Preek van zondag 1 december 2019 Preek van zondag 1 december 2019
Jezus en de Sadduceeën

Anders dan de Farizeeën, kom je de Sadduceeën maar weinig tegen in de Bijbel. Bij Lucas, wiens evangelie in totaal 24 hoofdstukken kent, komen ze pas in onze lezing, in hoofdstuk 20 voor het eerst om de hoek kijken. Terwijl ze destijds toch een belangrijke en machtige stroming binnen het jodendom vormden. Zo was het voorzitterschap van het Sanhedrin, de Hoge Raad, altijd in handen van de Sadduceeërs. Maar daar lag dan meteen ook hun probleem. Want omdat ze de macht in handen hadden, moesten Sadduceeërs het op een akkoordje gooien met de gehate Romeinen, de bezetters van het land. Die duldden geen onrust. Men was dan ook als de dood voor revolutionaire groeperingen die opstand predikten. En ook een messiaanse beweging met een charismatische leider als Jezus hield men nauw in de gaten, met spionnen en verklikkers. En af en toe, zoals in het verhaal van vandaag, zocht men zelf de confrontatie in de vorm van een stevig debat. Enkele Sadduceeën proberen, horen we van Lucas, het gezag van Jezus in twijfel te trekken. Ze wijzen hem op de onmogelijkheid van een leven na de dood. Want dat is opvallend: Sadduceeën zijn gelovige joden die, anders dan de Farizeeën, niet in een opstanding na de dood geloven.

Ergens heb ik wel een zwak voor deze mensen. Want regelmatig hoor je onder atheïsten het verwijt: geloof wordt geboren uit angst voor de dood. Dat zou de bron van alle religie zijn. Geloof in een hiernamaals zou ons van die angst moeten redden. Deze Sadduceeën echter zijn het bewijs dat die bewering niet klopt. Voor deze nuchtere gelovigen is de dood gewoon het einde. Ze verwachten van God niet zoiets als een hemelse beloning voor een goed of vroom leven. Dat is bijzonder: in het oude Israël heeft men eeuwenlang op die manier geleefd en geloofd. Pas in latere tijden, mede onder invloed van andere culturen, komt ook in een paar bijbelse boeken de verwachting op van een hiernamaals. In het Oude Testament kom je het nog maar mondjesmaat tegen, met name bij enkele profeten en psalmdichters. In de tijd tussen Oude en Nieuwe Testament groeit die verwachting gestaag. En zo is dit geloof in het Nieuwe Testament wel volop aanwezig, al staat het ook ter discussie. Farizeeën geloven er wel in, Sadduceeën niet.

Lucas laat zien dat die laatsten, de Sadduceeën, zich niets bij opstanding kunnen voorstellen. Daarbij beroepen ze zich graag op de Thora, de vijf boeken van Mozes waarmee de Bijbel begint ‒ Genesis, Exodus tot en met Deuteronomium. Die hebben voor hen autoriteit en zijn dan allesbepalend. En de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat daarin niets te vinden is over een leven na de dood. Er is één moment van twijfel: want als Mozes aan het einde van het boek Deuteronomium sterft, dan wordt er verteld dat zijn graf nooit is gevonden. Zou dat een teken zijn dat hij rechtstreeks door God in de hemel werd opgenomen? Maar dat betreft dan een enkeling, evenals later in het geval van Elia, de profeet die op een vurige wagen ten hemel vaart. Hier gaat het dus nog niet over een hiernamaals voor iedereen maar slechts voor heel bijzondere mensen. Zoals gezegd, die hoop op een meer algemene opstanding komt pas later op. Maar voor deze Sadduceeën is dat een vorm van nieuwlichterij waar ze niet in meegaan. Voor hen is het een soort hype die is komen overwaaien uit Amerika.

Aan iets als voortschrijdend inzicht, dat opkomt in latere tijden, kennen ze dus geen waarde toe. Terwijl dat best belangrijk is, voortschrijdend inzicht. Neem homoseksualiteit, dat is lange tijd in de kerk op bijbelse gronden afgewezen. Pas gaandeweg de vorige eeuw kwamen we door nieuwe inzichten tot het besef dat zoiets onhoudbaar is. Er bestaat inderdaad iets als voortschrijdend inzicht waarin de Geest haar werk doet. En dan is het volop in de geest van Jezus en zijn evangelie om elkaar te aanvaarden en te waarderen zoals we zijn, hoogst waarschijnlijk al vanaf onze geboorte. Zo komen er telkens nieuwe vragen op ons af, die te maken hebben met ons geloof en kerk-zijn. Ik denkook aan een actuele, ingrijpende  kwestie als transseksualiteit en geslachtsverandering. Bij zulke gendervragen is het belangrijk niet zomaar te oordelen maar juist ontvankelijk te zijn voor mensen die ermee worstelen, voor wat ze zoal meemaken en nu gelukkig ook durven te delen. Deze voorbeelden zijn met talloze andere aan te vullen. Als gelovige kun je je niet zomaar beroepen op wat twee- of drieduizend jaar geleden op papier is gezet. Alsof de Geest toen opeens in bijbelse teksten gestold is, en niet onder ons blijft werken en waaien.

In dat opzicht zijn Sadduceeën dus rasconservatieven. Alles moet bij het oude blijven, zoals ooit is vastgelegd door Mozes. Toch beroepen ze zich, als ze Jezus hier kritisch bevragen, niet op Mozes en de Thora. Ze komen met een op het eerste gezicht nogal gezocht verhaal, over een vrouw die tot zeven keer toe weduwe wordt en telkens kinderloos achterblijft. We stuiten hier op de oude traditie van het zwagerhuwelijk. Als een man sterft zonder kinderen achter te laten, dan is het aan een broer om de weduwe tot vrouw te nemen en bij haar nageslacht te verwekken. Dat is een soort onderlinge solidariteit. Het heeft als zakelijk voordeel dat het bezit binnen de familie blijft. De vrouw keert niet terug naar haar ouders of clan. Het is ook een vorm van bescherming van de weduwe, die als alleenstaande vrouw destijds uiterst kwetsbaar zou worden. En heel bijzonder: het kind dat geboren wordt uit die nieuwe relatie ‒ dat huwelijk met haar zwager ‒ zet de naam voort van de overleden man en geldt als van hem. Op die manier, kun je zeggen, leeft ook hij nog voort na zijn dood.

Even tussendoor, gemeente: u merkt ‒ we zitten hier in de tijd en sfeer van de gearrangeerde huwelijken en daar hebben we in het Westen zo onze bedenkingen bij. Toch moeten we ook daar niet te snel over oordelen, schreef onlangs iemand (Naema Tahir, columniste Trouw) die erop promoveerde. In veel culturen gebeurt het op deze wijze, wereldwijd komt nog altijd de helft van de huwelijken op deze wijze tot stand. En ‘gearrangeerd’ is niet hetzelfde als ‘gedwongen’, want vaak ‒ helaas niet altijd ‒ hebben de bruid en bruidegom zelf ook een stem in het kapittel. Als ze echt niet willen, zetten ouders hun keuze vaak niet door. Omgekeerd geldt ondertussen dat je ook vraagtekens kunt stellen bij het zelfgekozen, op romantiek gebaseerde huwelijk. Want romantische gevoelens zijn helaas nogal eens in beweging, ze kunnen opkomen, veranderen en verdwijnen. In de Libelle – wie leest hem niet ‒ las ik dat de gemiddelde huwelijksduur in Nederland op dit moment 14 jaar is. Dat heeft iets zorgelijks en verdrietigs, denkend aan alle narigheid van een scheiding, aan eventuele kinderen, aan de ontwrichtende uitwerking op een samenleving. Scholen weten er alles van. Er zijn nog altijd veel relaties die langdurig stand houden, maar dat geldt helaas veel minder voor de nieuwe huwelijken die gesloten worden. Ook het romantische huwelijk is dus niet zomaar zaligmakend. Ze doen het niet standaard beter dan de gearrangeerde.

Terug naar onze Sadduceeën, terug naar hun verzet tegen opstanding. Ze komen niet met een beroep op de Thora maar ‒ zoals gezegd ‒ met een wonderlijk verhaal. Toch is dat minder gezocht dan we denken. Er wordt namelijk al zo’n verhaal verteld in Tobit, een boek dat de protestantse Bijbel niet haalde en daarom apocrief of deuterocanoniek wordt genoemd. In Tobit wordt een vrouw genoemd ‒ Sara is haar naam ‒ die zeven mannen overleeft. Want telkens wordt de kersverse echtgenoot in de huwelijksnacht door een demon gedood. De achtergrond heb ik niet paraat, maar dit herhaalt zich tot zeven keer toe. Daar is het voorbeeld van de Sadduceeën waarschijnlijk op gebaseerd, en daar wordt Jezus nu mee geconfronteerd. Aan welke man zal deze vrouw later toebehoren, toch niet aan alle zeven tegelijk? Voor deze Sadduceeën is dat een reden de hele opstanding als ongeloofwaardig te beschouwen. Hun vraag is op zich niet verkeerd. Die kan herkenbaar zijn voor mensen die een nieuwe partner vonden, nadat hun eerdere man of vrouw overleed of nadat ze een scheiding meemaakten. Hoe moet dat ooit in de eeuwigheid, als het daar weer tot een ontmoeting zou komen? Jezus pareert die vraag met een bijzonder beeld. In de opstanding, zegt Hij, zullen we als engelen zijn en is er niet meer zoiets als een huwelijk. Engelen zijn namelijk wezens zonder geslacht, ze zijn niet mannelijk, vrouwelijk of wat dan ook. In de eeuwigheid spelen dus niet meer de vragen die ons, als het om relaties gaat, hier op aarde flink bezig kunnen houden. In de opstanding zijn we geen mensen meer van vlees en bloed die elkaar aantrekken of afstoten. We delen bij God in een nieuw bestaan, en daarmee in een volkomen vrede, een volkomen liefde voor alles en iedereen. Op die manier, kun je zeggen, dat Jezus de vraag onschadelijk maakt. We zullen zijn als de engelen.

Maar Hij doet nog iets. Jezus komt ook met het verhaal over Mozes die God ontmoet bij de brandende braamstruik ‒ Exodus 3. Het staat in de Thora, in Exodus, dus in één van de boeken waarop de Sadduceeën zich zo graag beroepen. Maar nu wordt dat tegen hen gebruikt. Jullie weten toch, houdt Jezus hen voor, hoe God zich daar bekend maakt aan Mozes? Hij zegt niet: Ik was vroeger ooit de God van Abraham, Isaak en Jacob. Nee, God zegt heel nadrukkelijk: Ik bén, Ik ben nog steeds de God van deze aartsvaders, en evengoed van de aartsmoeders. Ze zijn nog altijd bij mij, ze leven nog altijd bij mij of in mij voort! Typisch joods, deze uitleg, spitsvondig en creatief! Op die manier geldt voor Jezus dat ook binnen de Thora, al in de vroegste lagen van het Oude Testament, iets doorschemert van een leven na de dood. Lucas vertelt dat de omstanders deze creatieve uitleg weten te waarderen. Enkele schriftgeleerden, waarschijnlijk uit de Farizese school, vallen Jezus meteen bij. Meester, wat u zegt is juist.

Ik ben die Ik ben. Ik ben die er zijn zal. Zo maakt God zich bekend aan Mozes. Misschien is dat, te midden van alle vragen en twijfels die wij vandaag de dag bij opstanding kunnen hebben, voldoende als het gaat om onze hoop voorbij de dood. Het is en blijft een kwestie van vertrouwen, op God die ons zijn eeuwige nabijheid belooft. De God die als bron van leven en creativiteit net zolang met deze wereld bezig blijft totdat alles nieuw zal zijn. De God die ook ons leven zal vernieuwen, als dit aardse bestaan ten einde loopt. We leven uit de in Christus gegronde hoop dat ooit alles voltooid zal worden. Dan zal God ‒ Ik ben die Ik ben ‒ alles in allen zijn. Amen.



 
terug