tact, de zaak hier op scherp.

Net voordat de zaak uit de hand loopt, grijp Gamaliël in. Laten we geen domme dingen doen, stelt deze wijze rabbi voor aan het Sanhedrin, laten we het even op z’n beloop laten. Is het uit mensen, dan zal het vuurtje uitdoven, net als bij Teudas en Judas. Maar is het toch uit God, dat wat Jezus heeft losgemaakt, dan zal het heilzaam blijken en is het niet te stoppen. En dan is het een grote fout dit te bestrijden. Want dan verzetten we ons tegen God zelf. Zo schept Gamaliël de ruimte waarin mensen tot bezinning komen en hun oordeel opschorten. Het doet me denken aan een bekende uitspraak van Jezus: oordeel niet opdat je niet geoordeeld wordt. Ook die wijze woorden klonken deze ochtend. Bij Jezus is dat geen verbod om kritisch te zijn en op den duur iemand de waarheid te zeggen. Want dat kan Jezus zelf ook doen. Zo spreekt Hij ‒ in ons fragment uit Lucas 6 ‒ over huichelaars, die wel de splinter in het oog van de ander zien maar niet de balk in hun eigen oog. Wie lijdt aan zo’n gebrek aan zelfreflectie, die krijgt van hem het stevige oordeel van ‘huichelaar’ mee. Daar zit geen woord Frans of Spaans bij. ‘Oordeel niet’ is bij Jezus blijkbaar geen totaalverbod, maar een waarschuwing om niet te snel en voorbarig iemand af te schrijven. Nee, durf je oordeel op te schorten. Want voor je het weet, zit je fout en heb je teveel vanuit jezelf, je eigen perspectief en vooroordeel gehandeld. Dan ben je kortzichtig en heb je iemand niet de kans gegeven te laten zien wie hij of zij werkelijk is. En voor je het weet, ga je ook zo’n te vroeg geveld oordeel verdedigen, in plaats van het te heroverwegen en te corrigeren. Zo kunnen oordelen, gevoed door kortzichtige vooroordelen, uitlopen op langdurige misverstanden en vetes. Loop ze maar eens na in je eigen leven.

Dat speelt niet alleen op persoonlijk maar ook op maatschappelijk vlak. Ik denk bijvoorbeeld aan hoe in Nederland naar moslims wordt gekeken. Er zijn mensen die hun oordeel al snel klaar hebben: de islam zou niet in Nederland passen en zelfs een groot gevaar vormen voor onze samenleving. In vaak lompe bewoordingen ‒ we zagen deze week weer een politicus uit de bocht vliegen ‒ wordt dat luidruchtig verkondigd. Aan de andere kant heb je de ‘knuffelaars’, die net zo eenzijdig over de islam spreken als een verrijking van onze cultuur. Zonder dat ze de problemen benoemen waar moslims wel degelijk mee te maken hebben. Vrouwen, homoseksualiteit, democratie, geweld, en zo zijn nog welk een paar kwesties te noemen. We weten nog niet welke kant het opgaat met de islam in Nederland. Zou het, nu er een heilloze polarisatie dreigt te ontstaan, daarom niet beter zijn ons oordeel op te schorten, en de moslims in ons midden eerst maar eens de tijd te geven hun eigen weg te vinden. Daar zijn de meesten van hen, met name de jongeren, trouwens al lang mee bezig. En dan is de kans groot dat er gaandeweg zoiets ontstaat als een Westerse islam, waarin moslims enerzijds hun eigen traditie in ere houden en tegelijk de westerse vrijheid en cultuur niet afwijzen. Laten we ons oordeel dus opschorten, is het voorstel dat ik hier doe zonder het in stemming zal brengen.

Ik keer nog even terug naar Gamaliël. Over hem is later in de kerkelijke traditie verteld dat hij in het geheim het christelijk geloof omarmd had en zich had laten dopen door Petrus en Johannes. En dat hij dit verborgen hield zodat hij binnen het Sanhedrin zijn medechristenen kon helpen. Leuk bedacht maar daar geloof ik weinig van en ik zou er ook niet meteen blij mee zijn. Want het heeft iets anti-joods, zo van: wijze joden worden christen, domme joden weigeren dat. Ook wekt het de suggestie dat alleen onder christenen wijze mensen te vinden zijn. Nee, laat Gamaliël vooral een wijze joodse rabbi blijven. En laten wij als christenen beseffen dat er ook elders veel wijze mensen rondlopen, binnen de andere godsdiensten en ook buiten de religieuze tradities. Dat bevrijdt ons van een simpel verkondigd eigen gelijk, en maakt ons open voor een echte dialoog met anderen. Daar kun je alleen maar van leren. Zoals we vandaag iets konden leren van de wijsheid van een joodse rabbi, van Gamaliël. Amen

 
terug