Preek van zondag 27 november 2022 Preek van zondag 27 november 2022
Tamar

Genesis 38 is een wonderlijk, zo niet bizar verhaal. Niet echt geschikt voor preutse of moralistische mensen. Want iemand als Tamar treft hier geen blaam. Als zij haar lichaam in de strijd gooit en verkleed als prostituee haar schoonvader Juda verleidt, dan leidt dat niet tot een morele veroordeling. Nee, dat blijkt een hele slimme zet, en daarbij staat Tamar volledig in haar recht. Ja, als uit deze gewaagde actie ook nog eens een tweeling voortkomt, dan is dat naar joodse opvattingen een goed teken: een teken van dubbele zegen. Ook God is blijkbaar minder preuts dan menigeen denkt. Het is eerder Juda dan Tamar die seksueel over de schreef gaat, maar ook daar zeurt de Bijbel niet over. Belangrijker is dat er recht gedaan wordt aan een kwetsbare weduwe, in dit geval Tamar, die speelbal was geworden van mannelijke wellust en willekeur.

In dit oude, wonderlijke verhaal draait het om nageslacht en dat is herkenbaar. We weten ook in onze tijd hoe belangrijk een kind kan zijn. Hoe mensen dat ervaren als bekroning van hun liefde. Hoe dat een nieuwe dimensie aan hun leven geeft en andersom, hoe diep het gemis kan zijn en kan blijven, als ze niet komen. Kinderen roepen vaak gevoelens van verwondering en trots op, maar ook van bescheidenheid en dankbaarheid. Want zwanger worden is zeker niet vanzelfsprekend, een kind is niet iedereen gegeven, ook als er tegenwoordig vergaande medische mogelijkheden zijn. In bijbelse tijden spelen daarnaast ook andere factoren mee. De geboorte van een kind, met name van een zoon, betekent dat je naam hier op aarde wordt voortgezet. Zonen bouwen verder aan wat genoemd wordt ‘iemands naam’ of ‘iemands huis’. Zij zijn ook de enigen die kunnen erven, iets dat in meerdere culturen, ook hier in Europa, eeuwenlang heeft gegolden. Dochters hadden in die tijd een heel andere rol. Als ze trouwden, kwamen ze in een andere familie terecht en werden ze daar tot nieuw verworven bezit gerekend. Er was ten slotte een bruidsschat betaald – een vrouw was kostbaar − en die moest rendement opleveren, in de vorm van kinderen, zo mogelijk zonen! Dat lees je terug in dit oude verhaal, als schoonvader Juda zich steeds met Tamar blijft bemoeien, op den duur vooral negatief.

Vandaar die belangrijke regel van het leviraat, het zwagerhuwelijk. Als een man sterft, en de weduwe blijft kinderloos achter, dan zal zijn broer haar tot vrouw te nemen. En de eerste zoon die deze zwager bij die weduwe verwekt, geldt dan als het kind van zijn overleden broer. In onze tijd, met z’n sterk romantische kijk op het huwelijk, moeten de meesten daar niet aan denken – verplicht trouwen met je zwager of schoonzus. Maar destijds ging men heel anders om met deze dingen. Een man kon, ook al was hij al getrouwd, er nog een vrouw bijnemen. En liefde was geen noodzakelijke basis voor een huwelijk maar groeide hopelijk door de jaren heen. Sociaal gezien was dat alles uiterst belangrijk, want er was niet zoiets als een vangnet van de overheid, geen Algemene Nabestaanden Wet. Een weduwe zonder volwassen zonen was erg kwetsbaar, en keerde vaak, zoals ook Tamar deed, terug naar haar ouders – zo lang die leefden. Maar wie beschermt haar daarna tegen de armoede en de mannelijke willekeur van die tijd? Zo kwam een weduwe nogal eens in de prostitutie terecht.

Ondertussen, gemeente, begrijpen we ook het probleem van Onan, de tweede zoon van Juda. Als hij Tamar tot vrouw neemt en bij haar een zoon verwekt, geldt die niet als van hemzelf. Die jongen geldt als de zoon van zijn overleden broer en zal er later ook nog eens met een flink stuk van de erfenis vandoor gaan. Want de oudste zoon - of anders diens zoon - kreeg in die tijd een dubbel deel van de erfenis, dus twee keer zoveel als de anderen. Stel dus dat vader Juda overlijdt en − zeg eens − € 12000 nalaat. Dan zou Onan, die na het overlijden van zijn broer de oudste is geworden, daarvan € 8000 krijgen en zijn broertje Sela € 4000. Maar dat wordt anders als hij bij Tamar een zoon verwekt. Want dan ontvangt die jongen het dubbele deel van zijn overleden vader − € 6000 − terwijl Onan en Sela elk nog maar € 3000 krijgen. Dat is voor Onan een flinke aderlating, hij valt in ons geval terug van € 8000 naar € 3000. Dat is minder dan de helft. Kijk, solidariteit is mooi, maar hier heeft Onan geen trek in. Erfkwesties, nog altijd kunnen ze families verdelen en het slechtste in een mens naar boven roepen. Money, money, money…

Het eigenlijke probleem is dan ook niet dat Onan hier – wat wij op zondag nooit doen − voor het zingen de kerk uitgaat. In medisch jargon: coïtus interruptus, nog altijd een beproefd maar risicovol voorbehoedsmiddel. Nee, deze Onan blijkt een heel berekenend mannetje dat zijn verantwoordelijkheid niet neemt. Hij wil wel de lusten maar niet de lasten. Hij vrijt met Tamar, maar doet dat enkel voor zijn eigen genot en bezwangert haar niet. Hij gunt haar niet waar ze naar verlangt: een zoon die haar niet alleen de vreugde van het moederschap geeft maar ook een naam en een toekomst. Onan is zo’n man die in onze maatschappij alle subsidiepotten weet te vinden, maar steeds weer afgeeft op de sociale voorzieningen. De zorg voor de kwetsbaren, de wees en de weduwe, de oudere of de vreemdeling, die kun je hem maar beter niet toevertrouwen. Nee, hier zien we een mens die vooral met zichzelf bezig is.

Het gaat in dit verhaal dus niet over seksuele vergrijpen. Goed, als Juda, die weduwnaar is, meent Tamar als troostmeisje te kunnen gebruiken, is dat verre van hoogstaand. Maar hij pleegt bijbels gezien geen echtbreuk en betaalt er netjes voor met een geitenbokje. Evenmin, gaf ik al aan, wordt de gewaagde verleidingsact van Tamar hier veroordeeld. Eerder wordt ze als een moedige vrouw gezien die zelf het haar aangedane onrecht herstelt. Ze is als slimme meid helemaal op haar toekomst voorbereid. Zelfs een feministisch blad als Opzij gaf een paar jaar geleden lezeressen het advies af en toe hun charme en vrouwelijkheid in de strijd te gooien. Zoiets had Tamar zo’n 3000 jaar geleden al door, ze was haar tijd ver vooruit.

Waar het hier om gaat, is dat er recht wordt gedaan. Ook al worden er nogal kromme wegen bewandeld. Maar dat komt bijeen in het slot: Juda erkent dat hij Tamar onrecht heeft gedaan. Eerst waren het zijn zonen en vervolgens hijzelf die niet wilden deugen. Tamar was niet de femme fatale die weg moest, of de heks die wel verbrand (of gebrandmerkt) kon worden. Het was aartsvader Juda zelf die tot inkeer moest komen, hij was zelf een zijweg ingeslagen en het spoor bijster geraakt. En dat geeft hij ruiterlijk toe als hij ten slotte erkent: Tamar stond in haar recht, ik was zelf de schuldige. Dat is de messiaanse weg − daarom staan al deze mensen in het voorgeslacht van Jezus, met een speciale vermelding voor Tamar. In hun voetspoor leren we ook van Jezus over en weer voor elkaar in te staan, liefdevol en rechtvaardig. Jezus daagt je uit, als dingen niet goed waren, dat eerlijk toe te geven en je leven te veranderen. Van deze Jezus, de ware zoon van Tamar en Juda, ja van heel Israël en van alle volken, leer je de messiaanse weg van vergeven en verzoenen. Die weg biedt leven en toekomst aan de kerk en aan de wereld, zoals eerder aan Peres en Zerach, de tweeling van Tamar.
Ten slotte dit: aan het einde van dat geslachtsregister noemt Matteüs de naam van Maria. Bij haar hoop ik op Kerstochtend stil te staan. Eigenlijk weten we niet zoveel over deze moeder van Jezus. Maar je kunt Maria vergelijken, krijgen we vandaag mee, met een sterke vrouw als Tamar. En ook met Rachab, Ruth en Batseba, de andere drie vrouwen die Matteüs noemt. Vrouwen die zich niet klein lieten maken. Vrouwen, die zoals Maria in haar lofzang bezingt, hebben ervaren dat God zomaar machtigen van de troon stoot en geringe mensen aanzien geeft. Dat loflied van Maria kun je rustig het lijflied van Jezus noemen. Want Hij zal hetzelfde doen. Geringe mensen geeft Hij aanzien. Amen

 
terug