Preek van zondag 23 januari 2022 Preek van zondag 23 januari 2022
Jezus’ eerste woorden

Soms worden de laatste woorden die iemand uitspreekt, net voor zijn sterven, beroemd. We kennen ze als famous last words. Zo zou Willem van Oranje, toen hij werd neergeschoten en ineenzakte, nog gezegd hebben: ‘Mijn God, heb medelijden met dit arme volk’. Of het echt zo gegaan is, weten we niet, maar het zijn mooie woorden. Die van Julius Caesar gebruiken we nog steeds, als een goede vriend je afvalt: ‘Ook gij, Brutus?’ Pijnlijk, vertrouweling Brutus was een van Caesars moordenaars. En wie roept niet af en toe: ‘Dan liever de lucht in’, de laatste woorden die Jan van Speijk beroemd maakten. Hij wilde voorkomen dat zijn schip in vijandelijke handen viel en liet de hele zaak ontploffen. Heel anders, het omgekeerde van zo’n knal, zijn de vrij raadselachtig slotwoorden van Hamlet, in het naar hem genoemde toneelstuk van Shakespeares: The rest is silence – De rest is stilte. Wat het precies betekent, blijft gissen, maar het wordt te pas en te onpas gebruikt. Bij Jezus weten we niet zeker wat zijn laatste woorden waren. Er worden hem in de evangeliën maar liefst zeven kruiswoorden toegedicht. Van ‘Mijn God, waarom hebt U mij verlaten’ tot ’Het is volbracht’. Zeven is wel wat veel, beseffen we, voor iemand die stervende is. Maar het zijn wel stuk voor stuk woorden die goed bij hem passen.

Er zijn ook famous first words, beroemde eerste woorden. Toen Neil Armstrong zijn voet op de maan zette, zei hij – ongetwijfeld ingestudeerd: dit is een kleine stap voor een mens maar een reuzensprong voor de mensheid. En een nieuwe Amerikaanse president zegt steevast, misschien een enkeling uitgezonderd, dat hij de president voor alle Amerikanen wil zijn en, boven partijbelangen uit, voor iedereen zijn best wil doen. In Nederland waren we, na de lange formatie, benieuwd naar de eerste geluiden van de nieuwe regering, met name over het coronabeleid. Zou minister Ernst Kuipers het oude beleid voortzetten of een nieuwe weg inslaan? Zo’n soort spanning, gemeente, zit ook in het verhaal van vandaag, als Jezus in de synagoge van Nazareth komt. We lazen het in Lucas 4. Hier geeft een volwassen Jezus voor het eerst een belangrijke boodschap af, hier ontvouwt Hij zijn levensprogramma, hier spreekt Hij zijn beroemde eerste woorden. Wat kom je ons vertellen, willen de mensen weten? Wat kom je doen, voor wie of wat ga je je inzetten? Die vraag beantwoordt Jezus met een citaat uit de profeet Jesaja: Ik breng armen goed nieuws, bied troost en hoop aan treurenden en verkondig bevrijding aan mensen die vastzitten of tot slaaf zijn gemaakt. Op die manier plaatst Jezus zich in de lijn van deze grote profeet van Israël. Dat hoeft ons niet te verbazen. Ook bij zijn doop in de Jordaan – lazen we twee week geleden ‒ klonken al woorden uit Jesaja. En de bruiloft te Kana ‒ ontdekten we vorige week nog ‒ speelt ook weer in op een belofte van deze profeet.

Boeiend is ook om te signaleren wat Jezus niet zegt. Hij zegt hier bijvoorbeeld niet dat Hij komt om te sterven voor de zonden van de wereld. Nee, pas later spreekt Hij over zijn dood en gaan de mensen na Pasen daar ook over nadenken. Paulus bijvoorbeeld, in zijn brieven, en de evangelisten doen dat op hun manier. Maar allereerst gaat het Jezus om het leven dat tot bloei moet komen, het leven van alledag met God en elkaar. Je zult hem nooit horen zeggen: dit aardse leven, ach, dat is niet echt de moeite waard, het is een tranendal dat we niet teveel aandacht moeten geven. Integendeel, wat Hij aankondigt in de synagoge van Nazaret gaat over verandering en vernieuwing van het hier en nu. Naar eigen zeggen wil Jezus een genadejaar uitroepen, een jaar waarin iedereen nieuwe kansen krijgt. Slaven worden vrijgelaten, oude schulden vergeven en kwijtgescholden. Wat door de jaren heen in de samenleving scheefgroeide tussen mensen wordt weer rechtgezet. Armoede zal verdwijnen, gerechtigheid kan opbloeien als een roos in dit jaar van de Heer. Stel het je eens voor, dat in deze tijd wereldwijd zo’n genadejaar wordt afgekondigd. Dat elk land, dat ieder mens met een schone lei mag beginnen. Alle schuldenlasten zomaar weggestreept. Het zal economisch wel niet verantwoord zijn. Maar het is ook een prachtige droom: een soort herstart voor de wereld.

Zo vertelt Lucas ons een verrassend verhaal. Jezus gaat op sabbat – naar goede gewoonte, schrijft Lucas, die moet je koesteren ‒ naar de synagoge in Nazareth, het dorp waar Hij opgegroeide. En zoals wij voor de schriftlezing graag gebruik maken van een lector, zo wordt hem gevraagd die sabbat voor te lezen uit de Schrift, en misschien ook enige uitleg te geven. In die tijd kunnen maar weinig mensen lezen ‒ naar schatting 10, hoogstens 15 procent ‒ en Jezus is één van hen. Hij staat op, krijgt de boekrol met de tekst van Jesaja aangereikt en rolt die uit. Hij leest dus niet zomaar een passage, maar kiest bewust voor een fragment dat hem aanspreekt. Het is een tekst die van toepassing is op hemzelf. ‘De Geest van God rust op mij’, die oude woorden van Jesaja maakt Jezus tot de zijne. Hij presenteert zich hier in Nazaret als een profetisch mens, in de lijn van Jesaja, die gedreven wordt door de creatieve Geest van God. Gegrepen door die Geest van liefde wil Hij een genadejaar beginnen, waarin alles wat scheef zit wordt recht gezet. Zodat er een nieuwe wereld groeit, Gods koninkrijk, waarin het leven voor iedereen feestelijk wordt.

Die Geest kwamen we al eerder tegen bij Jezus’ doop in de Jordaan. Als Hij omhoog komt uit het water, daalt de Geest op hem neer. Zo zullen hemel en aarde elkaar in hem ontmoeten. Deze Geest zal hem inspireren tot een leven dat volledig in dienst staat van God en de naaste. En daarin speelt genade een grote rol. Waar Jezus verschijnt, ervaren mensen een genadige liefde die hen echt verandert. Ze geven hun leven een wending ten goede en gunnen zichzelf en elkaar een nieuw begin. Iemand als Zacheüs, de rijke tollenaar, kan erover meepraten. Hij krijgt opeens oog voor wie hij tekort heeft gedaan, voor wie mede door zijn toedoen arm en berooid zijn, en begint meteen zijn bezit met hen te delen. Zo brengt Jezus nieuw licht in deze wereld en laat Hij mensen ervaren dat God echt om hen geeft. Zoals eerder op de profeet Jesaja, zo rust de Geest van God nu op hem. Ja, met ongekende kracht zal deze geestkracht nu in hem aan de slag gaat. Dat kondigt Hij hier aan in Nazareth – een genadejaar. Deze beroemde eerste woorden vormen het programma van zijn leven.

In ons geloof, gemeente, gaat het niet om het beamen van een bepaalde visie op God. Niet om een geloofssysteem waar je vooral niet van af mag wijken. Niet om regels of rituelen die je strikt moet naleven om God te vriend te houden en vooral niet te mishagen. Nee, de geloofsweg die Jezus ons wijst is vooral een praktische. Het gaat om een manier van mens zijn, zoals die God voor ogen staat. Daarin leven we in dankbaarheid en verwondering om een bestaan dat we niet als ons bezit beschouwen maar ervaren als een geschenk. We leven uit genade, leert de Bijbel, en staan dan niet steevast op onze strepen maar durven mild en vergevingsgezind te zijn. We leven niet eenkennig vanuit ons eigen gelijk maar zijn bereid ons door anderen te laten aanspreken en corrigeren. En we leven niet op onszelf maar zoeken juist gemeenschap met elkaar, zodat niemand zonder helper, zonder steun of toeverlaat is. Dat is genade, in de brede bijbelse zin van het woord. Dat is de menselijkheid die God voor ogen staat en die de Geest ons leert. Zo wordt God zichtbaar in Jezus, en kan God ook zichtbaar worden in ons.

In de Bijbel staan veel woorden maar helemaal geen plaatjes, las ik deze week nog in een kort gedicht van Karel Eijkman. Maar die plaatjes, vult hij aan, dat zijn wij. Wij kunnen God als het ware uittekenen, door te leven uit genade, door elkaar recht te doen en lief te hebben, ieder op z’n eigen manier. Hoe? Dat kunnen we elk op onze eigen manier invullen. Ja, misschien passen bij deze preek beter de slotwoorden van Hamlet dan het zo vertrouwde Amen. Hoor wat Jezus ons te zeggen heeft, sta daar voor jezelf bij stil en geef daar je eigen invulling aan. En de rest? The rest is silence.

 
terug