Zondag 5 november 2017 Zondag 5 november 2017

Gelukkig wie treuren
 
In een nieuwe bijbelvertaling klinken oude woorden vaak net iets anders. Dat geldt ook voor de zaligsprekingen. Want nu staat er niet meer ‘zalig’, maar – net iets toegankelijker en meer alledaags – het woord ‘gelukkig’. Om te beginnen viermaal. Wie nederig van hart zijn, wie treuren, wie zachtmoedig in het leven staan en wie hongeren naar gerechtigheid, die mogen zich gelukkig weten. Tenminste: bij God, zeg maar vanuit hemels perspectief. Niet hier op aarde, daar is het vaak andersom. Daar hebben deze kwetsbare mensen het vaak zwaar te verduren. Want anderen zien hen niet staan of walsen over hen heen. Al zijn er gelukkig ook mensen die wel naar hen omkijken en oog hebben voor hun pijn en zorgen. Zij vormen het tweede viertal in deze zaligsprekingen. Hen spreekt Jezus aan als Hij verkondigt: gelukkig wie barmhartig en wie zuiver van hart zijn, gelukkig de vredestichters en wie vanwege hun inzet voor gerechtigheid vervolgd worden. Ook zij mogen God aan hun zijde weten, ook zij horen bij de gelukkigen van de Bergrede.
 
Toch blijft het vreemd. Hoe kan Jezus mensen gelukkig noemen die dat helemaal niet zijn of lijken? Mensen die gebukt gaan onder onrecht of treuren om wat er zoal gebeurt. Mensen die worden uitgescholden of vervolgd, omdat ze trouw willen zijn aan zichzelf of aan hun geloof. Vandaag de dag is het goed aan christenen in het Midden Oosten te denken, die het zwaar te  verduren hebben onder agressief moslimfundamentalisme. Of aan moslims in het grotendeels boeddhistische  Myanmar die daar verdacht worden gemaakt en verjaagd. Of denk wereldwijd aan mensen van Amnesty International en andere organisaties, of aan journalisten die onvermoeibaar blijven opkomen voor mensenrechten en democratie. Menigeen belandt in de gevangenis of moet dat zelfs met de dood bekopen. Daar word je niet vrolijk van. Toch noemt Jezus zulke mensen hier ‘gelukkig’. Zacht gezegd nogal vreemd. In de Bijbel is geluk blijkbaar heel wat anders dan in een romantische film of in zoete serie op TV.
 
Geluk is blijkbaar niet hetzelfde als een goed gevoel. Dat is het grote misverstand van deze tijd. Want een gevoel is vaak tijdelijk, en kan zo weer verdwenen. Net als bij een dagje uit. Daar word je wel even gelukkig van, maar terug in de auto, of thuis op de bank is dat gevoel vaak weer snel weg. Dan blijft alles bij het oude, en ben je weer even gelukkig of ongelukkig als daarvoor. Dat is de buitenkant van geluk. Jezus heeft het over de binnenkant. Bij hem heeft geluk te maken met een diep besef van binnen. Het besef dat je zinvol bezig bent en met je leven op een zinvol spoor zit. Of terugkijkend op je leven: dat je ziet dat je op belangrijke momenten juiste dingen deed of wijze keuzes maakte. Dat je als mens op zo’n manier leeft dat de ander daarin voluit meetelt en God er met plezier naar kijkt. Omdat je in verbondenheid leeft, niet enkel voor jezelf maar met oog en hart voor je naaste en voor al wat leeft. Omdat je deelt in dat oude visioen: vrede onder mensen, verbonden in geloof, hoop en liefde. Daarom zal een crimineel of terrorist nooit echt gelukkig kunnen zijn, hun leven zit hoe dan ook op dood spoor. Volgens de Bergrede is het ware leven dat van mensen die zachtmoedig en barmhartig zijn, die proberen te troosten bij verdriet en vrede te stichten in een gespannen situatie. Je mag je een kind van God weten, geeft Jezus hen hier mee, je mag gelukkig heten.
 
Van de acht die we lazen is de tweede zaligspreking het meest paradoxaal: ‘gelukkig de treurenden’. Ongetwijfeld heeft Jezus dan mensen voor ogen die getroffen zijn door rampspoed, ziekte en dood. Mensen die treuren om hun eigen lot of dat van een ander. Die verder moeten na een pijnlijk gemis, door de dood gescheiden van hun partner, van een ouder, een kind of een andere geliefde. De dood die een spoor van verdriet trekt door ons bestaan, Jezus weet er alles van en deelt in hun pijn. En tegelijk kan het hier gaan om mensen die treuren om een wereld waarin zoveel misgaat. Het geweld, de verharding, de verloedering die we om zich heen zien, het gebrek aan humaniteit en empathie onder mensen. We treuren allemaal als een jonge vrouw als Anne Faber wordt overmeesterd en vermoord. We kunnen er niet bij als weer een gestoorde fundamentalist zichzelf opblaast of voetgangers met een auto doodrijdt. En je vraagt je af – zonder mee te gaan in alle ophef rond ‘me too’ ‒ of er ooit zo’n respect groeit tussen mensen, dat ze op geen enkele manier misbruik maken van elkaar.
 
De treurenden, las ik ooit, zijn zij die eronder lijden dat het zo’n bende kan zijn op aarde. Zij die dus niet achteloos hun schouders ophalen. Want wie treurt, voelt de verwarring en de onmacht. Wie treurt, wordt opstandig en verdrietig tegelijk. Zoals je dat in de Bijbel kunt tegenkomen bij de psalmdichters, als ze treuren om wat ze zelf meemaken of anders wel om zich heen aan onrecht zien gebeuren. Dan zoeken ze hun heil bij God, in de hoop op erkenning en bevrijding, in de hoop dat er iets zichtbaar wordt van een nieuwe, rechtvaardige wereld. Zoals Jezus ons in de Bergrede doet verlangen naar een nieuwe, omgekeerde wereld. Een wereld zonder verdriet waar we in zijn naam elkaars tranen drogen. Een wereld waar wij in zijn Geest werken aan geluk voor ieder kwetsbaar mens.
 
Dat brengt me nog even bij dat andere woord in deze tweede zaligspreking: de troost die hier beloofd wordt aan wie treuren. Vaak klinkt dat een beetje ouderwets, misschien zelfs een beetje zielig. Is troost niet iets voor anderen, eerder dan voor jezelf? Toch hebben we het allemaal nodig op z’n tijd. Als het leven pijn doet, als er onheil binnenbreekt, als dingen heel erg mislopen. Dan is het belangrijk die pijn te delen en daarin steun van anderen te ervaren. Dat voorkomt dat je vastloopt in jezelf, in je sombere gedachten of verlammende gevoelens. Troost heeft dan te maken met geborgenheid en uitzicht. Geborgenheid wil zeggen, dat er anderen zijn die borg staan. Mensen die je herbergen in hun warmte en omringen met liefde, als een warme mantel om je heen. En uitzicht is nodig, om iets te kunnen laten groeien van perspectief, een nieuw begin. Om weer zin te krijgen in het leven, terwijl alles zo heel anders is geworden, en opnieuw vertrouwen te kunnen vinden.
 
Daarin kan geloof een belangrijke rol spelen. Geloof dat ons leven zinvol is en hoe dan ook de moeite waard blijft. Geloof in een God  die ons wil opvangen en dragen, zowel in als na dit leven. Geloof in een nieuwe omgekeerde wereld, waar onze tranen opdrogen en geluk en vrede zullen heersen. Dat staat Jezus voor ogen in die tegendraadse woorden: gelukkig wie treuren, want zij zullen getroost worden. Amen
 
Zondag 5 november 2017, PG Wijk bij Duurstede
Gedachtenis van de overledenen
Verkondiging bij Matteüs 5, 1-10
ds. Jan Offringa

 

terug