Preek van zondag 27 maart 2022 Preek van zondag 27 maart 2022
De zoon die vertrekt en terugkeert
 
Meer dan me lief is houdt de persoon van Poetin me bezig. Wat gaat er schuil achter dat strakke gezicht en die afwezige blik? En hoeveel angst en onzekerheid verbergt hij met zijn stoere vastberadenheid? Bij de gelijkenis van Jezus moest ik ook weer aan hem denken. Heeft ook Poetin niet de trekken van die verloren zoon die de banden met anderen heeft doorgesneden? Die er in korte tijd een enorme puinhoop van gemaakt heeft, niet alleen in Oekraïne maar ook in eigen land, en nu dreigt weg te zinken in de modder? En is er een kans dat hij, net als die jongste zoon, gaat inzien dat hij op dood spoor zit en moet terugkeren van zijn heilloze weg? Het is belangrijk om die uitweg voor Poetin open te houden, hoor je van alle kanten. Want als hij verder geïsoleerd raakt, kon deze kat in het nauw wel eens hele rare en nare sprongen maken. In de media gaat het iets te vaak over de mogelijke inzet van chemische, biologische en zelfs kernwapens. Daar moet je niet aan denken. Als deze oorlog uitloopt op een patstelling of zelfs een pijnlijke afgang, dan is het belangrijk hem een uitweg te bieden, zonder al te grote vernedering. Een terugkeer in het huis van ‒ zeg ik maar even ‒ de minder gewelddadige volkeren. Al zal Poetin nooit meer kunnen voorkomen dat de wereld de rol gaat spelen van de oudere broer die hem voor altijd met grote achterdocht zal bekijken. Want deze barre, zinloze oorlog ‒ met zo veel leugens en ook repressie in eigen land ‒ zullen we niet licht vergeten.

Zoals u merkt kan ik enige sympathie voor de oudere zoon in de gelijkenis niet verhullen. Een vleugje achterdocht in deze wereld kan geen kwaad. Ja, wat moet je met zo’n vader die zijn jongste zoon, die alle trekken heeft van een profiteur, zonder boe of bah weer welkom heet in de kring? Die zijn oudste zoon, de thuisblijver, nooit verwend heeft met een geitenbokje – wij zouden zeggen: ga een keer gezellig barbecueën of sushi eten. Een vader die blijkbaar ook nooit met hem besproken heeft: mocht je broertje ooit weer op de stoep staan, dan denk ik niet dat ik de deur voor zijn neus dicht sla. Zoon, je zult het niet verstandig vinden, maar kun je daarmee leven? Want ook die jongste is en blijft mijn zoon. Dan had die oudste misschien iets meer begrip kunnen tonen voor de royale gastvrijheid van zijn vader. Nu wordt hij daar lelijk door overvallen en haalt hij af.

Want je zult maar zo’n broertje hebben ‒ ik laat mijn fantasie even de vrije loop ‒ die nooit wilde sporen en thuis continu de sfeer verziekte. Die al vroeg met drank en drugs begon te experimenteren en er niet voor terugdeinsde je voor te liegen en te bestelen. En die op een gegeven moment met een groots gebaar de deur achter zich dicht smeet, zo van: zoek het maar uit, stelletje bekrompen burgers , want ik ga nu echt leven en lekker de vrijheid vieren. Wat doe je dan, als je later hoort dat hij aan lager wal is geraakt, af en toe vast zit, geen vaste woon- of verblijfplaats heeft en zijn uitkering er elke keer snel doorheen jaagt? Ben je dan royaal als die vader in de gelijkenis, die toch iets naïefs heeft, of ben je achterdochtig als die broer? Zo kan deze gelijkenis van Jezus terecht allerlei vragen oproepen, en misschien ook wel oude of verse herinneringen in je eigen leven.

Maar misschien ben ik nu weer te negatief over de jongste zoon. Misschien was hij er wel hard aan toe om het ouderlijk huis te verlaten. Voor veel jongeren is dat heel gezond, als ze het thuis benauwd krijgen of er gewoon aan toe zijn hun vleugels uit te slaan. Opwindend maar ook verwarrend: je gaat op eigen benen staan. Menigeen is met zo’n dubbel gevoel uit huis gegaan. Er is een mooie popsong van Brandon Flowers, de leadzanger van the Killers ‒ geen Russische maar een Amerikaanse band ‒ waarin hij speelt met de motieven in deze gelijkenis. Deze Brandon Flowers heeft een Mormoonse achtergrond (Salt Lake City) maar is op een gegeven moment uit die wereld weggetrokken. Hij was anders dan de jongens, zingt hij, die niet durfden te vluchten. Maar weggaan uit je vertrouwde omgeving gaat niet zonder slag of stoot. Het is spelen met vuur, ‘Playing with Fire’, aldus de titel van dit lied. Onderweg waren er 10.000 demonen die op hem inbeukten. Zo van: doe het niet, ga terug! Maar ook voelde hij  10.000 engelen die hem als het ware vooruitbliezen. Heb moed, zet door! En ik kies dan wel mijn eigen weg, zegt de zanger tegen zijn vader, maar denk niet dat dit een weg zonder God is. Dat blijkt ook wel, want op zijn manier is hij teruggekeerd en weer betrokken geraakt bij de Mormoonse gemeenschap.

Soms is afscheid nemen echt noodzakelijk. Menigeen die een onveilig gezin ‒ denk aan de overbelasting van de jeugdzorg ‒ achter zich liet of een strenge religieuze gemeenschap als de Jehovagetuigen, kan erover meepraten. Dan is het goed te vertrekken en ben je er hard aan toe zelf je leven vorm en inhoud te geven. Is dat ook niet wat de jongste zoon in de gelijkenis doet, kun je je afvragen, en wat de oudste niet echt durft? Die jongste wil gewoon zichzelf ontdekken. En dan is het ook moedig dat deze jongen terugkeert op zijn schreden, als hij daarin vastloopt: door zijn eigen stommiteiten, zijn geldsmijterij, en door niet te voorziene tegenspoed, een hongersnood. Dat hij bij zichzelf te rade te gaan, dat hij onder ogen ziet wat hij moet rechtzetten en dan zijn leven opnieuw een draai van 180 graden geeft. Dat is een prachtig moment in de gelijkenis, deze vier woorden: hij kwam tot zichzelf. In die zelfreflectie zit het draaipunt in dit verhaal. Hij houdt zichzelf de spiegel voor en overziet zijn leven. En hij komt tot het besef: ik kan blijven doormodderen, hier tussen de varkens, maar ik moet opstaan. Ik moet naar mijn vader gaan en oprechte excuses maken. Misschien neemt hij me dan aan als een dagloner. Want meer mag ik niet verwachten. Laat me maar werken als een van zijn knechten.

Eigenlijk gaat het hier om twee momenten met een sterk religieuze lading. Om te beginnen is er dat zelfinzicht. Waar iemand tot zichzelf komt, daar is volgens de Bijbel iets van God in het spel. De Eeuwige die ons graag zelf laat ontdekken wat er anders moet, wat scheef zit in ons leven, waar we vastlopen of onszelf voorbijlopen. God zet ons aan tot zelfreflectie, zonder ons te veroordelen. Want waar de Geest is, daar is genade en aanvaarding. En van die Geest wordt ook gezegd dat zij ons wijsheid en inzicht schenkt, niet in de laatste plaats in onszelf. Gods Geest ervaar je als je even boven jezelf uitstijgen, om des te scherper te zien waar je niet de mens bent die je zou kunnen zijn. Waar je anderen te kort doet, waar je zelf onder de maat blijft of op dood spoor zit, zoals die jongste zoon. Op die manier is ‘tot jezelf komen’ een religieuze ervaring, waarin je ook dichtbij God komt. Dan verandert hoogmoed in bescheidenheid, en groeit een mens in wijsheid en liefde. Dat is het eerste religieuze moment.

Het tweede volgt meteen op deze zelfreflectie: de zoon komt in beweging. Hij blijft niet bij de pakken neerzitten maar staat op. Ook daarin ontdekken we iets van God, van de Geest die aan het werk gaat en een mens tot nieuw leven brengt. Het is een soort Paaservaring, zo blijkt uit de woorden van de vader. Mijn zoon was dood maar is weer tot leven gekomen, zegt hij tot tweemaal toe in dit verhaal. Als u het gezamenlijke kerkblad hebt kunnen lezen, dan weet u dat ik dit opstanding 1.0 heb genoemd. Opstaan doe je om te beginnen ‘in’ dit leven, door een nieuw begin te zoeken als je vastloopt of door jezelf te veranderen als je onaangenaam gezelschap bent geworden. Dat is opstaan in het hier en nu. Iets anders is opstanding 2.0: dat gaat over onze hoop ‘na’ dit leven, voorbij of de dood heen. Daar staan we met name rond Pasen graag bij stil. Maar ook dit opstaan 1.0 is een belangrijke religieuze ervaring: een doodlopend spoor achter je laten, waar nodig excuses maken en dan weer opkrabbelen en in beweging komen als je bent vastgelopen of ontspoord. Dan mag je God ervaren als een bron van aanvaarding en genade, en ook van nieuwe moed en levenskracht.

Er is nog een tweede popsong, die mooi aansluit bij onze gelijkenis. Niet bij het vertrek van de zoon, zoals dat eerste lied, maar bij zijn terugkeer naar huis. Want deze jongen komt wel tot zelfinzicht en hij staat op, maar is het niet te laat. Zijn de wonden die hij sloeg niet te diep? Ooit bezong de band One Republic dat bange gevoel prachtig in een bekend refrein: ‘It’s too late, too late to apologize’. Het is te laat om excuses te maken en dingen recht te zetten. Ja, zouden ze hem thuis ooit nog willen zien? Hij die zijn erfdeel al opeiste terwijl zijn vader nog leefde ‒ een slag in diens gezicht ‒ en vervolgens de benen nam. Ze zien hem al aankomen. Ik stel me voor dat deze jongen totaal berooid naar huis terugkeert met dat refrein in zijn hoofd: It’s too late to apologize. Te laat, te laat, maar toch loopt hij stug door. Elke stap is een moedige stap. En dat geldt ook voor zijn vader, ook hij zet ene moedige stap. Hij heeft alle reden boos te zijn en te blijven. Maar zijn grote verdriet, zijn diepe pijn heeft hij ergens van binnen voor zichzelf verwerkt. Hij laat het verleden rusten en toont zijn grote hart, een hart vol mededogen en genade. De jongen is van harte welkom en wordt niet als een knecht maar als een echte zoon ontvangen.

Als mens stuit je regelmatig op de grenzen wat nog wel of niet meer te vergeven is. Denk maar weer even aan wat er gebeurt in Oekraïne. En zelf ben ik er nooit op uit van God een soort donor van eindeloze vergeving te maken die alle zonden of misdaden, hoe ernstig ook, wegpoetst. Maar ook is bekend dat mensen bij vergeving nogal eens traag zijn of moeilijk doen. Dat ze sterk in hun eigen gelijk blijven hangen en weinig aan zelfreflectie doen. Dat staat onderlinge verzoening dan onnodig in de weg. ‘God is groter dan ons hart’, vertelt Jezus in deze gelijkenis. Waar wij op grenzen stuiten en geen mogelijkheden meer zien blijft God nieuwe wegen zoeken. Hij is als die vader die steeds weer op de uitkijk staat en ons wil ontvangen als zijn kinderen. Bij hem blijf je hoe dan ook welkom. Amen

 
terug