Preek van Kerstzondag, zondag 25 december 2022 Preek van Kerstzondag, zondag 25 december 2022
Maria en Jezus

Aan het slot van zijn geboorteverhaal wrikt het een beetje in de tekst van Lucas. Zoals er in de software van je computer een bug kan zitten, zo lijkt hier ook een kleine kink in de kabel te zitten. De herders, lazen we, komen bij het kind en vertellen zijn ouders wat de engelen over hem gezegd hebben. En dan staat er dat ‘allen’ die het hoorden verbaasd stonden. Hoezo ‘allen’, vraag je je af? Ze ontmoeten toch alleen Jozef en Maria? Of is er die nacht ook een samenscholing waarover Lucas ons niets vertelt? Gaat het dan om mensen uit de herberg of, zoals er nu staat, het gastenverblijf van de stad? Zo is het niet echt duidelijk wie zich hier allemaal verbazen. Trouwens, in hoeverre geldt die verbazing ook voor Maria? Ze was toch al door de engel Gabriël voorbereid op de komst van haar bijzondere kind? Ook dat wrikt een beetje, al is het wel goed voorstelbaar. Want iemand kan je voorbereiden op een groot gebeuren, maar het vervolgens zelf meemaken en ondergaan is toch heel wat anders. Dat weten ouders al te goed die hun eerste kind verwachten. Je kunt er van alles over lezen, boekenplanken vol, maar als het gebeurt is alles anders en staat je leven gewoon op de kop. Enerzijds op een mooie manier, want de geboorte van je kind is altijd weer een overweldigende ervaring. Anderzijds ook best verwarrend, want je leven zal nooit meer hetzelfde zijn. Zo’n kleintje vraagt vanaf het begin al je aandacht en kan bijvoorbeeld, zo weten ook onze doopouders, je nachtrust flink verstoren.

Maria laat het allemaal gebeuren, en meer dan dat: ze bewaart alle woorden die ze hoort in haar hart en blijft daarover nadenken. Zo tekent Lucas haar niet alleen als de ideale moeder maar ook meteen als de eerste leerling van Jezus. ’Wie is Hij toch’ is niet alleen een vraag die keer op keer bij anderen opkomt, bij de leerlingen die hem gaan volgen en de omstanders die hem niet goed kunnen plaatsen. Nee, ook zijn moeder blijft ermee bezig, weten we uit het vervolg van het evangelie. En anders dan vaak gedacht wordt, is het niet altijd twee handen op één buik bij Jezus en Maria. Als moeder heeft Maria zo haar vraagtekens gekend bij de gedrevenheid van Jezus en de weg die Hij kiest. Op een gegeven moment, vertelt het evangelie eerlijk, komt ze met een paar andere zonen naar hem toe en wil ze dat Hij naar huis komt. Misschien omdat ze hem daar nodig hebben, maar ook merk je dat Maria zich grote zorgen maakt. Gaat Jezus niet te ver? Met zijn radicale, vaak kritische boodschap maakt Hij naast vrienden ook vijanden en loopt Hij grote risico’s. Zijn levensweg eindigt niet voor niets aan het kruis.
Ook op de bruiloft te Kana proef je iets van die wrijving, als Maria aan Jezus zit te trekken en Hij haar niet al te vriendelijk iets toevoegt van: ‘Vrouw, wat wil je van me? Laat me!’. Ook daar weet Maria hem niet goed in te schatten. Toch vertelt het evangelie van Johannes ook dat Jezus’ moeder een van de Maria’s is die onder zijn kruis staan. En als zijn volgelingen na Pasen ergens bijeen zijn, vertelt het boek Handelingen, dan behoren Maria en Jezus’ broers ook tot die kring.

Al met al is er genoeg reden om Maria niet te idealiseren, zoals in katholieke traditie is gebeurd. In de negentiende eeuw werd nog afgekondigd dat Maria door haar moeder Anna ‘onbevlekt ontvangen’ was en zelf dus vrij zou zijn van de erfzonde. Een dogma dat vaak verward wordt met de maagdelijke geboorte. En in de twintigste eeuw, in 1950, voegde de paus daar nog eens aan toe dat Maria, net als haar zoon Jezus, ten hemel is opgenomen. Zo kreeg het eenvoudige meisje uit Nazareth goddelijke allure. En dat kun je haar gunnen, maar is ook wel jammer. Want het is juist zo mooi en volop menselijk dat je Maria, zoals talloze moeders en vaders, met dingen als opvoeding en geloof ziet worstelen. Met het loslaten van haar zoon, die zijn eigen weg kiest en voor haar af en toe onnavolgbaar wordt. Met haar liefde en trouw, zoals die blijkt rond zijn sterven en opstanding. En ook worstelt zij met die vraag, die hier al even opspeelt in het Kerstevangelie: wie is Hij toch, deze zoon van haar over wie engelen en herders de mooiste dingen zeggen? Dat overweegt Maria allemaal in haar hart. Het is een vraag waar mensen binnen en buiten de kerk, ja ook in godsdiensten als het jodendom en de islam, vaak mee bezig zijn, of ze hem nu bijvallen of afwijzen.

Wie is Hij toch? We hopen dat ook onze dopeling Mose zich die vraag gaat stellen als hij de verhalen over Jezus meekrijgt en op den duur zijn eigen antwoord gaat geven. En tegelijk is het een vraag die we ons als kerk telkens opnieuw moeten stellen. Want om vandaag de dag geloofwaardig te zijn, heb je steeds weer andere en nieuwe woorden en beelden nodig. Iemand die dat sterk benadrukt, is theoloog Martien Brinkman in zijn laatste boek (‘Hoe mijn God veranderde’) . Hij vindt dat we als kerk vaak veel te gemakzuchtig zijn als het om Jezus gaat en zijn betekenis voor ons. We herhalen wel de oude antwoorden of de titels die Jezus ooit meekreeg, maar voegen er geen eigentijdse woorden of beelden aan toe. Maar tegenwoordig, aldus Brinkman, weten mensen vaak niet waar je het over hebt als je Jezus koning, zaligmaker of heiland noemt. Of als je bijbelse titels aandraagt als Messias of Heer, zoon van David, zoon van de Allerhoogste of mensenzoon. Leg die woorden of titels maar eens uit. Wat Maria en de herders van de engelen meekrijgen, kunnen we 2000 jaar later niet klakkeloos herhalen. Brinkman laat graag zien hoe andere culturen juist wel de vrijheid nemen om Jezus bijvoorbeeld goeroe of bodhisattva te noemen. Of ook avatara – weer actueel nu James Cameron zijn tweede deel heeft voltooid: Avatar, The Way of Water. Ik verwacht zeker: mét de nodige doopsymboliek. Maar het gaat dus niet goed met de kerk als ze alleen het oude blijft herhalen. Ja, je bent bang dat de gestage achteruitgang in leden, die ook deze week weer in het nieuws kwam, mede hiermee te maken heeft.

Zelf gebruik ik vaak een simpel beeld, als mensen mij naar Jezus vragen. Hij is mijn venster, mijn venster op God. Niemand heeft ooit God gezien, maar als ik wil ontdekken wat de Eeuwige voor ogen staat, dan kijk ik naar Jezus, zijn mens geworden liefde. In hem zie je wie God voor ons wil zijn en ook wat God van ons verwacht. Beide komt in Jezus prachtig samen: hoe is God voor ons en hoe worden wij mens naar zijn hart? Om dat te ontdekken, kijk ik wikkend en wegend als Maria, naar Jezus. Hij is mijn venster op God, op wat God voor ogen staat met ons en deze wereld. Op die manier kan Maria ook voor mij als protestant van grote betekenis zijn, zonder haar letterlijk of figuurlijk op te hemelen. Want in haar kom je een ontvankelijke mens tegen die open staan voor God. Maria wil in dienst staan van God en zich toewijden aan haar bijzondere kind. Ze is een gelovige vrouw die weet wat haar te doen staat, ook als ze niet alles begrijpt. Dat maakt Maria tot een mooi voorbeeld van hoe je vandaag de dag bezig bent met je geloof en daaruit probeert te leven. Een gelovig leven, toegewijd aan Christus, dat laat Maria ons zien. Amen

 
terug