Preek van zondag 15 maart 2020 Preek van zondag 15 maart 2020
Preek 40 III Exodus 6 :1-9 en 28-7:7 en Joh. 4 : 5- 26    Wijk bij Duurstede  15-3-2020


Geliefden,

Ja, voor Israël, zwaar onderdrukt in Egypte, moest de woestijntocht nog beginnen. Voorlopig hadden ze geen dorst door droogte en tekort aan water, maar grote dorst naar bevrijding, einde aan de slavernij en onderdrukking. Water putten uit een bron is één, maar als het water je tot de lippen staat zijn er andere prioriteiten. Mozes wordt opnieuw door God aangezet om naar de farao te gaan. En hoewel God drommelsgoed weet dat de farao onvermurwbaar is spoort God Mozes aan tóch te gaan. Hij vraagt hem zelfs zich te presenteren als God zelf: zeg I k  b e n  d e  H e e r. Daarmee raakt hij bij de farao een open zenuw- hij kent die God van Israël niet, maar heeft diep ontzag voor de goden waarvan er velen zijn, want die moet je absoluut niet tegen je krijgen. Het is helaas geen  garantie dat de farao dan zo royaal zal zijn om het volk zijn vrijheid te geven en te laten gaan.

Nee, reken maar van niet: hij zal zich nog meer verharden. En het is alsof God dat zelf in hem bewerkstelligt (7: 3 en 4 Ik zal ervoor zorgen dat de farao hardnekkig weigert). Want men geloofde dat God de besturing van het kwaad  in eigen hand had. Maar als dat zo was zou God geen mensen inschakelen om hun verantwoordelijkheid te nemen en anderen op hún verantwoordelijkheid te wijzen. Trouwens, Mozes: Aäron zal het woord voor je voeren. Jij bent god en hij is jouw profeet . Gaan ze een toneelstukje opvoeren? Hoe dan ook, uiteindelijk zal de hand van God de bevrijding van het volk teweeg brengen!

De bijbel staat vol met deze verhalen. De Samaritaanse vrouw uit Johannes 4 ontving bij haar ontmoeting met Jezus hoop en moed, doordat Hij haar te drinken gaf waarmee op Zichzelf wees, daarover zo. Het volk Israël ontving hoop en moed die Mozes en Aäron hun in Godsnaam aanreikten. De 40 jarige woestijntocht moet dus nog beginnen. Dan zullen ze alsnog op zoek moeten gaan naar waterbronnen om hun dorst te lessen, maar God zal er bij zijn, trekt voor hen uit, doelgericht zal de tocht zijn en vol perspektief. En met de voorspelling uit hfst. 6:1 Nu zul je zien wat Ik de farao ga aandoen: ik zal hem met harde hand dwingen mijn volk te laten gaan, hij zal het zelfs uit zijn land wegjagen... wordt vooruitgelopen op wat later zal gebeuren nl als de dood een woordje meespreekt. Deze woorden kijken over de plagen heen en geven een blik vooruit over de doodsrivier en doodswoestijn en het dodelijk gedrag van de farao. Mozes is 80 jaar: 2 x 40 jaar van voorbereiding en dan in de laatste 40 jaar van zijn leven komt het volk tot bloei. En telkens laat God tekenen en wonderen zien, 10 in getal, tegenover de plagen, ook 10 in getal. Getalssymboliek speelt een grote rol.

Laat mijn volk gaan! smeekt Mozes bij monde van Aäron opnieuw, maar de farao, wiens hart verhard is, beult het volk nog meer af. Mijn belofte gaat daar dwars tegenin, zegt God. De God van de grote naam verbindt zijn levenslot aan mensen met kleine namen, de onaanzienlijken en vernederden. En ook nu het farao Ramses II betreft, laat je niet van de wijs brengen. Maar God verhardt toch zelf het hart van de farao? Nee, Hij keurt het gedrag af en roept ons op om “inzicht te krijgen” en “te blijven hopen”. De onderdrukking hef je niet op door het te ontkennen of het passief te ondergaan, maar alleen door je er in Godsnaam tegen te verzetten.

God verwacht iets van ons mensen, God verwacht veel van ons. Als Jezus, op zijn weg door Samaria, dorst krijgt bereikt Hij de bron dichtbij het stuk grond dat Jakob aan zijn zoon Jozef gegeven had, de Jakobsbron. En er kwam ook een vrouw, een Samaritaanse naar de bron gelopen om water te putten. Een Samaritaanse gaat niet om met een Jood en een vrouw hoort geen man aan te spreken. Dan gebeurt het omgekeerde: Jezus spreekt de vrouw aan, ook al is hij Jood en zij Samaritaanse. Hij doet waarvoor Hij gekomen is: mensen te drinken geven uit de bron van het levende water. Maar Hij laat de vrouw in haar waarde en vraagt haar om Hém water te geven. Heeft Hij  ook maar iets van ons te verwachten!?
Jezus schrijft geen mensen af om hun anders-zijn, maar gunt ons een plaats in zijn leven. Híj lest zijn dorst aan de (h)erkenning van zijn- profeet-zijn, van zijn messias-zijn door deze vrouw. Hij er- kent haar als een gelovige vrouw, maar zij is zich daar zelf niet van bewust. In de erkenning van haar waarde als Samaritaanse vrouw geeft Christus haar de kans vanuit het niet-weten tot het kennen te komen. En daarin klinkt mee dat wij door Hem gekend zijn. De liefde is wederzijds. Wij hebben een naam en zijn bij Hem in tel. Jezus neemt het woord en stelt de vragen. De vrouw gaat in haar terugvragen/ haar antwoorden door met haar zoektocht. Hij praat niet voor haar uit, loopt haar niet met zijn woorden voor de voeten, maar geeft haar de gelegenheid zelf de ontdekkingstocht volwaardig te gaan. De vrouw vraagt op haar beurt geen tekst en uitleg, maar spreekt naar Hem toe. Het is scheppend spreken zoals God in Genesis 1 God spreekt naar de hemel en de aarde toe: er zij licht en er was licht. Zoals een lied van Huub Oosterhuis het verwoordt:
Zie de mens door U geschapen/  waarom zijn wij woest en leeg/ als de dood zo zwaar en dicht?/ Spreek ons open naar uw licht (T 137).     God sprak en het was er !

Kyrië ! roept de Samaritaanse vrouw. In het dorre land van het bestaan, waar je reeds 5x een man verloren hebt en de 6e je man niet is, komt in de 7e de ware Jacob te voorschijn, en zij was er nl zelf over begonnen, in vs 12 U kunt toch niet meer dan Jakob, onze voorvader? Hij heeft ons die put geschonken en er zelf nog uit gedronken. Zij was haar 6 mannen wellicht vergeten, maar de ontmoeting met deze 7e,  zoon van Jozef, bij de bron van Jacob, vergeet zij haar leven lang niet meer. De ware Jakob! Het maakte een nieuw mens van haar.

Het zijn de vreemdelingen, de Samaritanen die in Jezus wél iets zien en het vertrouwen in Hem ‘t langst volhouden. De vrouw bij de bron laat zien: zoals de torah als bronwater Israël verkwikt, zo is Jezus Messias de klare bron voor Jood en niet-Jood, de bron van onuitputtelijk leven. Jezus stelt de vrouw voor de keuze: het heil is uit de Joden en zit vlak naast u. Ik ben Hij die spreekt namens de Eeuwige en ben brood en wijn en water voor allen. De vrouw gaat, haar dorst voorbij, het stadje overtuigen. Ze laat de kruik achter en gevuld neemt zij haar verhaal mee, vol esprit- geestdriftig. Voor haar gaat het leven weer open. Het geloof heeft van haar een volwaardig mens gemaakt. Zij stroomt verder en is zelf levend water geworden. Jezus wil door de woestijn van ons leven de WEG zijn naar de bron van levend water.

Dan mogen wij opstaan: God laat zijn volk gaan en voert het uit de duisternis naar het licht. Opgestaan uit de dood naar het Leven. Kom laten we gaan tegen de verdrukking in naar het eeuwige licht, en de bron van liefde, licht en leven, Amen

Zingen:  lied 793

 
terug