Preek van zondag 20 oktober 2019 Preek van zondag 20 oktober 2019
Onophoudelijk bidden
Ook predikanten hebben hun ‘guilty pleasures’, hun pleziertjes waar ze zich misschien voor zouden moeten schamen. Nee, wees gerust, ik ben niet verknocht aan Abba of Madonna. Maar ik houd wel van – noem het ‒ absurdistische humor. In mijn jeugd was dat Monty Python, met John Cleese in een vaak onnavolgbare rol. In de jaren ’80 keek ik graag naar Koot en Bie, met beroemde creaties als ‘Jacobse en Van Es’, ‘Wethouder Hekking’ en ‘De vieze man’. En in de jaren ’90 kon ik regelmatig genieten van ‘Debiteuren Crediteuren’, de ludieke scènes van het trio Jiskefet. Voor wie dat nooit gezien heeft, of die humor niet wist te waarderen: het gaat over een stel uiterst verveelde kantoorklerken, Edgar en Jos, die de dag grotendeels vullen met het verspreiden van gebakken lucht. Ze voeren niets uit, lezen uitgebreid de krant en vertellen het liefst flauwe moppen. En tussendoor sarren ze juffrouw Jannie, een zwaar depressieve dame die op geheel eigenwijze de koffie aankondigt en verzorgt.
Onze tekst van vanmorgen, over de weduwe die niet van opgeven weet, deed me denken aan een prachtig fragment uit deze serie. Er is iets bijzonders te zien op het kantoor: de kapstok, die aan de muur hangt, heeft nieuwe haakjes gekregen. U begrijpt meteen: dat gaat nergens over! Maar Edgar, zo blijkt, heeft er week in week uit over lopen zeuren bij zijn baas. Dolenthousiast spreekt hij deze onvergetelijke woorden: ‘Zie je wel, Jos, zie je wel dat het lukt: als je de directie maar onder druk zet…!’ Wanneer later Storm ‒ de derde acteur ‒ binnenkomt, maakt die zelfs een klein dansje vanwege de nieuwe haakjes. Dat alles onder het motto: de aanhouder wint. Die simpele scène schetst een beeld dat velen zullen herkennen. Wat kunnen mensen zich, in hun benepenheid, druk maken om niets, om uiterst triviale zaken. Much ado about nothing, zou William Shakespeare zeggen. En wat kunnen mensen, zoals deze kantoorklerken van Jiskefet, pijnlijk vastlopen en scheefgroeien in hun werk.
Zo’n beroepsdeformatie kom je ook tegen in de gelijkenis van Jezus. Daar is het een rechter die alles doet behalve rechtspreken. Die zich van God noch gebod iets aantrekt, die geen oog heeft voor deze vrouw omdat hij het recht minacht – zo vertelt dit verhaal. Helaas kom je zoiets nog steeds tegen, dat mensen hun betrokkenheid en bezieling verliezen. Dan leven ze routineus, dan doen ze hun werk op de automatische piloot. Soms uit verveling of gebrek aan creativiteit, soms ook murw geslagen door de omstandigheden – door frustraties, verziekte verhoudingen of een eindeloze bureaucratie. Dat kom je overal tegen: op kantoor of in winkels, in het onderwijs en de zorg, ja soms ook in de kerk. Ik heb wel eens predikanten ontmoet die niet meer van hun werk hielden en een hekel kregen aan hun gemeente. Daar moet je toch niet aan denken. Dus geef me een seintje als ik tekenen in die richting ga vertonen.
Hoe zit dat met de weduwe in onze gelijkenis? Zij is een volhouder, een aanhouder die wint, net als de kantoorklerken van Jiskefet. Maar hier zijn geen onbenullige kapstokhaakje in het geding. Bij deze vrouw gaat het om niets minder dan haar recht. We krijgen niet te horen wat er speelt, dat laat Jezus in het midden. Wel wordt duidelijk dat haar toekomst op het spel staat. Voor een weduwe, die er alleen voorstaat, dreigen in die tijd armoede, slavernij of gedwongen prostitutie. Daarom laat deze vrouw, moedig en vasthoudend als ze is, het er niet bij zitten. Keer op keer valt ze de hooghartige rechter lastig en roept ze om een eerlijke behandeling: verschaf mij recht! Die roep kennen we ook uit Psalm 43. Ik moest denken aan de dwaze moeders in Argentinië die ook niet van ophouden wilden weten. Jarenlang bleven ze protesteren en vragen naar hun verdwenen kinderen die door het militaire regime uit de weg waren geruimd. En op den duur kregen ze erkenning, net als de weduwe in onze gelijkenis. Waar de rechter eerst achteloos aan haar voorbij gaat, kan hij op den duur niet meer om haar heen. Hij is het zat en wordt zelfs een beetje bang. Hij kon wel eens een klap in zijn gezicht krijgen, hij vreest een blauw oog. En dan zou hij het lachertje van de stad zijn – geslagen door een vrouw, een weduwe nog wel! Die angst of anders wel die schaamte geeft bij hem de doorslag. Deze rechter wordt dus niet opeens rechtvaardig, maar gaat uit angst overstag. Hij vreest vooral voor zijn reputatie.
God is niet als deze rechter, vertelt Jezus, God is anders. Hij minacht niemand en ziet onrecht niet door de vingers. Nee, volgens Jezus is de Eeuwige juist meer dan rechtvaardig. God zal zeker luisteren als wij hem opzoeken in onze nood, in het ontrecht dat we ervaren. Daarom is het goed onophoudelijk tot hem te bidden en niet te verslappen. Ook als je het gevoel krijgt dat het zo weinig helpt, en vreest dat God onze roep om recht nauwelijks hoort. Want er verandert niets in onze wereld, het gaat maar door: de oorlog in Syrië, de schietpartijen en natuurrampen, en naast de klimaatopwarming en de CO2 is er nu weer de stikstof. Of neem de rechtspraak, om dichtbij onze gelijkenis te blijven: in veel landen heeft die te maken met corruptie ‒ wie geld heeft krijgt gelijk. En ook westerse landen lijken nog steeds niet helemaal vrij van klassenjustitie. Status en vooral huidskleur kunnen op de achtergrond nog altijd een rol spelen. Je vraagt je af of zulke dingen ooit veranderen. Of ooit dat Koninkrijk van God zal aanbreken, en ‒ met de woorden van de profeet Amos ‒ gerechtigheid en vrede zullen stromen als een altijd vloeiende beek. Jezus drukt ons op het hart om dat vertrouwen vast te houden, en dat verlangen niet op te geven. Blijf er om bidden, is zijn boodschap. Laat dat geloof en die hoop niet uitdoven op aarde. Totdat de Mensenzoon komt, die zoon des mensen die het toonbeeld is van Gods menslievendheid. In hem komt God ons tegemoet met vrede en recht waarin iedereen mag delen. In het bijzonder de vreemdeling, de wees en weer die weduwe – de vrouw uit de gelijkenis.
Het gaat in dit verhaal dus niet zomaar om een roep of gebed. Jezus belooft hier niet dat al onze gebeden op een dag verhoord worden, als we maar blijven aandringen. Nee, die Mensenzoon maakt duidelijk dat het hier om de komst van het Koninkrijk gaat. Het rijk van vrede en recht waar Jezus niet alleen naar uitkijkt maar zelf al aan begonnen is. De nieuwe wereld waarin alle kwaad wordt overwonnen en Gods liefde zal regeren. Blijf erom roepen, blijf er naar verlangen en aan werken, is de boodschap van deze gelijkenis. Ook als je soms het gevoel krijgt dat het niet meer goed komt met deze wereld, en anders dan deze weduwe moedeloos dreigt te worden. Om ons heen en misschien ook wel in onszelf proef je dat het pessimisme weer oprukt. Worden de problemen van deze wereld niet te veel en te groot? Of laten we ons te gemakkelijk beïnvloeden en meezuigen door wat nu eenmaal de aandacht trekt? En moeten we bijvoorbeeld even tegendraads als Rutger Bregman volhouden dat ‘de meeste mensen deugen’.  Goed, er is altijd wel een stel mensen zoals deze onrechtvaardige rechter, dat de boel kapot maakt en versjteert. Maar de meeste mensen deugen! Neem deze weduwe, en al die andere moedige mensen die vandaag de dag de hoop niet opgeven. Ja kijk eens goed om je heen, ook hier in de kerk, ook straks rond de tafel.
Als we met elkaar aan tafel gaan, worden daar zowel ons geloof als onze hoop opnieuw gevoed. Daar  zullen we Christus gedenken, niet alleen in brood en wijn, maar ook in de woorden die Hij ons leerde bidden. Het Onze Vader is een gebed vol verlangen. ‘Laat uw koninkrijk komen’, zeggen we hem na. En meteen daarop ook: ‘laat uw wil geschieden, laat uw wil gedaan worden op aarde, zoals in de hemel’. Zo krijgt her en der dat koninkrijk al vorm in onze wereld: door mensen die Gods wil gaan doen, of ze nu geloven of niet. Mensen die hoe dan ook iets opvangen van die hemelse roep om vrede en recht en daar handen en voeten aan geven. Mensen ook die van verzoening willen weten: ‘vergeef ons onze schulden, gelijk wij onze schuldenaren vergeven’. Ook dat is onmisbaar, als we elkaar recht willen doen en samen vrede willen stichten – in de kerk en in de wereld. Ook dat heeft Jezus ons rond de tafel laten zien, waar Hij als het even kon at en dronk met vriend én vijand.
Bij het Avondmaal spelen we dus in op wat ooit komen zal: een nieuwe wereld waarin God ons laat delen in zijn goedheid en genade. En een nieuwe wereld waarin we elkaar laten delen, in onze liefde en in ons dagelijks brood. Zo houden we de hoop levend dat het goed komt met deze wereld. En dat, als hij komt, de mensenzoon hier op aarde inderdaad geloof zal vinden. Amen


 
terug