Preek van zondag 11 september Preek van zondag 11 september
Toen ik een jaar of twintig was ontdekte ik de waarde en betekenis van het geloof op een meer persoonlijke manier. Het was net alsof ik geestelijk gesproken thuis kwam en in een soort krachtveld kwam te staan dat aan mijn leven nieuwe samenhang en doel gaf. Ik was daar heel blij mee. Tussen de Eeuwige en mij was een nieuwe intimiteit ontstaan. Nu leeft geen mens op een eiland, dus vroeg mijn omgeving tekst en uitleg bij mijn mentaliteitsverandering. Met een zeker enthousiasme maakte ik hen deelgenoot van mijn ontdekkingen. Ik hoopte dat ze zouden snappen wat mij was overkomen, maar niet elk gesprek verliep even begripvol. Sommigen vonden dat ik wel een hele vreemde draai aan mijn leven had gegeven. Die bleven toeschouwer en wensten mij succes met mijn ontdekkingen. Anderen waren meer onder de indruk en zagen wel wat het voor mij betekende, maar lieten dit verder ook bij mij. Zelf vroeg ik mij af of andere mensen ook dergelijke mentaliteitsveranderingen meemaken? Zo bijzonder is dat toch ook weer niet? Of wel? En naar mezelf toe stelde ik de vraag: hoe vaak zou je in je leven zo’n doorbraakervaring mee maken? Ik herinner me een lied van Huub Oosterhuis dat begint met de woorden: zevenmaal opnieuw geboren, kleingekregen, uitgeworpen, wordt een mens om mens te worden. Blijft het bij een keer of zul je dit proces meerdere keren in je leven meemaken?

Vandaag ontmoeten we Jezus in een gezelschap van mensen die menen dat ze in hun leven al genoeg zijn bekeerd. Op de brievenbus hebben ze een Nee-sticker geplakt. Nee, geen verkopers of geloofsovertuigers! In eigen ogen behoren ze tot de elite van de rechtvaardigen. Dat geeft hen een comfortabel gevoel. Hun eigenwaarde wordt mede bepaald door een superioriteitsgevoel. Het geestelijke superioriteitsgevoel niet zo te zijn als de anderen die er maar een potje van maken. Nu is het lofwaardig om in je leven onderscheid te maken tussen licht en duisternis en te kiezen voor het licht en de duisternis te mijden. Maar dat geluksgevoel kan ook gauw bederven als dit muteert in een ‘ik-ben-beter-dan-de-rest-gevoel’. Ook dat kan de religieuze mens overkomen. Ik kan u toevertrouwen dat ik er ook wel eens last van heb gehad en dat het een behoorlijk blokkerende uitwerking heeft op relaties met mensen die een andere route door het leven gaan.

Hoe vaak word je opnieuw geboren in je leven? Hoe vaak maak je mee dat je leven in een weidser perspectief wordt gezet? Dat zal toch wel niet tot een keer beperkt blijven, neem ik aan. Na verloop van tijd zal ons waardesysteem opnieuw op de helling moeten. Het is te dichtgetimmerd geraakt, teveel doortrokken van een eigen gelijk. En op een dag blokkeert de Eeuwige jouw levensweg en dwingt je min of meer tot herbronning. Jezus vertelt over het afgedwaalde schaap en de vreugde van de herder als hij het teruggevonden heeft. En Hij voegt er de boodschap aan toe: Er heerst vreugde in de hemel over één zondaar die zich bekeert. Jij zou dus dat afgedwaalde schaap kunnen zijn. Een schaap dat een tikkie eigenwijs is geweest en het erop gewaagd heeft zelf op onderzoek uit te gaan. Wat is daar trouwens mis mee? Maar misschien ben je met je horens verstrikt geraakt in de struiken of plotseling naar beneden getuimeld en lig je op apen gapen op een richel met beneden je een gapende afgrond. Wie zoekt dan wie? Zoekt het schaap de herder of zoekt de herder het schaap? In de gelijkenis is het de herder die het schaap zoekt maar in de slotconclusie wordt weer gesproken over het schaap dat zich bekeert. Over dat schaap verheugen de engelen in de hemel zich. Misschien bevind je je nu ook op een doodlopende weg en zegt een stem in je hart tegen je: ik wou dat er een herder was die mij zocht. Maar het lijkt erop dat niemand mij lijkt te missen. En wanneer kom je dan zelf in beweging? Wanneer breekt het besef door dat jij de goede herder moet zoeken? Wanneer kom je tot de conclusie die de jongste zoon uit de volgende gelijkenis trekt; dat de dagloners van zijn vader eten in overvloed hebben en hij komt hier om van de honger? Vooruit, roep je zelf tot de orde en ga naar je vader toe en zeg tegen Hem: ‘Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u, ik ben niet meer waard om uw zoon of dochter genoemd te worden; behandel mij als een van uw dagloners.
Zevenmaal opnieuw geboren, kleingekregen, uitgeworpen, wordt een mens om mens te worden. Zolang we nog niet de eindstreep van ons leven hebben bereikt, is het leven nooit een gelopen koers. Elke grote levensverandering is aanleiding tot geestelijke herbronning. De laatste tijd is ons hart onrustig geworden. We hebben de Eeuwige toch een beetje uit het oog verloren. We leefden op de automatische piloot en wilden onszelf doen geloven dat het met ons allemaal wel goed zat. Maar raken we in de crisis en herkennen we ons in het verdwaalde schaap of de kwijtgeraakte drachme en groeit de onrust in ons hart, dan beginnen we te verlangen naar een goede herder die de negenennegentig schapen in de wildernis achterlaat en op zoek gaat naar het ene verloren schaap. Naar jou. Omdat jij behoefte hebt aan een Iemand die je dromen kent en je wanen doorziet. Die weet heeft van je haast, je honger en je spijt. Als je lacht kent Hij ook de tranen die daar achter liggen in de tijd. En zo gaat je onrustige hart op zoek naar de goede herder als je je klein en weerloos voelt, aan de kant geschoven en verloren. En dat zal zich wel niet tot die ene keer in je leven beperken.

Hoe groot is de bekeringsbereidwilligheid onder ons? De Farizeeën en de schriftgeleerden waren ervan overtuigd dat ze zich intussen wel genoeg hadden bekeerd. Dat dachten hun voorouders misschien ook wel. Ze hadden zoveel ellende in Egypte meegemaakt en op hun tocht door de woestijn maken ze tegenslag op tegenslag mee. Ze hadden zich regelmatig het verloren schaap gevoeld in de hoop dat de goede herder hen telkens weer zou weten te vinden met brood uit de hemel en water uit de rots. Alsof dat nog niet genoeg is, wordt hun leider Mozes omhoog geroepen voor nader overleg met de Eeuwige. Maar het duurt en duurt en opnieuw voelen zij zich het verloren schaap. Gaat dit wel goed komen? Hoe houden ze de moed erin? Nu hun leider tijdelijk uit het zicht verdwenen is, zou misschien een symbool van zijn en Gods aanwezigheid kunnen helpen. Een onbereden stierkalf. Als symbool van de dragers van de troon van God of misschien ook voor de sterke Mozes zelf die de drager is van Gods Geest. Met daarop gedacht de onzichtbare God als berijder, Nee, Hemzelf zullen ze niet afbeelden. God kun je immers niet in beelden opsluiten, hebben ze net geleerd. Het is een soort hulpconstructie zoals Sara en Abraham ook een hulpconstructie bedenken wanneer de door God beloofde zoon uitblijft en Sara haar slavin Hagar als donorvrouw aan Abraham ter beschikking stelt. Uit naam van Sara moet Abraham bij Hagar nageslacht verwekken om zo God een handje te helpen. God een handje helpen door een monument voor de onzichtbare God op te richten in afwachting van hun leider Mozes. Maar God heeft geen boodschap aan onze hulpconstructies om zijn naam zogenaamd te redden. Die genadige God wordt een toornige God als wij menen Hem in een hokje te kunnen duwen. Vergeet het maar. Als mens ben je ten slotte niet veel meer dan een stofje op de dorsvloer van de grote hemelse boer. En als de Eeuwige van plan is dit keer niet zijn hand over zijn hart te strijken, maar genoeg heeft van dat volk met zijn halfslachtige geloofsvertrouwen, moet Mozes bij de Eeuwige aan de noodrem trekken. ‘U gooit uw reputatie aan diggelen’, houdt Hij Hem voor. In Egypte zullen ze zeggen dat U bewust dit slavenvolkje naar de woestijn hebt geleid om het daar te vernietigen. Maar U bent toch de goede herder die het verloren schaap zoekt? Soms scheren we langs het randje van de afgrond en lijken we bijna voorgoed alles te hebben verbruid. Ook bij de Eeuwige. Zo spannend en levensecht kan het gaan tussen de goede herder en de schapen van zijn kudde.

Jezus verbaast zich over het gebrek aan bekeringsbereidwilligheid. Een keer volstaat wel. Sinds die tijd behoren we tot het legioen van de geredden, menen wij. We hebben Jezus in ons hart, dus met ons zal het wel goed komen. Wie de Zoon heeft, heeft het leven! Maar het leven stelt ons van tijd tot tijd voor grote raadselen. En dan gaat er zomaar een zwaard door ons hart. We raken verzeild in een doolhof van ellende en verdriet waarvan we de uitgang niet kennen. Zevenmaal opnieuw geboren, kleingekregen, uitgeworpen, wordt een mens om mens te worden. Maar onthoud: er is een goede herder die bereid is de negenennegentig schapen van de kudde in de eenzaamheid achter te laten om op zoek te gaan naar jou, zijn verloren schaap. En laat je je dan door Hem vinden?  

 
terug