Preek van zondag 26 mei 2019 Preek van zondag 26 mei 2019
Hallelujah

Over David en Batseba, en de popsong van Leonard Cohen
Graag wil ik meteen twee misverstanden uit de weg ruimen. De eerste: deze dienst is vorig jaar al gepland en wil dus geen zout in de wonden wrijven van de kerk in het mij vertrouwde Veenendaal. Daar bleek onlangs dat een predikant uit de zware hoek ‒ ik ken hem verder niet ‒ een langdurige relatie onderhield met een gemeentelid en met haar ook een kind heeft verwekt. Natuurlijk worden daar allerlei grappen over gemaakt, maar tegelijk beseft iedereen de trieste gevolgen. Want hoe moet dat verder met die twee gezinnen, en wat voor een toekomst gaat dit nog ongeboren kind tegemoet? Overspel, kan het verhaal van vandaag ons leren, geeft bijna altijd een hoop ellende met diepingrijpende gevolgen. Van Davids eerste Halleluja-ervaring met Batseba blijft in elk geval weinig over. Het loopt uit op moord, de dood van Uria. Pas later keert er iets van terug, als een berouwvolle koning zijn psalmen componeert. Dan kan David de Heer uitbundig loven – Halleluja ‒ vanwege de goedheid en genade die hij ervaart.
Het tweede misverstand: deze dienst is niet afgestemd met minister Grapperhaus van justitie en veiligheid. Hij heeft deze week een nieuwe wetsvoorstel aangekondigd in een brief aan de Tweede Kamer. Wat hem betreft moet ‘ongewenst seksueel contact’ altijd strafbaar zijn. Vrouwen, maar het kunnen ook mannen zijn, die belaagd worden hoeven niet altijd duidelijk ‘nee’ te roepen of zich nadrukkelijk te verzetten. Want iemand kan in zo’n situatie verlammen en als het ware bevriezen. Ook dat is een teken dat iemand geen seks niet wil. Door zo’n nieuwe wet wordt dus extra bescherming geboden tegen opdringerig gedrag – me too. Ons bijbelverhaal is daarmee uiterst actueel. Want misschien heeft Batseba geen ‘nee’ gezegd. Maar krijgt ze wel de kans om David van zich af te houden? Heeft het als vrouw alleen, in het paleis van zo’n machtige man, enige zin om je te verzetten? Of weet je dat zoiets het begin van het einde zal zijn: van je eigen toekomst, van de carrière van je man en waarschijnlijk ook van je leven. ‘Nee’ zeggen tegen de koning kan je al snel de kop kosten, daar weet hij wel raad mee.
Toch gaat Leonard Cohen hier niet zomaar in mee. Hij had een enorm zwak voor vrouwelijk schoon en speelt in Hallelujah een beetje met de schuldvraag. Ligt het allemaal aan de hitsige koning die zich op een middag verveelt en het opeens te pakken krijgt van zo’n mooie vrouw? Of geniet Batseba op haar beurt ook van de aandacht van David en gaat ze al te graag in op zijn avances? Ja, wist ze drommels goed, toen ze aan het baden was, dat ze zich in de zichtlijn van het paleis bevond? Dan zou een vereenzaamde Batseba ‒ haar man vecht aan het front – meer zijn dan het willoze slachtoffer van een begerige David. Ofwel: wie speelt hier welke rol? Dat is de vraag die regelmatig terugkeert bij dit verhaal en het spannend houdt. Als dromerige romanticus laat Leonard Cohen graag zien hoe machteloos een man is die in de ban raakt van een vrouw. De aantrekkelijke Batseba kan, als het erop aankomt, David maken en breken.
In Hallelujah zit ook een knipoog naar het verhaal van Simson en Delila – she tied you and cut your hair. Dat deed Batseba niet maar Delila! Voor deze mooie Filistijnse vrouw is het niet moeilijk een dolverliefde Simson van zijn wilde haren en daarmee van zijn kracht te beroven  ‒ ze bond hem vast, ze knipte zijn haar. Ook Simson kon niet op tegen zoveel schoonheid en seksueel genot. Als het erop aankomt, zijn mannen als ‘was’ in de handen van een vrouw. Tenminste, als we Leonard Cohen moeten geloven.
Toch doet dat geen recht aan de verhoudingen van toen. In die tijd had een vrouw als Batseba geen schijn van kans tegenover de macht en de eisen van een koning. Hem ter plekke afwijzen zou heel verkeerd aflopen. We hoorden al hoe achteloos David de onbuigzame Uria uit de weg laat ruimen. Deze koning weet wel raad met mensen die hem voor de voeten lopen. Nee, in dit geval geldt de nieuwe wet van Grapperhaus: de schuld ligt bij David, hij is duidelijk de aanstichter van deze ellende, Batseba heeft bar weinig in te brengen. En als ze niet toevallig zwanger was geworden, dan was het voor de koning ongetwijfeld bij een eenmalig avontuurtje gebleven. Een one night stand, of omdat het nog middag was: een one afternoon stand.
Trouwens, dat er iets mis is met David, lees je ook al in de aanloop van dit verhaal. Want het begint met een koning die niet bij zijn leger is, maar thuis blijft en zijn opperbevelhebber Joab erop uitstuurt. Hij laat de gebruikelijke  veldtocht ‒ elk voorjaar is het raak in die tijd ‒ aan zich voorbijgaan en zit te lanterfanten in zijn paleis. Hij voelt zich blijkbaar te goed voor het zware werk en heeft geen zin meer in vieze handen. Voor David is het zwitserlevengevoel begonnen. Hij staat op het hoogtepunt van zijn macht, en nu worden de eerste tekenen van hoogmoed en zelfgenoegzaamheid zichtbaar. En dat gaat hem lelijk opbreken, vanaf hier lijkt er een neerwaartse spiraal in te zetten. Hier geldt wat de volksmond al te goed weet: ledigheid is des duivels oorkussen, en hoogmoed komt voor de val. Of als we toch in de spreekwoorden en gezegden zitten: het zijn sterke benen die de weelde kunnen dragen. Hoe dan ook, macht corrumpeert, ook bij David. Zoals we dat kennen bij mannen als Berlusconi, Trump en vul zelf het rijtje maar aan.
Zo vertelt de Bijbel dus een uiterst actueel verhaal, en daar weet iemand als Leonard Cohen mooi mee te spelen. Hij is van joodse huize en kent zijn klassieken. Zijn achternaam betekent ‘priester’. In de regel zijn Cohens afstammelingen van de priesters in Israël die zongen in de tempel. Misschien hebben die hem wel hun muzikaliteit doorgegeven. Het mooi van Hallelujah vind ik dat Cohen speelt met het verhaal zonder te moraliseren, zo van ‘foei David, foei Batseba’. Ook maakt hij het verlangen van mensen niet verdacht, hun behoefte aan liefde en erotiek. Nee, Cohen weet zelf hoe mooi en waardevol dat alles kan zijn, maar vertelt tegelijk dat het gemakkelijk een slagveld wordt. Het kan zomaar uitlopen op een grote teleurstelling en een bitter gevecht. Dan is liefde geen zegetocht, aldus de vertaling, maar een koud en gebroken halleluja. In deze tijd van echt- en vechtscheidingen is het niet moeilijk daar een paar pijnlijke voorbeelden bij te vinden.
Toch moeten we de hartstocht en seksualiteit van mensen niet verdacht maken. Daar hebben kerken nogal eens een handje van maar dat is een heilloze weg. Als er geen sprake is van ongelijkheid en dwang, is er niets mis met de lichamelijke liefde.  Een boek als Hooglied bezingt haar als een geschenk van God. Wel komt die lijfelijke, erotische liefde ‒  van het Griekse ‘eros’ ‒ het best tot haar recht als ook die andere liefde, de Griekse ‘agape’, meedoet. ‘Agape’ is de liefde die Paulus bezingt in I Korintiërs 13, de tekst die op menig bruiloft heeft geklonken. In die liefde plaats je niet jezelf centraal. met je behoeften en verlangens, maar gaat het allereerst om de ander. Wat heeft hij nodig, hoe komt zij tot bloei? In die liefde stijgt iemand uit boven zichzelf om zich belangeloos voor een ander weg in te zetten.
Agape is de liefde die Jezus belichaamt als Hij zich volledig in dienst stelt van God en de naaste. Waar deze agape aanwezig is in onze eros, daar zal de liefde niet snel ontsporen. Daar genieten mensen van elkaar en brengen ze elkaar tot bloei, Daar hebben ze alle reden om samen ‘halleluja’ te zingen! Amen
 
terug