Preek van zondag 7 februari 2021 Preek van zondag 7 februari 2021

Navolging

Meteen maakt Marcus in zijn evangelie duidelijk dat Jezus aan een gevaarlijke missie begint. Kijk maar wat er met Johannes gebeurt, de Doper bij wie Jezus waarschijnlijk enige tijd in de leer was en door wie Hij zich heeft laten onderdompelen in de Jordaan. Deze Johannes is opeens gevangen gezet door koning Herodes ‒ Antipas, een van de zonen van Herodes de Grote ‒ vanwege zijn scherpe profetische kritiek op zijn levenswandel. En daar houden machthebbers niet van, in het Rusland van Poetin kan iemand als oppositieleider Navalny daarvan meepraten. Voor de zoveelste keer gaat hij achter slot en grendel. Voor Jezus lijkt de arrestatie van Johannes een moment van herbezinning. Hij keert terug naar Galilea, de streek waar Hij opgroeide, en gaat medestanders zoeken voor zijn missie, zijn roeping.

Hij bouwt, om het maar eens modern te zeggen, aan een netwerk. Dat woord past ook goed bij zijn eerste volgelingen, want dat zijn allemaal vissers. Vissers die hun netten uitwerpen – Petrus en Andreas ‒ of aan het herstellen zijn – Jakobus en Johannes. Met deze netwerkers gaat Jezus op pad en voelt Hij zich gesteund. In het besef dat de weg die hem wacht een zware wordt. Uiteindelijk zal de groep uitgroeien tot twaalf. Maar de vier namen die we vandaag horen worden zijn vertrouwelingen, zeg maar de inner circle rond Jezus. Dat geldt dan met name voor Petrus, Jacobus en Johannes, en in iets mindere mate voor Andreas.

Deze vissers laten alles achter zich om zomaar achter Jezus aan te gaan. Het zijn mensen die radicaal kiezen voor navolging. Dat is sindsdien een belangrijk geloofsthema gebleven: de navolging van Christus. Grote denkers als Thomas à Kempis en Dietrich Bonhoeffer schreven erover. Tegelijk is het een woord dat de nodige vragen oproept. Want hoe doe je dat vandaag de dag: Jezus navolgen? Daarover zijn christenen het onderling vaak helemaal niet eens. Als het om persoonlijke, ethische of politieke kwesties gaat, maken we dikwijls heel verschillende keuzen. Veel kerkgangers in ons land voelen een sterke vervreemding als christenen in Amerika een Nashville-verklaring opstellen of achter Donald Trump aanlopen. Hoe kun je dat doen, in naam van Jezus, hoe kun je dat verenigen met je geloof? En omgekeerd zal het niet anders zijn, ja, die vervreemding is er over en weer.

Navolging van Christus ‒ wat houdt dat eigenlijk in? Is dat precies doen wat Hij zegt en zijn daden zo exact mogelijk herhalen? Is dat de bedoeling, is dat mogelijk, is dat wel wenselijk? We leven 2000 jaar later in een heel andere wereld. En wat destijds zinvol of waardevol was, kan nu wel eens heel onverstandig of naïef zijn. Zo zijn er christenen die beweren dat je in elke situatie de WWJD- vraag zou moeten stellen: ‘What would Jesus do?’ Je ziet het wel eens op stickers of T-shirts staan: wat zou Jezus doen? Op zich geen verkeerde vraag, maar als we eerlijk zijn moeten we toegeven het antwoord dikwijls niet weten. Hoe zou Jezus met moslims omgaan? Helaas, dat blijft onbekend want die waren er nog niet in zijn tijd. Mohammed leefde pas zo’n 600 jaar later. Of wat zou Jezus van orgaandonatie vinden, van euthanasie of palliatieve sedatie, van DNA-onderzoek bij mensen en genetische manipulatie van gewassen? Ik zou het niet zo gauw weten. Zou Jezus een voorstander zijn van het homohuwelijk, of zou Hij daar – als kind van zijn tijd – grote moeite mee hebben? Je weet het niet goed en loopt dan al gauw het gevaar je eigen gedachten in te lezen in die van Hem. Dan laten we Jezus zeggen wat we zélf al lang dachten, misschien wel met een uit z’n verband gerukt bijbelcitaat. Ja, dat gebeurt nu al veel te vaak, dan laten christenen Jezus als het ware buikspreken. Vaak kom je dus niet veel verder met die vraag ‘What would Jesus do?’. Gewoon omdat we het niet weten en het dan al snel naar onze hand zetten.


Navolging kan tot dwaze taferelen leiden. Dan zijn er mensen die zich op Goede Vrijdag, net als Christus, laten pijnigen of kruisigen. Daar word je niet enthousiast van. Lastig is ook de vraag wanneer moet je iets letterlijk of figuurlijk nemen? Moeten we echt, zoals Jezus zegt, ons oog uitrukken als we in verleiding worden gebracht? Ik denk het niet, veel mensen zouden blind worden en de Bijbel is tegen zelfverminking. Of zou je eigenlijk, zoals de rijke jongeling te horen krijgt, alles moeten verkopen ten behoeve van de armen? Dat lijkt niet verstandig, want de kans is groot dat je dan ergens tussen de zwervers in onze steden eindigt, een alles behalve aantrekkelijk bestaan. Royaal schenken, oké, maar alles weggeven, nee. Die navolging van Christus is dus niet zo simpel, in deze tijd moet je daar goed over nadenken. Ja, hoe doe je dat eigenlijk, waar komt het dan op aan?

Ooit las ik daar een mooi artikel over. Navolging, zo legde iemand uit, moet je in deze tijd vertalen als ‘oriëntatie’. We gaan Jezus niet imiteren, we doen ook niet blindelings wat Hij 2000 jaar geleden gezegd heeft. Maar wel proberen we op een of andere manier zijn intenties of bedoelingen te vertalen naar deze tijd. We oriënteren ons op wat Hij ten diepste beoogt met zijn woorden en daden, met zijn uitnodigende en uitdagende manier van leven en geloven. Als gelovigen bezinnen we ons daar persoonlijk op en ook overleggen we met elkaar ‒ daar zijn we gemeente voor ‒ hoe je daar hier en nu een passende invulling aan geeft. Met Paulus kun je zeggen, met zijn woorden uit Filippenzen 2: we zoeken de gezindheid van Christus. Ja, laat die gezindheid heersen, houdt Paulus zijn lezers voor, die Christus Jezus had. Hij die er niet prat op ging dichtbij God te leven, maar zich klein maakte en leefde ten dienste van de ander. Zijn leven was delen en helen, was de ander liefhebben, tot bloei brengen en tot zijn of haar recht laten komen. Zijn gezindheid was niet oordelen maar elkaar over en weer aanvaarden en een weg zoeken van vergeving en vernieuwing in verstoorde relaties.

Bij zo’n oriëntatie op Jezus, op zijn gezindheid, klamp je je niet vast aan bepaalde uitspraken die elders in de Bijbel staan, bijvoorbeeld over vrouwen of homoseksualiteit. Want er is ook zoiets als ‘voortschrijdend inzicht’ op basis van nieuw opgedane kennis en ervaring. Het komt aan op een evangelische grondhouding en gezindheid: dan verstop je je niet achter een paar bijbelteksten om daarmee de ander te veroordelen of af te schrijven, maar zoek je juist naar wederzijds begrip en onderlinge aanvaarding. Want daar komt het op aan in de navolging van Christus.

Wat Jezus ons dan laat zien, is een royale en genadige manier leven, volledig dienstbaar aan God en aan de ander. Dat is de weg die Hij ons wijst en waarop Hij ons zelf is voorgegaan. De weg waarop om te beginnen vier vissers, vier netwerkers uit Kapernaüm hem gaan volgen, het begin van een World Wide Web. Altijd weer een weg van vallen en weer opstaan, zo weten we van Petrus, Jacobus en Johannes. Want we willen ons graag sterk en machtig voelen en volledige controle houden over ons leven. Maar wat Jezus ons laat zien als navolging, zo passend verwoord door Paulus in Filippenzen 2, is een leven van loslaten, van dienstbaarheid die niet uit is op zelfbehoud. Of zoals Jezus het zelf pakkend kon zeggen: Wie zijn leven durft te verliezen, die zal het behouden. Amen.

 
terug