Preek van zondag 27 februari 2022 Preek van zondag 27 februari 2022
Splinter en balk

En toen zaten er opeens twee balken in onze Nederlands ogen... Wij die zo graag gidsland in deze wereld willen zijn, met onze democratie, onze vrijheid van geloof en meningsuiting, onze onderlinge verdraagzaamheid. Twee stevige balken verstoren dat beeld. In onze ene oog zit het slavernijverleden. De welvaart die door de eeuwen heen werd opgebouwd is niet zomaar het gevolg van onze handelsgeest en VOC-mentaliteit. Nee, er hangt een donkere schaduw overheen, van kolonialisme en slavernij die voor goedkope arbeid en een lucratieve handel zorgden. De prachtige steden die we er aan hebben overgehouden, zien het onder ogen en bieden nu één voor één hun excuus aan.

De tweede balk is Indonesië, het gewelddadige optreden van de Nederlandse troepen net na de Tweede Wereldoorlog, eind jaren ‘40. Daarover verscheen onlangs een stevig rapport. Wat eerder in 1969, zo’n 20 jaar na dato, werd gerapporteerd, bleek niet juist. Het ging niet om een paar excessen van een verder correct opererend Nederlands leger. Nee, er is in Indonesië helaas extreem geweld gebruikt, met zelfs wandaden die je als oorlogsmisdaden kunt bestempelen. Niet alleen van Hollanders, nee, ook de Indonesiërs konden er wat van. Zeker tijdens de Bersiap, de chaotische periode meteen na de overgave van de Japanse bezetters, een nu bekende naam ‒ Bersiap ‒ omdat die onlangs tot een rechtszaak leidde. Maar wat later werd betiteld als politionele acties, alsof agenten wat dingen kwamen rechtzetten, bleek gewoon een bikkelharde oorlog waarin niemand schone handen hield. En waarin het aantal slachtoffers duidelijk aangeeft wie de onderliggende partij was: 100.000 doden onder de Indonesiërs, 6000 onder de Nederlanders. Dat waren er 106.000 te veel en heeft de onderlinge verhoudingen ernstig verstoord, ook hier in eigen land, waar lang is gezwegen.

Natuurlijk is het achteraf makkelijk praten. En je moet altijd oppassen om de normen en gevoeligheden van nu toe te passen op toen. Toch blijft het in en in triest, al die onnodige slachtoffers en die verblinding aan Nederlandse zijde. Hoe kon een volk, vraag je je af, dat zelf net bevrijd was van de nazi’s, niet doorhebben dat ook elders in de wereld mensen naar hun vrijheid smachtten? Hoe kon de regering van toen allerlei jonge jongens, die zelf vaak ter nauwer nood een oorlog overleefd hadden, onvoorbereid op pad sturen voor zo’n onrechtvaardige zaak? Ook christelijke leiders speelden daarin een alles behalve fraaie rol. Dat liet iemand als Herman Smit ons zien in zijn promotieonderzoek. Herman, ons vorig jaar overleden gemeentelid die hier met respect en genegenheid genoemd mag worden. Hij had het onderzocht en wist er alles van. Ja, de balk zat ook diep in het oog van medegelovigen die meenden in naam van God hun foute keuzen ten aanzien van Indonesië te kunnen verdedigen.

In mijn eerste gemeente kreeg ik er als pastor mee te maken. Een Indië-veteraan werd na zijn pensionering ernstig depressief. Tijdens zijn werkzame leven kon hij de herinneringen er nog wel onder houden, maar die beschermlaag viel weg toen hij tijd kreeg om na te denken. Over wat hij had meegemaakt, over wat hij zelf ook had gedaan. Dat patroon ben ik daarna regelmatig tegengekomen. Ook bij een oom, eveneens na zijn pensionering, die begon te praten al we hem een flinke borrel schonken. Onder jonge soldaten, vertelde hij, was zoveel angst en stress dat ze zelf ook wandaden begingen. ‘Af en toe schoten we iemand zomaar uit de klapperboom’, zei hij op een keer. Een ongewapende bewoner in een kampong. Maar wat wil je ook, als achter elk bosje een hinderlaag kan liggen. Of als je op een dag het lijk van een van je maten ernstig verminkt aan een boom ziet hangen. Dan denk je toch, zei iemand laatst nog: de volgende die ik tegen kom, die is voor mij, het maakt niet uit wie het is.

Nee, onder die hoogspanning, in een voor hen totaal vreemde wereld, kun je van zulke  jongens geen ethisch verantwoord gedrag verwachten. En schone oorlogen bestaan niet, dat is een illusie. Maar dat doet niet af aan wat er gebeurd is, en wat van hogerhand werd ingezet en verdedigd: een zinloze oorlog vol excessief geweld waarbij velen de ogen sloten ‒ van militairen en politici tot aan dominees toe. En al is het nu 75 jaar later: zo’n balk wil gezien en erkend worden. In de vorm van een welgemeend excuus en eventuele compensatie. Pas dan krijg je op andere momenten weer volop recht van spreken. Zoiets geldt ook voor het lot van de Molukkers. In mijn vorige gemeente hadden we contact met hun geloofsgemeenschap en deden we af en toe iets samen. Stuk voor stuk uiterst vriendelijke en gastvrije mensen, maar van binnen leefde bij hen een groot verdriet en diepe pijn. Want het was beneden alle peil hoe ze destijds, rond 1950, in Nederland zijn ontvangen en verwaarloosd. Ook deze Molukkers willen gezien en erkend worden in wat hen is aangedaan en hen is overkomen.

Splinter en balk. Het speelt niet alleen op wereldschaal. Ook voor je persoonlijke leven is het een beeld dat altijd weer te denken geeft. Wat hebben we gemakkelijk kritiek op wie of wat er allemaal niet deugt, en wat kijken we weinig in de spiegel. Dan schuiven we de schuld snel naar een ander, zonder naar onze eigen rol te kijken. Daar zijn we goed in: jezelf vrijpleiten, je eigen straatje schoonvegen en de rommel op de stoep van de buren schuiven. Zoiets maakt je als mens weinig geloofwaardig. Nee, kijk eerst eens kritisch naar hoe je zelf bezig bent, leert Jezus ons, voordat je een ander ergens op aanspreekt of van beschuldigt. Die bereidheid tot zelfreflectie en zelfkritiek siert ons als gelovigen. Dan ga je niet, als je ergens op wordt aangesproken, meteen ‘jij-bakken’, een van de nieuwe modewoorden. Dat gebeurt als iemand kritiek pareert met een snelle tegenaanval: maar jij…, jij zei eerst dit of jij deed toen dat. Geen zelfreflectie maar meteen terugwijzen. Maar wie met één vinger naar een ander wijst, hoor je wel eens, wijst er met vier naar zichzelf. Dat klopt niet helemaal, probeer het maar eens: het zijn er drie, je duim doet niet mee. Maar het is wel een goede les. Bij één wijzende vinger naar de ander gaan er drie naar jezelf.

Wat Jezus ongetwijfeld ook bedoelt: iemand anders veranderen, dat is reuze lastig. Begin dus maar bij jezelf, daar heb je je handen een leven lang vol aan. Maar is een mens daartoe in staat, kun je je afvragen: jezelf tegen het licht houden en jezelf veranderen? Vraagt Jezus niet teveel van ons? Kun je mensen wel zo simpel vergelijken met goede en slechte bomen die al dan niet vrucht dragen? Zitten beide, goed en kwaad, niet tegelijk in een mens en lopen die niet continu door elkaar heen? Dat laatste mag waar zijn, goed en kwaad zitten beide in ons, maar kan Jezus er niet van weerhouden op het goede te appelleren. Hij laat zien dat er veel meer in ons huist dan we geloven of laten zien. Je kunt bloeien als een boom en goede vruchten dragen. Je kunt leven als een bescheiden en mild mens, ook al zijn er lastposten die je het leven moeilijk maken. In deze en andere levenslessen van Jezus worden we dus niet weggezet als mensen die enkel geneigd zijn tot alle kwaad. Dat is te eenzijdig, we zijn niet enkel de hardnekkige zondaren die sommige kerken van ons willen maken. Er zit ook iets goeds in een mens, en soms zelfs heel veel.

Jezus daagt je uit om, na gezond zelfonderzoek, dat goede in jezelf tot bloei te brengen. Blijf niet onder de maat, laat je licht stralen in deze wereld, toon je kwaliteiten en deel je gaven die je van God ontvangen hebt met je medemens. ‘Je bent een kind van God, en dient de wereld niet door jezelf klein te houden’, dat is een mooie spreuk van Marianne Williamson. Woorden die Nelson Mandela ooit inspireerden, en ook ons mogen aanspreken. Het is goed bescheiden en mild te zijn. Maar je dient de wereld niet door jezelf klein te houden. Amen

 
terug