Preek zondag 14 oktober 2018 Preek zondag 14 oktober 2018

Verrassend en verontrustend
Verrassend en verontrustend. Die woorden roept het verhaal uit Marcus 10 bij me op. Verontrustend zijn de strenge woorden van Jezus als het om rijkdom gaat. Want laten we eerlijk zijn: velen van ons zijn niet arm. En we zijn zeker niet van plan alles weg te geven. Dat zou ook niet verstandig zijn. Vandaag de dag raak je dan lelijk in de problemen in een samenleving als de onze.  Voor je het weet zwerf je rond op straat, zonder dak boven je hoofd. Maar hoe gaan we dan om met dit prikkelende verhaal? Daar hoop ik straks nog wel iets over te zeggen. Eerst maar eens dat verrassende begin. Want daar wil Jezus niet worden aangesproken als ‘goede’ meester. Waarom doe je dat, vraagt Hij. Niemand is goed, behalve God. Op die manier pareert Hij de begroeting van de rijke man die bij hem komt.
Wat is het geval? Jezus is met zijn leerlingen onderweg naar Jeruzalem. En op die voetreis zijn er telkens anderen die zijn pad kruisen en hem iets voorleggen waar ze mee worstelen. Zo ook deze rijke man die hem begroet met ‘goede meester’, maar daar wil Jezus niet aan. Dat is verrassend. Waarom wil Hij niet ‘goed’ genoemd worden? Ziet Hij zichzelf als een gebrekkig en zondig mens? Heeft Hij, voor zijn doop door Johannes, een alles behalve vlekkeloos leven geleid, voordat Hij tot inzicht en bekering kwam? Het blijft gissen. Over zijn jeugd vertelt Marcus ons niets. Wel is opvallend is wel dat hij geen geboorteverhaal kent. Bij Marcus geen Jozef met Maria ergens in Bethlehem, en evenmin een verwekking door de heilige Geest.
Matteüs en Lucas hebben dat wel, en wekken daarmee de indruk dat Jezus vanaf zijn prille begin al dichtbij God leefde. Maar Marcus laat dat open. Bij hem begint alles met Jezus’ doop in de Jordaan. Daar ontvangt Hij de Geest, daar krijgt Hij de Geest. Maar of Hij heel zijn leven zonder zonde was, zoals Paulus ergens in zijn brieven meent te weten, dat vertelt het evangelie niet. Wel lezen we dat Jezus zich niet ‘goede meester’ laat noemen. Misschien is het ook religieuze bescheidenheid. In elk geval houdt Jezus op die manier een zekere afstand tussen God en hem. Want alleen God is werkelijk goed. Dat laat zich lezen als een gezond tegenwicht aan de latere dogmavorming in de kerk. Want op den duur heeft men een stevig isgelijkteken tussen Jezus en God gezet. Hij zou God zelf zijn. Maar dat blijkt Hij hier niet te beamen. Hier in Marcus 10 houdt Jezus de nodige afstand. Waarom noem je mij goed? Niemand is goed behalve God.
Dat is het verrassende begin. En dat krijgt een verontrustend vervolg. Dat zit in de dingen die de rijke man te horen krijgt: verkoop wat je hebt, geef dat geld aan de armen en volg mij. En even later, als Jezus in gesprek is met zijn leerlingen, horen we hoe moeilijk volgens hem een rijke het koninkrijk van God kan binnengaan. Een kameel gaat nog makkelijker door het oog van een naald. Dat is zacht gezegd nogal confronterend, zeker voor wie er warmpjes bijzitten. Niet voor niets zijn er daarom creatieve wegen gezocht om deze woorden te verzachten. ‘Het oog van de naald’ zou bijvoorbeeld de naam zijn van een poortje of deurtje in de muur van Jeruzalem. Daar zou een kameel zonder bagage met wat duw- en trekwerk wel doorheen kunnen. Goed bedacht, maar helaas, voor het bestaan van zo’n poortje blijkt historisch geen bewijs. Waarschijnlijk is het vooral een vorm van wensdenken.
Volgens een andere creatieve oplossing stond oorspronkelijk in het Grieks niet kamèlos ‒ kameel ‒ maar het woord kamilos, met een i. Dat is een dikke kabel om schepen mee aan te leggen. Maar helaas, die tekstvariant kom je pas tegen in handschriften uit de late middeleeuwen. En veel levert het niet op, want een dikke scheepskabel krijg je ook nooit en te nimmer door het oog van een naald. Nee, hoogstens kun je hier zeggen dat Jezus wel houdt van overdrijven. Hij spreekt graag in hyperbolen, om het chique te zeggen. Op die manier laat Hij mensen af en toe schrikken en zet Hij dingen op scherp. Dat kan hier ook meespelen en biedt dan enig soelaas. Maar belangrijker is wat Jezus verderop in Marcus 10 doet, daar zet Hij dingen opeens in een ander perspectief als Hij verkondigt: wat bij mensen onmogelijk is, is dat niet bij God. Want in de genade van de Eeuwige is alles mogelijk. Ja, als we in onze tekst iets genade en ruimte zoeken, dan zit het vooral in deze woorden.
Toch zijn er wel degelijk verzachtende omstandigheden. Die hebben te maken met wat we noemen het apocalyptische levensgevoel van die tijd. Op de cursusavond van afgelopen donderdag stonden we daar nog bij stil. Destijds was volgens velen het eind der tijden nabij, ook Jezus doet uitspraken in die richting. Door een goddelijk ingrijpen zou er binnenkort een nieuwe wereld aanbreken. Dat besef vroeg om een radicale keuze, zoals ook de discipelen van Jezus die maakten. Ze lieten alles achter zich om hem te volgen. Dat zou ook deze rijke man moeten doen, als hij echt in het voetspoor van Jezus en zijn leerlingen wilde treden ‒ als nummer 13. Met het oog op die komende eindtijd lag de lat dus hoog, zeker voor die leerlingen: je moest snel beslissen en radicale keuzen maken.
Nu echter leven we zo’n 2000 jaar later en zien we onder ogen dat die nieuwe wereld nog steeds niet aangebroken is. En dat het ook niet reëel is om te verwachten dat dit binnenkort te gebeuren staat. We zijn weggegroeid bij dat apocalyptische levensgevoel. Daarom zullen we niet zomaar omwille van het evangelie onze spullen verkopen en al ons bezit weggeven. Want dan raak je vandaag de dag snel in de problemen. Nee, het is niet onbegrijpelijk dat we graag iets opsparen voor later, onze oude dag, en ook, als je kinderen hebt, iets voor hen bewaard. Zo zijn er dus momenten waarop ik u als predikant zomaar moet ontraden de woorden van Jezus letterlijk op te volgen. Het zijn hoe dan ook tijdgebonden uitspraken, die ons nog altijd aan het denken zetten zonder dat we ze blindelings naleven.
Armoede is geen pretje, ook niet als je er zelf voor zou kiezen. Nee, in de regel is armoede onrecht. Daarom drukt Jezus ons op het hart om betrokken te zijn bij de armen in het land. In de lijn van Deuteronomium 15, ons woord van onderricht, spreekt Hij rijken erop aan om royaal te leven. Om vrijgevig te zijn naar mensen die bitter weinig hebben en er slecht aan toe zijn. Of om hen royaal te lenen, ook als je de kans loopt het niet terug te krijgen. In die tijd liepen er ongetwijfeld ‒ meer dan nu ‒ persoonlijke lijntjes tussen rijken en armen. Je kende elkaar, je woonde bij elkaar in een dorp of stad. Je kon elkaar makkelijker helpen dan in een vaak anonieme samenleving als de onze. Toch worden we ook in deze tijd uitgedaagd om deelgenoot van arme mensen te zijn en te blijven. Niet alleen in onze eigen omgeving en in Nederland, maar ook wereldwijd. Mooi dat we deze dienst dus zowel aandacht schenken aan dakloze mensen in Utrecht, met de PET-flessenactie, als aan arme mensen in Nepal.
Dat betekent ook dat we als kerken en gelovigen niet mee kunnen gaan in de stemmen die verkondigen dat armoede wel je eigen schuld zal zijn. Of dat mensen in Afrika of Azië wel genoeg hebben gehad en nu zelf maar eens hun broek moeten ophouden. Naast structurele bestrijding van armoede door overheden en andere organisaties, blijft onze persoonlijke betrokkenheid van groot belang. Dat vraagt van ons om royaal en solidair te zijn, soms tegen de stroom in, als het om mensen gaat die moeten leven van weinig tot niets.
Vandaag, gemeente, vieren we het Avondmaal met elkaar. In die bijzondere maaltijd komen meerdere lijnen samen. We gedenken wie Jezus nog altijd voor ons is, hoe Hij ons laat delen in zijn goedheid en genade, en zich in liefde weg heeft geschonken aan deze wereld. We gedenken ook hoe Hij ons leert te breken en delen, en zo een nieuwe gemeenschap laat ontstaan rond brood en wijn. Een gemeenschap waar mensen instaan voor elkaar: rijk en arm, man en vrouw, jood en heiden, met elkaar verbonden zonder aanziens des persoons. Want niet alleen in zijn woorden, maar zeker ook rond de tafel leert Jezus ons royaal te leven. Om bereid te zijn elkaar veel te geven en waar mogelijk ook te vergeven. Hij leert ons elkaar overvloedig te laten delen: in aandacht en liefde, in geld en goed, en in brood en wijn. Amen









 

terug