Preek van zondag 10 maart 2019 Preek van zondag 10 maart 2019

In de woestijn

Wie is Jezus? Op die oude en altijd weer nieuwe vraag geeft Lucas ons een helder antwoord. Jezus is de mens vol van Gods Geest. Dat heeft Lucas een hoofdstuk eerder al verteld bij Jezus’ doop in de Jordaan. Dan daalt de Geest als een duif op hem neer en weet Hij zich geroepen als  ‘zoon van God’. En nu zet diezelfde Geest hem tot twee keer toe in beweging. Want ‒ lezen we aan het begin van Lucas 4 ‒ vervuld van de Geest trekt Jezus weg van de Jordaan, en geleid door de Geest zwerft Hij 40 dagen door de woestijn. Daar is Hij aan het vasten en gaat Hij, teruggeworpen op zichzelf, de confrontatie aan met de duivel. Jezus wordt hier getest, Hij ondergaat hier een soort assessment: is Hij geschikt voor de taak die hem wacht, ja, kan Hij die titel ‘zoon van God’ wel waarmaken? Vol van Gods Geest ondergaat Hij daar in de woestijn drie duivelse beproevingen. Om vervolgens weer onder de mensen te komen en het koninkrijk van God te verkondigen, in woord en daad.
 
Meteen gaan je gedachten dan naar het begin van de Bijbel.  Ook Adam in het paradijs raakt vol van de geest, als hij Gods adem krijgt ingeblazen. Zijn ruach: het hebreeuwse woord dat zowel adem als geest betekent, en verwijst naar de goddelijke kracht en inspiratie die woont en werkt in mensen. Zo mogen ook Adam en Eva gaan leven uit de Geest. Maar meteen laat Genesis de andere kant, de schaduwzijde zien. Want deze man en vrouw staan nauwelijks op eigen benen, of daar verschijnt een goed gebekte, vlot sprekende slang. En die heeft heel andere plannen. De net opwaaiende levensgeest moet terug in de fles. De slang wil terug naar de woestijn, de chaos, naar de woeste en ledige aarde van het begin.

Even tussendoor, gemeente: volgens dit oude, mythische verhaal is het kwaad er dus al vóór de zondeval. Ook de slang woonde al in het paradijs! Het kwaad kwam dus niet pas de wereld binnen door een legendarische misstap van Adam en Eva. Nee, de slang is er al vanaf het begin. Zo nuchter en realistisch tekent de Bijbel ons menselijk bestaan: dat speelt zich vanaf het begin af tussen twee polen, tussen goed en kwaad, tussen geest en chaos, tussen God en duivel. Daar heeft ieder mens mee te maken, dat doortrekt de wereld waarin wij leven. En ook Jezus kan daar niet zomaar om heen, voor hem geldt hetzelfde. Vol van Gods Geest gaat Hij meteen de confrontatie aan met het kwaad. Om te testen of Hij sterker is dan de oude Adam. Om te laten zien dat Hij de nieuwe Adam, de nieuwe mens is die zich volledig toewijdt aan God en de naaste

Ook voor Jezus, als mens onder de mensen, is dat een worsteling. Van veertig lange dagen en nachten, vertelt het evangelie. Zoals eerder Mozes veertig dagen vastte op de Sinaï, peinzend over Gods bedoelingen, zoekend naar Gods geboden. En zoals eerder Elia veertig dagen en nachten door de woestijn trok, naar diezelfde berg, wanhopig op zoek naar geborgenheid en goddelijke nabijheid. Zo kent Jezus hier zijn tijd van inkeer en bezinning, van concentratie en aanvechting, van teruggeworpen worden op jezelf en je tegelijk openstellen voor God. Een heftige tijd vol beproevingen, aldus Lucas. Want is Hij ‒ anders dan Adam ‒ sterk genoeg om drager van Gods geest te zijn, zonder hier een knieval te maken voor het kwaad? Kan Hij die uitdaging aan, en alle duivelse verleidingen weerstaan?
 
Stel je dat laatste ‒ die duivel ‒ niet al te concreet voor, bind ik u graag op het hart. Goed, het heeft even geduurd voordat de kerk kon loslaten dat de slang in het paradijs werkelijk gesproken heeft. Maar nu kunnen we rustig zeggen dat zoiets thuishoort in het rijk der fabelen, of liever in dat van de religieuze mythe. Oude diepzinnige verhalen die je niet naar de letter maar naar de geest moet nemen. Dat geldt ook voor deze woestijnontmoeting met de duivel. Hierbij hoef je echt niet aan een concreet personage te denken, een dierlijke of menselijke figuur, al dan niet met hoorntjes, bokkenpoot of paardenstaart. En opnieuw ‒ net als de slang ‒ zeer welbespraakt. Nee, wat het evangelie hier verbeeldt, is een innerlijke worsteling van Jezus. Een psychisch proces, een geestelijke strijd, heel indringend beschreven als zijn persoonlijke gevecht met de duivel. Een worsteling met goed en kwaad, met liefde en haat, met leven en dood. En daarmee een zoektocht naar zijn identiteit, zijn passie, zijn roeping. Hoe wil Hij leven, toegewijd aan God alleen, en tegelijk diep verbonden met mensen? Hoe wil Hij leven vanuit de Schrift, de bron, de oude woorden van Mozes die Hij keer op keer aanhaalt. Want het zijn tot drie keer toe citaten uit het vandaag ook gelezen boek Deuteronomium, waarmee Jezus de duivel pareert.

De verzoeking in de woestijn is geen verhaal dat ons wil opzadelen met een concrete duivel. We krijgen niet zoiets als een portret of signalement mee, maar wel een waarschuwing. Het kwaad blijft een macht die altijd in de buurt is en niet onderschat moet worden. Ieder mens is er gevoelig voor. Want ongetwijfeld zit er veel goeds in ons, en zijn we tot prachtige dingen in staat. Helemaal, laat de Bijbel zien, als we leven uit het woord van God en als zijn Geest in ons tot leven komt. Maar ook is er die schaduwzijde, zeg maar de andere kant van het verhaal: de verleiding die ons aanlokt en kan meezuigen. Ieder mens staat met enige regelmaat in die woestijn en kent die momenten dat het erop aankomt dat je een wezenlijke keuze te maken. Blijf je dan trouw aan jezelf, je principes, je normen en waarden? Lukt het ook trouw te blijven aan anderen, aan mensen die je nodig hebben en een beroep op je doen? Blijf je trouw aan wat je ervaart als je levensdoel, je roeping, het appèl dat God en de naaste op je doen? Of worden andere stemmen sterker en sterker. Tegenstemmen die je vertellen dat je gewoon moet doen wat jou het beste uitkomt. Pak wat je pakken kunt, bekijk wat jou het meeste oplevert en je ego streelt. Zonder je druk te maken over anderen, over het klimaat, over mensenrechten of de armoede in de wereld. Doe toch niet zo moeilijk, zegt de duivel tegen Jezus, het is zo simpel: een lichte buiging, een kleine knieval voor mij. Ach, dat kan toch niet zoveel kwaad?

Over elke beproeving, gemeente, kun je een aparte preek of lang verhaal houden. Dat zal ik vandaag niet meer doen. Ook omdat ze andere zondagen als vanzelf weer voorbijkomen. Want ze raken aan drie terugkerende thema´s in de Bijbel. Kort gezegd kun je zeggen dat de eerste beproeving over hebzucht en materialisme gaat. Een mens leeft niet van brood alleen. Als geen ander weet Jezus hoe onmisbaar ons dagelijks brood is. Hij bidt erom in het Onze Vader en breekt het tijdens de wonderbare spijziging. Maar er is meer dan een gevulde buik, we leven niet van eten en consumeren, laat staan van hebben en houden. God wijst ons aan op elkaar, zodat niemand tekort komt. Brood is er om te breken en te delen, laat Jezus ons keer op keer zien. Dat is de weg die Hij zelf gegaan is, in zijn liefde die zich wegschenkt tot in de dood. Die onbaatzuchtige weg krijgt de komende veertig dagen weer alle aandacht in de kerk.

De andere thema’s sluiten daarop aan. De tweede beproeving gaat over ‘niet heersen maar dienen’. Macht veroveren, mensen uitbuiten en manipuleren, dat is een knieval voor de duivel. Daar weigert Jezus aan mee te doen. Hij zoekt geen macht over mensen maar is gekomen om hen te dienen. En zoiets zit ook in de derde verzoeking. Waarom zou Hij niet van het tempeldak springen en zich door God laten opvangen? Omdat ook dat manipulatie is, nu van God. Zoals dat nog al te vaak gebeurt. Met grote gebaren en verhalen kunnen mensen God voor zich claimen, met vrome woorden kunnen ze bewondering kweken. Maar zo wil Jezus niet leven en geloven. Daarvoor is God te groot en te heilig, met geloof kun je niets forceren of afdwingen. Het is meer een kwestie van je openstellen en geduldig zijn, zoals Dietrich Bonhoeffer ergens schrijft. Voor deze bekende Duitse theoloog komt geloven neer op bidden, gerechtigheid doen en wachten op Gods tijd. Een drieslag die weerstand biedt aan de drie verzoekingen in de woestijn: bidden, gerechtigheid doen en wachten op Gods tijd. Daarmee dring je het kwaad in de wereld terug.

Dat hopen we ook deze veertig dagen voor Pasen weer te beleven. Mag het een tijd zijn van gebed, waarin we ons bewust openstellen voor God en zo bij ons zelf te rade gaan in hoeverre we niet in de ban raken van alle verleidingen om ons heen. Mag het een tijd zijn waarin we ons heel bewust openstellen voor de nood van de ander en samen gerechtigheid zoeken. En mag het een tijd zijn waarin we vol verlangen blijven uitzien naar Gods tijd, naar zijn rijk van vrede en recht. Zonder ons geduld te verliezen, zonder wanhopig te worden. Dat alles hoort bij wat dichter Willem Barnard zo mooi verwoordt als: ‘een mens te zijn op aarde’ (Lied 538). Amen

 

terug