Preek van zondag 13 maart 2022 Preek van zondag 13 maart 2022
Een verlichtende ervaring
 
De verheerlijking op de berg blijft een wonderlijk verhaal. Het heeft iets van een visioen dat Petrus krijgt, ergens tussen droom en werkelijkheid. Als hij wakker wordt, staat Jezus in een stralend licht, samen met Mozes en Elia. Ook is er een wolk waaruit een stem klinkt, de stem die eerder klonk bij Mozes en Elia op de Sinaï. En een stem die Jezus ook al hoorde bij zijn doop in de Jordaan. Met bijna dezelfde woorden als hier op de berg: ‘Dit is mijn geliefde zoon’. Heel kort staat alles in het licht, en dan is het alweer voorbij. Wat is hier aan de hand, vraag je je af, waar gaat dit over? Als je dat moet duiden, kun je zeggen: dit is een religieuze, zo je wilt mystieke ervaring. Niet alleen van Petrus, ook van Jezus zelf. Het is een verlichtende ervaring die hem een nieuw en helder inzicht biedt. Het stralende licht om hem heen, boven op die berg, getuigt van innerlijke besef, van een diep weten dat in hem groeit. Hier op de berg overziet Hij zijn leven en beseft Hij opeens wat hem te doen en ook wat hem te wachten staat. Heel concreet: hier dringt tot Jezus door dat hem ‒ als Hij naar Jeruzalem gaat ‒ een bitter lijden wacht die uitloopt op zijn dood. En hier maakt Hij de keuze die zware weg te gaan – zijn exodus, aldus Lucas, zijn uittocht uit het leven ‒ in vertrouwen op Gods kracht en nabijheid. Jezus zal, gesterkt door deze lichtervaring, de berg afdalen en op weg gaan naar Jeruzalem in het volle besef dat hem daar een confrontatie wacht die uitloopt op zijn dood.

Het evangelie kent een paar van zulke momenten. Van een zoekende of aangevochten Jezus die zich, al dan niet met enkele leerlingen, ergens terugtrekt om te bidden en te mediteren. Dat kan in de woestijn zijn, waar allerlei ontregelende, demonische stemmen op hem inpraten. Naar goed gebruik is daar de Veertigdagentijd mee begonnen vorige week: de verzoeking in de woestijn, ook daar zo’n innerlijke strijd. Het kan ook boven op een berg zijn, waar Hij even boven het aardse gedruis wordt uitgetild en zich dichtbij God weet. Zoals Mozes als Elia ooit op de Sinaï of Horeb verbleven om Gods stem te kunnen horen. Of het is in een stille tuin, ik denk aan de hof van Getsemane, waar Jezus vlak voor zijn dood nog een laatste nachtelijke worsteling kent. Zou het bittere lijden, waar Hij echt niet naar verlangt, niet alsnog aan hem voorbij kunnen gaan? Ook daar weer die zoekende Jezus, met zijn innerlijke worsteling.

Op een berg in Noord-Israël, de Tabor of de Hermon, gaat Jezus bij zichzelf te rade en zoekt Hij het innerlijke gesprek met God. Oude woorden schieten door zijn hoofd, de wijsheid en de psalmen van Israël, uit de rijke traditie van zijn volk. Hij gaat te rade bij de Thora, de vijf boeken van Mozes, en bij de verhalen van de grote profeten als Elia. Ja, het zijn met name de persoonlijke levensverhalen van deze twee reuzen van Israël die hem troosten en inspireren. Mozes en Elia kenden eenzelfde worsteling als Jezus en gingen tegen de stroom in elk hun eigen weg. Mozes weerstond in de woestijn zijn telkens morrende en muitende volk. Elia liet zich niet van de wijs brengen door de Baalpriesters van Achab en Izebel. Beiden kunnen hem vertellen dat iemand die trouw de stem van God volgt, in deze wereld niet op applaus hoeft te rekenen. Want vaak geldt het omgekeerde, de kans is groot dat je juist grote weerstand ontmoet en moet lijden, terwijl je rechtvaardig bent. Dat is het licht dat hier bij Jezus volledig doorbreekt, in deze wonderlijke ontmoeting boven op de berg. Wie rechtvaardigheid zoekt, ondervindt vaak veel weerstand – een organisatie als Amnesty weet er alles van.

Neem Mozes. Hij trekt na de exodus, de uittocht uit Egypte, veertig jaar met zijn koppige en morrende volk door de woestijn. En uiteindelijk wacht hem geen glorieuze intocht in het beloofde land, want even daarvoor is hij gestorven. Toch is zijn leven alles behalve zinloos geweest. Nee, hij was echt een man naar Gods hart. De Bijbel vertelt dan ook dat zijn graf nooit is gevonden. Met de suggestie: God heeft hem zelf thuisgehaald. Volgens een latere joodse tekst, die niet in de Bijbel staat maar alom bekend was, was Mozes in een wolk opgestegen. Zoals Hij eerder al, lazen we in Exodus 24, bij de wetgeving op de Sinaï door een wolk werd overdekt. Die wolk kennen we ook van Jezus’ eigen hemelvaart. Voor ons is dat al snel een primitief beeld ‒ op een wolkje of witte wolkenwagen naar de hemel ‒ maar het gaat de achterliggende boodschap. Die mag duidelijk zijn: op een of andere manier blijft God de zijnen trouw en haalt Hij hen naar huis.

Zoiets geldt ook voor Elia, al kent zijn hemelvaart geen wolk maar een stormwind vol vuur, geheel in stijl van deze flamboyante profeet. Ook het pad van Elia ging niet over rozen. Toen Izebel, de vrouw van koning Achab, aangaf dat ze hem binnen 24 uur uit de weg zou ruimen, rende hij veertig dagen en nachten door de woestijn. Daar vond hij rust op de berg Sinaï, ook wel Horeb genoemd, de berg waar Mozes eerder was. Steeds zijn er dus die parallellen in de verhalen van Mozes, Elia en Jezus: de woestijn en de berg, een wolk en een stem die klinkt. En steeds gaat het om rechtvaardigen die op grote weerstand stuiten en daaronder lijden. Een lijden dat niet uitloopt op hun ondergang maar op hun verheerlijking. Want God is nabij en blijft hen trouw. Ook voor Jezus zal het Pasen worden, ook Hij zal thuiskomen bij God. Dat fluisteren Mozes en Elia hem als het ware in, boven op die berg. U voelt de symboliek van dit verhaal.

Even tussendoor: wist Jezus dat alles niet van te voren? Kwam Hij niet bij voorbaat op aarde om te sterven? Dat heeft het christendom vaak geleerd, het zou al van te voren vaststaan, maar dat is niet het verhaal dat de Bijbel ons vertelt. Er was niet zoiets als een goddelijk masterplan, Jezus liep geen gelopen race, hij bewandelt geen van te voren uitgestippeld pad. Niet God – nee, mensen doen hem dit lijden aan, en Hij zal het niet uit de weg gaan. Maar Hij komt allereerst om te leven, vertelt het evangelie, en om anderen bij het ware leven te bepalen. In zijn onderricht en gelijkenissen toont Hij ons bij het ware, volle leven met God en elkaar. In woord en daad verkondigt Hij de liefde van God en de komst van zijn rijk. Dan worden de eersten de laatsten en gaan kleine, kwetsbare mensen voorop. Maar met die radicale boodschap maakt Hij niet alleen vrienden. Hij roept ook veel woede en weerstand op, met name in hogere kringen, bij de religieuze en politieke leiders die alles graag bij het oude willen houden. Zij groeien uit tot zijn vijanden die niets van zo’n nieuwe wereld willen weten.

Die weerstand ziet Jezus om zich heen ontstaan en brengt hem serieus in verwarring. Hij ontdekt dat sommigen hem liever kwijt dan rijk zijn en zelfs plannen maken om hem uit de weg te ruimen. Het lijden dat op die manier langzaam maar zeker opdoemt, las ik bij iemand, is de achterkant van zijn liefde voor God en mensen. Jezus heeft het niet gezocht maar roept het op met zijn uitdagende woorden en tegendraadse daden. Dat verzet groeit gaandeweg, en het duurt even voordat Hij het volledig beseft. Dat moment is hier, boven op de berg. Hier breekt dit nieuwe inzicht volledig door – ze willen van hem af ‒ en doorziet Jezus wat hem te wachten staat. Hij spiegelt zich in wat twee grote voorgangers, Mozes en Elia, eerder hebben meegemaakt. Ook zij riepen weerstand op, maar gaven daar niet aan toe. Zo zal ook Jezus niet afwijken van zijn weg maar die voltooien tot in Jeruzalem. Niet zonder aanvechting, wel in het diepe vertrouwen dat God hem vasthoudt en nabij blijft.

Net als bij Jezus, gemeente, zijn er in ons eigen leven van die momenten dat je op die berg staat. Dat je even boven alles uitgetild wordt, dat er een nieuw inzicht doorbreekt, in wie je zelf bent bijvoorbeeld, of hoe het verder moet als je voor een moeilijke keuze staat, in je werk, je gezin of familie. Zo’n inzicht kan ook gaan over de wereld waarin we leven; hoe die in elkaar zit en wie je daarin wel of niet kunt vertrouwen. Velen hebben dat laatste ervaren bij de oorlog die Poetin is begonnen. Lange tijd hing er een soort waas over zijn persoon: wat is dit voor een man, hoe moet je hem beoordelen? Je voelde al wel dat er iets flink mis zat, maar tegelijk lieten de meeste Russen dat allemaal gebeuren. Waren het dan toch ook onze westerse vooroordelen? Maar je kon er steeds minder omheen: zijn agressie in Georgië, De Krim, Syrië en de Donbas. De tegenstanders die Poetin vergiftigde of liet opsluiten. Amnesty kent hun namen. De media die hij steeds meer aan banden legde om zijn volk te kunnen bedriegen. Niet te vergeten de enorme zelfverrijking van hem en zijn vriendjes. Maar pas nu, bij zijn brute aanval op Oekraïne, vallen de stukjes in elkaar en vallen de schellen van de ogen. Dit is een genadeloze man, een agressieve dictator die een groot Russisch rijk wil vormen en zonder blikken of blozen over lijken gaat. Dit is een autocraat die geen tegenspraak duldt maar  elke tegenspraak smoort. Dat is bij alle duisternis die mensen in Oekraïne meemaken het licht, het nieuwe inzicht dat opeens wereldwijd en onomkeerbaar is doorgebroken: dit is een levensgevaarlijke man die als we niet uitkijken de hele wereld in brand zet. We moeten deze man stoppen!

Zulke ervaringen van nieuw licht en nieuw inzicht hebben iets met God te maken, vertelt de Bijbel ons in dit verhaal. Je ontdekt opeens een diepere laag, een diepere dimensie van de werkelijkheid. Dat is waardevol, zo’n diep inzicht verrijkt je leven. Maar je moet er niet in blijven hangen. Dat wil Petrus wel, als hij voorstelt boven op de berg drie tenten op te slaan, voor Jezus, Mozes en Elia. Nee, dat is niet de bedoeling. Want je moet weer naar beneden, de berg af, de wereld in. Geloven is af en toe verstillen en iets van nieuw licht zien ‒ in de woorden van Huub Oosterhuis: zien, soms even ‒ en vervolgens weer vanuit die nieuwe ervaring in beweging komen. Je hebt dus pleisterplaatsen nodig, zo’n plek als de kerk of een klooster waar je op adem komt, en daarna mogen de handen weer uit de mouwen. In deze tijd gaat dan terecht onze aandacht uit naar Oekraïne, om de mensen die daar zijn of hierheen komen tot steun en troost te zijn, en hen te helpen met onderdak en financiën. Maar ook is het goed dat Amnesty vandaag in de kerk is, de internationale organisatie die Poetin en andere schenders van mensenrechten continu in de gaten houdt. Want laten we het kwaad in deze wereld niet onderschatten. Laten we niet naïef zijn als de leugen en het geweld om zich heen grijpen

Van Jezus leren we om daar betrokken te zijn waar mensen lijden onder het onrecht en geweld van anderen. Hij heeft het zelf aan den lijve ervaren. En Hij laat zien hoe je dan staande kunt blijven en moed kunt houden, door kracht te zoeken bij God en steun bij elkaar. Door inspiratie te zoeken in oude woorden en verhalen uit onze rijke traditie. En door samen het kwaad te weerstaan dat tekens in nieuwe gedaante opduikt. Amen

 
terug