Preek van zondag 28 augustus 2022 Preek van zondag 28 augustus 2022
Aanhoudend bidden om de Geest
 
‘Met drift kom je nergens, met geestdrift overal’. Zo’n korte wijsheid noem je een aforisme. Jan Boerwinkel, die hier vandaag afscheid neemt, speelt na de verkondiging ‘Aphorisme’ van Bert Matter

In het gebed dat Jezus ons heeft geleerd, laat Hij ons God met ‘vader’ aanspreken. En Hij niet alleen, nee, Hij lijkt dat over te nemen van Johannes de Doper. Want daar vroeg iemand om: leer ons bidden zoals Johannes het zijn leerlingen leerde. Ook Johannes kon God blijkbaar met ‘Abba’ of ‘Abinoe’ – onze vader − aanspreken. Dat was in het jodendom van die tijd niet ongebruikelijk, en christenen zijn in dat voetspoor doorgegaan. In de omliggende culturen was dat niet aan de orde: daar waren goden vaak onberekenbare figuren die het grillige lot bepaalden en die je niet op vertrouwelijke voet aansprak. De Grieken noemden Zeus en andere bewoners van de Olympus niet zomaar vader. Germanen zouden dat nooit met Wodan en Donar doen. Trouwens, ook in kringen van moslims, zo las ik, is het letterlijk en figuurlijk ongehoord om Allah als vader aan te spreken. Johannes, Jezus en andere rabbi’s deden het wel, en als christenen doen we het nog altijd. Het getuigt van een bijzondere intimiteit met de Eeuwige, een vertrouwelijkheid waarin je alles kunt delen. Niet alleen je lof en dank, ook je alledaagse zorgen en problemen, en niet te vergeten je vragen, je opstandigheid en protest.

Dat laatste ook. Je mag God ook keer op keer bestoken met wat je hoog of dwars zit. Dat blijkt uit het verhaal dat Jezus aansluitend vertelt. Daarin wordt iemand midden in de nacht lastig gevallen door een vriend die drie broden wil lenen. De man heeft een late gast op bezoek gekregen maar niets in huis. Dat is in die tijd een groot probleem omdat hij niet kon voldoen aan de in het oosten alom aanwezige gastvrijheid. Zoals deze broodloze gastheer zonder schaamte de nachtrust van zijn vriend verstoort en maar blijft aandringen, zo mogen wij volgens Jezus onophoudelijk aankloppen bij God. Met onze nood en ook met ons protest tegen wat niet klopt in deze wereld, zoals het onrecht en geweld.

In onze ogen kan dat een vreemde manier van bidden zijn die ons niet meteen aanspreekt. Want wat wil je daarmee bereiken, je kunt bij God toch niets afdwingen of forceren? En verwacht je dan geen onmogelijke dingen van je gebed terwijl je weet dat er niet zomaar iets gebeurt of verandert? Ja, lijken we op die manier niet op jengelende kinderen die net zolang doorzeuren totdat ze hun zin krijgen? Menigeen zal deze korte gelijkenis ervaren als een voorbeeld dat geen navolging verdient. Toch is het de moeite waard hier dieper in door te dringen. Wat Jezus hier leert, past helemaal in de joodse traditie van choetzpah (een woord dat vast wel eens voorbij is gekomen in het leerhuis van Hans). Je kunt choetzpah vertalen als een ‘vergaande vrijmoedigheid’, ook in de richting van God. Denk bijvoorbeeld aan Abraham die het opneemt voor Sodom, de verdorven stad die God wil verwoesten vanwege alle onrecht die daar huist. Ondanks alles blijft Abraham aandringen en volhouden: Heer, ziet U ervan af als er nog vijftig onschuldigen wonen, of veertig, dertig, twintig, ja ook als er nog maar tien rechtvaardigen zijn… Op die manier blijft hij aankloppen bij God. Het enige verwijt dat je hem zou kunnen maken, zeggen sommige rabbijnen, is dat hij niet verder durfde te gaan. Had Abraham niet pas bij vijf, twee of één moeten stoppen?

Ik moest denken aan staatssecretaris Eric van der Burg die in de afgelopen weken eindeloos bij gemeenten heeft aangeklopt. En zie daar, onder andere hier in Wijk is opeens tijdelijke opvang voor 100 asielzoekers geregeld. Ze zijn al gearriveerd op sportpark Mariënhoeve, het is zomaar gelukt. Ook moest ik denken aan politica Marianne Thieme, die haar bijdragen in de Tweede Kamer steevast afsloot met: ‘voorts ben ik van mening dat er een einde moet komen aan de bio-industrie’. Ze deed dat naar het voorbeeld van de Romeinse senator Cato, die continu waarschuwde voor het grote gevaar van vijand Carthago. Van hem wordt gezegd – al is dat historisch onzeker − dat hij, los van wat er net in de senaat besproken was, elke redevoering afsloot met de volzin: ‘Voorts ben ik van mening dat Carthago vernietigd moet worden’. Dat hebben de Romeinen inderdaad op een gegeven moment gedaan, maar ook is de stad later, op bevel van een zekere keizer Augustus, weer door hen opgebouwd. Vandaag de dag denk je dan: misschien had er in het westen wel een politicus moeten zijn die continu bleef herhalen − voorts ben ik van mening dat we Vladimir Poetin scherp in de gaten moeten houden. Misschien had de verwoestende oorlog, die nu al een half jaar duurt, dan voorkomen kunnen worden.

Choetzpah kennen wij als ‘gotspe’, een woord dat zoiets betekent als 'uiterst gewaagd', tegen het brutale aan of 'vergaand schaamteloos'. Tegenwoordig heeft dat vaak een negatieve klank, maar in de Bijbel niet, noch bij Abraham, noch bij Jezus. Denk ook aan Job, die in het naar hem genoemde bijbelboek eindeloos zijn zaak blijft bepleiten. Hij is alles kwijt maar heeft al die rampspoed niet verdiend, roept hij uit naar zijn vrienden en ook naar God. Die vrienden vinden dat Job eigenlijk moet zwijgen of anders wel een toontje lager zou moeten zingen. Maar als de Eeuwige ten slotte zelf het woord neemt, dan zegt Hij heel verrassend: niet die vrienden, nee, alleen mijn dienaar Job heeft juist over mij gesproken! We mogen God dus uitdagen als Job, op het schaamteloze af. Ook vandaag de dag, ook als we niet meteen een antwoord of oplossing verwachten. Maar al biddend delen we onze eigen nood en die van de wereld met de Eeuwige. We leggen ons er niet bij neer, we roepen het hem toe, vol verlangen naar gerechtigheid, naar de nieuwe wereld die Hij ons belooft.

We doen dus niet aan voortijdige berusting. Met het woord berusten is menigeen opgevoed, terwijl het in de Bijbel niet bestaat. In geen van de 66 bijbelboeken kom je het tegen, las ik deze week nog. Wel het woord ‘rusten’ in de zin van rusten in God en bij hem kracht zoeken en iets van vrede vinden. Maar berusting, nee, dat leren we niet van Jezus. Het vandaag de dag al te populaire, bijna fatalistische ‘het is zoals het is’, komt niet uit het evangelie. Nee, ga bij alles wat niet klopt maar door met appelleren en vragen stellen, ook aan God.

Nog twee opmerkingen bij de korte gelijkenis van Jezus. Om te beginnen dit: de man, die onverwacht bezoek heeft gekregen, doet het niet voor zichzelf. Het gaat om zijn gast die hij op oosterse wijze gastvrij wil ontvangen. Maar helaas, hij heeft geen brood in huis en valt daarom midden in de nacht een vriend lastig. Zoiets geldt ook voor Abraham, hij pleit niet voor zichzelf maar voor zijn neef Lot en het handje vol rechtvaardigen in Sodom. Op die manier pleit hij eigenlijk voor heel die stad. Zo mogen we als kerk instaan, niet alleen voor elkaar maar voor heel deze wereld. Een wereld die we niet afschrijven maar die ons aan het hart gaat, een wereld waar we ons keer op keer oprecht zorgen om maken. Zonder dat we vergeten te danken voor al het goede dat we daarin tegenkomen, ook dat blijven we doen. Maar tegelijk blijven we God aanspreken op alle nood en onrecht. We roepen hem toe: laat ons daarin niet alleen, zie onze onmacht, en schenk ons telkens nieuwe moed en inspiratie. Ja, beziel ons telkens weer met uw heilige Geest.

Dat brengt me bij de tweede opmerking. Het verhaal van Jezus loopt uit op de heilige Geest. Die zal God ons zeker schenken – belooft Hij − als we hem daarom vragen. Dat bedoelt Jezus als Hij leert: wie vraagt zal ontvangen, wie zoekt zal vinden. Zulke uitspraken kunnen lelijk schuren, want hoe vaak gebeurt zoiets juist niet. Je zoekt als alleengaande al jaren een geschikte partner zonder dat het lukt. Je hebt tegen de klippen op gebeden, om liefde, om gezondheid, om omkeer bij een agressieve partner zonder dat er iets veranderde. Soms gebeurde zelfs het tegendeel. Een ziekte werd dodelijk, een relatie liep op de klippen. Of de deur waarop je eindeloos geklopt hebt, bleef hermetisch gesloten. Daarover gaat het hier dus niet. Nee, als we God iets vragen, dan is de kracht en nabijheid van zijn Geest. Om troost en goede moed, om wijsheid en inzicht, om al die geestelijke gaven die zo rijkelijk aanwezig zijn in de persoon van Christus.

Iets van die geestkracht en geestesadem hebben we hier jaren kunnen delen met Jan Boerwinkel. Hij inspireerde ons met zijn muziek en liet ons graag uitbundig zingen. En zingen, weten we van dichter Willem Barnard, dat is tweemaal bidden. Zingend doet alles mee, niet alleen je hoofd en hart maar ook je lijf en leden. Zo voeren we in ene levende relatie ons voortgaande gesprek met de Eeuwige. We willen hem loven en danken, maar blijven God ook aanspreken op het onrecht op aarde en de nood van deze wereld. ‘Geef vrede , Heer, geef vrede’, zingen we straks na ons gebed. Biddend en zingend openen we ons voor de Geest die in ons haar heilzame werk kan doen. En wat is het dan mooi als je, zoals Jan Boerwinkel, de instrumenten bespeelt die dat bemiddelen. Ja, dan word je zelf ook een instrument van God, instrument van de Geest die ons troost en inspireert.

‘Met drift kom je nergens, met geestdrift overal’, daar begon ik mee. Ik zou zeggen: Jan, laat het ons nog eens horen! Amen

Over choetzpah – zie: Bart Gijsbertsen, Een heidense uitdaging.
Uit de hoofdstukken 4, 5 en 6 heb ik enkele dingen gebruikt of geciteerd

 
terug