Preek van zondag 11 juli 2021 Preek van zondag 11 juli 2021
Zeven diakenen

Het evangelie als succesverhaal, dat is de boodschap die Lucas uitdraagt in het boek Handelingen. In Jeruzalem ontstaat een eerste gemeenschap van volgelingen van Jezus die, tegen de verdrukking in, snel groeit. Met name omdat er enorme geestkracht uitgaat van de twaalf apostelen die haar leiden en ook van de andere leerlingen die alles met elkaar delen. Eendracht is het sleutelwoord dat meerdere malen terugkeert bij Lucas. Toch kan ook hij er niet omheen dat er van tijd tot tijd conflicten ontstaan. Dat is ook onder gelovigen niet te vermijden. Nee, conflicten zijn al zo oud als de kerk. Op zich hoef je daar niet bang voor zijn. Ook in de kerk kunnen we het af en toe hartstochtelijk oneens zijn met elkaar. Het wordt pas lastig als we daarin verharden, als we denken als enige de waarheid in pacht te hebben en niet bereid zijn naar een goede oplossing te zoeken. Ook dat kunnen we leren van deze eerste gemeente in Jeruzalem: conflicten zijn er om samen te bespreken en op te lossen.

Op voorbeeldige wijze laten de twaalf apostelen dit zien. Er is een probleem gerezen over de dagelijkse ondersteuning van een groep weduwen. Daarom komen de apostelen in actie. Ze roepen de gemeente bijeen, komen met een voorstel en dat wordt met algemene stemmen aangenomen. Er worden zeven wijze mensen aangesteld ‒ met prachtige namen als Stefanus, Filippus en Timon, menigeen is naar hen vernoemd ‒ die zich gaan toeleggen op de armenzorg. Je kunt dus zeggen dat hier het kerkelijke diaconaat geboren wordt. Al verrichten sommigen van hen ook andere taken. Want Stefanus, vertelt Lucas verderop, blijkt ook een begenadigd spreker te zijn die een lange redevoering in het Sanhedrin houdt. Een confrontatie die uitloopt op zijn steniging. En weer een hoofdstuk later komen we, ergens tussen Jeruzalem en Gaza, de ook al genoemde Filippus tegen. Hij geeft een Ethiopische man ‒ we kennen hem als eunuch of kamerheer ‒ uitleg over Jezus en doopt hem even later bij een waterbron. De precieze rol van deze zeven wijze personen is dus niet eenduidig aan te geven. Naast diaken vervullen ze ook andere rollen. Ze preken en dopen ook, net als de apostelen.

Maar nog even terug naar dat conflict, een soort oerconflict in de kerk. Want wat is het geval: de leiders van de gemeente zijn zozeer bezig met de verkondiging van het woord, zeg maar de boodschap, dat de zorg voor de armen wordt verwaarloosd. Daar hebben ze of maken ze niet genoeg tijd voor. Bij de dagelijkse ondersteuning, vertelt Lucas, worden de Griekstalige weduwen achtergesteld. Waarschijnlijk gaat het mis bij de tafelschikking, dan zitten deze weduwen achteraan of misschien wel in een aparte ruimte en krijgen ze daar minder toebedeeld dan de anderen. En dat druist in tegen alles wat de Bijbel leert. Want wees en weduwe zijn daarin het prototype van de weerloze mens die alle zorg en steun verdient. Als toentertijd mensen zonder helper staan ze bij God in hoog aanzien, benadrukt ook Jezus keer op keer. Juist hen kan Hij zalig spreken. Bij Jezus is het één en hetzelfde gebod: God liefhebben met hart en ziel, en je naaste als jezelf. Dat dubbelgebod ‒ God én mens dienen ‒ is een eenheid.

Ook woord en daad vormen bij Jezus een eenheid. Practice what you preach. Doe wat je preekt. Wat je verkondigt heeft alleen waarde als je er zelf naar leeft. Toch zie je die twee in de kerk nog wel eens uiteen vallen. Dan maken christenen zich druk over de juiste uitleg van de Schrift of de ware leer. Maar dan verwaarlozen ze de liefde voor elkaar en voor wie iets extra’s nodig hebben. Of je komt tegen dat gelovigen die zondags trouw in de kerk zitten doordeweeks hard afgeven op anderen, dat ze schamperen over vreemdelingen en vluchtelingen, of dat ze achteloos voorbijgaan aan wat zich afspeelt in arme of weinig ontwikkelde landen. Dietrich Bonhoeffer, de Duitse theoloog die als gevangene van Hitler de oorlog niet overleefde, deed daar ooit een scherpe uitspraak over. ‘Alleen wie het opneemt voor de Joden’, hield hij zijn collaborerende kerk voor ogen, ‘die mag ook Gregoriaans zingen’. Genieten van prachtige kerkmuziek, bedoelt Bonhoeffer, of samen de lofzang zingen kan alleen als we doordeweeks onze naaste ‒ in zijn situatie: de joodse naaste ‒ echt ziet staan en verdedigt! Dat spanningsveld tussen woord en daad, en ook tussen liturgie en dagelijks leven, loopt al eeuwen door de kerk. Een soort oerconflict – ja, het was er al in de begintijd, laat Lucas zien, in die allereerste gemeente in Jeruzalem.

Wat er precies speelt, daar in Jeruzalem, is moeilijk te achterhalen. Waarom worden met name de Griekstalige weduwen verwaarloosd? Vormen zij een groep allochtone gelovigen die de gangbare taal niet goed spreken? Hebben ze buitenlandse namen en worden ze daarom met argusogen bekeken? Onwillekeurig moest ik even denken aan hoe geselecteerd is bij de Toeslagenaffaire. Onder de slachtoffers zijn mensen met een minder gangbare naam oververtegenwoordigd. Hoe dan ook, we weten dat die eerste gemeente in Jeruzalem een wonderlijk geheel is van heel diverse mensen. De Griekstaligen kwamen waarschijnlijk uit alle hoeken van het Romeinse rijk. Dat maakt de onderlinge communicatie lastig. Want de één spreekt alleen Aramees – de twaalf discipelen bijvoorbeeld – maar de ander kent enkel Grieks. Die eerste gemeente is eigenlijk een multiculturele samenleving in het klein, met allerlei spanningen die ook voor ons herkenbaar zijn. Hoe vind je dan wegen en compromissen waarbij vooroordelen gene rol spelen en alle mensen zoveel mogelijk tot hun recht komen?

Een spanningsveld, vertelt Handelingen 6, dat de apostelen niet uit de weg gaan. Ze kennen hun beperkingen en schakelen hulp in. Zeven Griekstalige mensen worden aangesteld om recht te doen aan hun achtergestelde weduwen. Een wijs besluit van de twaalf, dat goed aansluit bij inzichten in onze tijd. Want delegeren is één van de belangrijke dingen van leiding geven. Zo werkt het niet alleen bij de overheid of in het bedrijfsleven maar ook in de kerk. Delegeren, motiveren, mensen laten meedoen en doorstromen – dat zijn ook in het moderne kerkenwerk belangrijke dingen. Daarom kan ik ‒ als predikant die graag delegeer ‒ de komend vacatures ook van harte bij u aanbevelen. Neem allemaal van tijd tot tijd een taak op je, in de kerkenraad (als ouderling of diaken) of daarbuiten. Er is genoeg te doen! Op die manier vorm je samen dat ene lichaam van Christus, waarin alle ledematen, spiertjes en botjes meetellen. Een gemeenschap die beoogt dat mensen, ieder naar eigen kunnen, een steentje bijdragen.

De apostelen kennen hun beperkingen. Ze beseffen dat je niet alles zelf kunt of hoeft te doen en schakelen hulp in. Een mooi tegendraads geluid, want al te vaak hoor je om je heen: ‘Je moet het toch zelf doen’. Met name mensen die worstelen met psychische problemen, zeggen dat nogal eens. Daar zit iets waars in, voor een groot deel ligt zo’n worsteling op je eigen bord. Toch is het ook bij angst, depressie of andere psychische problematiek heel belangrijk om hulp te aanvaarden, zowel vanuit je omgeving als van een arts of therapeut. Want met een combinatie van goede medicatie en goede gesprekken kan er soms al snel iets van verbetering optreden. Vaak zijn mensen achterdochtig en wachten ze te lang met het inschakelen van hulp. Terwijl je met het beproefde recept van ‘pillen en praten’ echt een eind kunt komen. De pillen kunnen verlichting geven en je helpen er dan beter over te praten. Zo hoef je het niet allemaal zelf te doen. Nee, weet je zoals de discipelen bewust van je eigen beperkingen. En geef anderen zo de ruimte iets voor je te doen en te betekenen. Dan is het zomaar zaliger te ontvangen dan te geven! Ook dat is een leerproces: niet zelf geven maar iets ontvangen van een ander.

Vandaag zijn we hier ook bijeen om te ontvangen: brood en wijn, die ons bepalen bij de genade van God en de liefde van Christus. Ook deze maaltijd vertelt ons dat we het niet alleen hoeven te doen. Jezus blijft ons nabij als levende Heer en belooft ons de nabijheid van zijn Geest, als helper en trooster. Daarbij wijst Hij ons aan op elkaar, in het bijzonder op kwetsbare mensen die aandacht en steun nodig hebben. Dat is het mooie van een maaltijd, daarin zit altijd die gezamenlijkheid en openheid naar elkaar. Samen eten, samen het brood en de wijn delen, dat schept een diepe verbondenheid en smeedt mensen aaneen tot een levende gemeenschap. Deze maaltijd vraagt niet alleen om inkeer en zelfreflectie maar wijst je ook aan op de ander. Zo ontstaat in het voetspoor van Jezus een hechte gemeenschap die met name groeit rond de tafel, de maaltijd.

Ja, de kans is groot dat de gemeente in Jeruzalem nog altijd bijeenkomt in het huis waar Jezus eerder zijn laatste maaltijd hield. Dat de plek waar zij samenkomt het huis van het laatste avondmaal is, dat Jezus de avond voor zijn dood met zijn discipelen deelde. Dat vermoeden heeft goede papieren, dan is datzelfde huis het centrum van de gemeente geworden. Een betere plek is er niet, kun je zeggen, om samen voort te zetten wat Jezus hen leerde. Een huis waar de tafel centraal staat. Zo’n plek mogen wij ook zijn, een huis waar de liefde rond gaat en waar aan tafel het breken en delen begint. Dat is dé manier om Jezus te gedenken, ja zo komt Hij keer op keer opnieuw tot leven. Hier in ons midden, in de tekenen van brood en wijn. Amen

 
terug